Apollon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor het gelijknamige Formule 1-team, zie Apollon (Formule 1).
Apollon met pijl-en-boog (hier afgebroken) (Ashmolean Museum, Oxford).

Apollon (Oudgrieks: Ἀπόλλων, Apóllôn, of Ἀπέλλων, Apéllôn) was een van de belangrijkste godheden van de Griekse mythologie. Van alle goden was zijn eredienst het wijdst verspreid onder het Griekse volk en genoot het hoogste aanzien. Onder de verlatiniseerde naam Apollo raakte hij bekend in Rome. De oudste afbeeldingen van Christus verraden een verwantschap met de iconografie van Apollo als schone goddelijke jongeling.

Door de Griekse dichters wordt hij meestal Phoibos Apollon genoemd. Apollon wordt ook wel als de vertegenwoordiger van rationele schoonheid en orde beschouwd, tegenover Dionysos, die de emotionele roes symboliseert.

Etymologie[bewerken]

Apollon met lier (fresco, nu in Palatijn, Antiquarium in Rome, ca. 50).

De etymologie van de naam « Apollon » is onzeker. Bij de antieke auteurs treffen we echter verschillende volksetymologieën aan. Aldus, brengt Plato de naam in zijn Cratilus in verband met ἀπόλυσις / apólysis, „bevrijding“, met ἀπόλουσις / apólousis, „het afwissen; reiniging“, met ἁπλοῦν / haploũn, „eenvoudig“, waarbij hij in het bijzonder verwijst naar de Thessalische vorm van zijn naam, Ἄπλουν / Áploun, en ten slotte met Ἀει-βάλλων / Aei-bállôn, „de eeuwig werpende“. Plutarchus vermeldt in zijn Moralia (354 f) ook ἁπλοῦν / haploũn, in de betekenis van „enkelvoudig“.

Oorsprong[bewerken]

Terwijl men in de 19e eeuw nog dacht dat Apollon de god van het licht was, die zijn hoogste ontwikkeling vond in de zon, wordt daar tegenwoordig anders over gedacht.

Hoewel hij is uitgegroeid tot de meest Griekse van de goden, lijkt Apollon relatief laat naar Griekenland te zijn gekomen. Hij werd mogelijk aan het eind van de Myceense beschaving (ca. 1200-1100 v.Chr.) naar Griekenland gebracht door de invallende Doriërs, hoewel het ook mogelijk is dat hij afkomstig was uit het Hettitische Klein-Azië. Men is er intussen van overtuigd dat zijn oorsprong in Centraal-Anatolië ligt (zie Hyperborea).[1] Een aanwijzing is dat in de Homerische hymne aan Apollon wordt verhaald hoe de god over Delos naar Delphi kwam. Zijn epitheton Hekatos (vér treffende) kan men in verband brengen met de Carische Hekate. Op Hettitische spijkerschrifttabletten (het zogenaamde verdrag van Alaksandu tussen de Hettieten en Wilusa, wat wel met Troje wordt vereenzelvigd) komt de naam Appaliunas of Apalunas voor, waarschijnlijk nauw verwant met Apollon.[2]

Hij schijnt oorspronkelijk een god van de kudden (Apollon Karneios en Smintheus) geweest te zijn, die niet enkel de patroon was van de herders (Apollon Agreus en Nomios), maar ook van hun vijand, de wolf (Apollon Lykios). Zijn bescherming van het boogschieten (Apollon Hekatos), de geneeskunde (Apollon Paian) en de muziek (Apollon Musagetes) stond waarschijnlijk in verband met zijn functie als herdersgod.

Geboorte[bewerken]

Apollon was de zoon van Zeus en Leto en de tweelingbroer van Artemis. Toen Leto zwanger was werd zij door Hera, de jaloerse echtgenote van Apollons verwekker Zeus, lange tijd vervolgd. Ze kon geen schuilplaats vinden om de geboorte van haar kinderen rustig af te wachten.

Bijnamen en functies[bewerken]

Wegens zijn uitgebreide en veelomvattende werkkring ontstonden er voor Apollon vele namen en epikleses.

Apollon Karneios[bewerken]

Apollon Karneios (een Oud-Grieks woord voor ram) geldt als de god van de schaapskudden onder de Dorische stammen. Volgens de legende stonden de Doriërs eens op het punt om, onder aanvoering van de Herakliden uit Naupaktos, naar de Peloponnesos over te steken toen Hippotes, een van de Heracliden, de ziener Karnos doodde, die een geliefde van Apollon was. Daarna was de pest over het leger gekomen. De ziekte verdween pas nadat Hippotes was verdreven en de woede van Apollon door de instelling van een feest werd verzoend. De Spartanen vierden dit feest, de Karneia genaamd, ter herinnering aan de hulp die de god hun had bewezen door hen naar de Peloponnesos te geleiden.

Apollon Smintheus[bewerken]

Apollon had zelf ook runderen, die weidden in Pierië aan de voet van de Olympos. Ook de velden en veldvruchten stonden onder Apollons bescherming.

Apollon Agreus[bewerken]

Apollo hield zich ook veel bezig met de jacht, gewoonlijk samen met zijn zuster Artemis. Uit de hoorns van wilde geiten, die Artemis op de Kynthos gedood had, bouwde hij zijn eerste altaar. Als jager heeft Apollon de bijnaam Agreus.

Apollon Nomios[bewerken]

Als schaapherder heeft Apollon de bijnaam Nomios gekregen. Hij zou als herder hebben gediend bij Laomedon en bij Admetos.

Apollon Lykios[bewerken]

Apollon Lykios (Romeinse kopie van een 4e-eeuws Grieks origineel, Louvre).

Apollon werd onder de bijnaam Lykios tevens vereerd als licht- en zonnegod, niet alleen in Griekenland, maar vooral ook op de kusten van Klein-Azië. Het Klein-Aziatische landschap Lycië is waarschijnlijk naar hem vernoemd.

Apollon Hekatos[bewerken]

Als boogschutter heette hij gewoonlijk Hekatos, Hekatebolos of Hekabolos (vertreffende) of de door zijn boog beroemde, of de god met de zilveren boog, die hij van Hephaistos had gekregen. Apollons pijlen misten hun doel nooit. Tot de overmoedigen die zodoende gestraft werden behoorden onder wie Niobe en haar kinderen, het leger van de Grieken voor Troje, de Cyclopen, Eurytos, Otos en Ephialtes en de Giganten.

Apollon Pythios[bewerken]

Reeds kort na zijn geboorte doodde Apollon met zijn pijlen de draak Python, die het heiligdom Pytho nabij de berg Parnassus onveilig maakte. Vanwege deze overwinning kreeg Apollon de bijnaam Pythios, 'de Pythische'. Hij zou van dit heiligdom het zijne maken, dat bekend werd als orakel van Delphi. Hij werd op de Pythische Spelen onder deze naam vereerd.

God van de voorspelling[bewerken]

Het Didymaion te Didyma

De belangrijkste eigenschap van Apollon openbaart zich in zijn gave van de voorspelling. Bij zijn geboorte had hij de woorden "Ik zal de onbedrieglijke wil van Zeus verkondigen" uitgesproken. Hij stichtte ook de beroemde tempel te Delphi, en nam er bezit van het oude orakel van Gaia (de Aarde).

Apollon Archigetes[bewerken]

Omdat ten gevolge van die uitspraken van het Delphische orakel zeer dikwijls de stichting van steden of de uitzending van koloniën werd ondernomen, werd hij ook vereerd als Apollon Archigetes (leider van de kolonisten).

Zo zou Apollon Kretenzische of Arcadische kolonisten geholpen hebben de stad Troje te stichten, wat zijn pro-Trojaanse houding in de Ilias verklaart. Het zou ook Apollon zelf zijn geweest, die de Doriërs op hun tocht door Griekenland naar kedaimon, Messene en andere steden van de Peloponnesos geleidde; tal van steden, over de ganse wereld verspreid, beschouwde hem als haar eigenlijke stichter en noemde zich naar hem Apollonia.

God van de stad[bewerken]

In de steden zelf baande hij de wegen en straten. Vandaar zijn bijnaam Aguieus. Voor iedere woning stond een vierhoekig steenblok, hem gewijd, en waar de geringe breedte van de straat die plaatsing niet gedoogde, schilderde men het op de muur. Als beschermer van de markten droeg hij de bijnaam van Agoraios. Met Laomedon bouwde hij de muren van Troje, met Alkathoös die van Megara.

Apollon Amyklaios[bewerken]

De eredienst van Apollon Amyklaios had vooral in de Laconische stad Amyklai haar zetel. Deze was reeds bij de eerste bewoners van Laconië in zwang geweest, ging vervolgens op de Achaeërs over en daarna op de Doriërs.

Deze dienst stond in verband met de dood van Hyakinthos, ter wiens ere in de heetste zomertijd, in de hondsdagen, door de Spartanen te Amyklai de Hyakinthiën werden gevierd. Hyakinthos, een zoon van Amyklas, was een geliefde van Apollon, maar hij werd door deze per ongeluk bij het spel met de discus (werpschijf) gedood (ofwel door het lot, ofwel door de afgewezen minnaar Zephyros). Zijn graf bevond zich onder het altaar en het beeld van de god. De eerste dag van de Hyakinthiën was een treurfeest ter herinnering aan de treurige dood van Hyakinthos, maar de tweede dag een vrolijk feest waarop herdacht werd, hoe hij door Apollon ten hemel was gevoerd en dus door de dood een nieuw, een heerlijker leven was ingegaan.

Apollon Delphinios[bewerken]

Apollon Delphinios is de leidsman over zee. Evenals hij als Agyieus (cf. supra) de straten en wegen veilig maakt, zo effent hij als Delphinios de paden van de zee in de lente, het begin van het jaargetijde van het licht. De donkere wolken breekt hij door de kracht van zijn licht en hij zendt de dolfijnen als vriendelijke begeleiders tot de stervelingen, die de zee bevaren, om hun voorspoed te verkondigen. Aan zeekusten werd hij in hoge mate vereerd; zeer vele van de schoonste tempels van Apollon waren in de nabijheid van de zee gelegen.

Phoibos Apollon[bewerken]

Vanaf ca. 410-400 v.Chr. ontstond de filosofische gedachte van Apollon als god van de zon, die men als Phoibos beduidde.[3] Deze bijnaam zou hij ook hebben ontleend aan zijn grootmoeder Phoibe en de betekenis van "profeet" hebben gehad.[4] Ten tijde van Homeros was deze functie echter weggelegd voor de godheid Helios, die later zou opgaan in Apollon onder de naam Apollon Helios. Desondanks bleven Apollon en Helios in mythologische en mythologische teksten aparte godheden.[5]

Relatie met goden en mensen[bewerken]

Een mozaïek uit de 4e eeuw te Paphos
Artemis Bendis, Apollon, Hermes en een jonge krijger (Apulische roodfigurige buikvormige krater, ca. 380–370 v.Chr., Louvre).

Volgens bepaalde sagen onderhield Apollon nauwe banden met de in het verre Noorden wonende Hyperboreërs. Dit soort verhalen zijn mogelijk afkomstig van reizigers die het betreffende gebied hadden bezocht. De mythe wil dat Apollon zijn tijd verdeelde tussen de Hyperboraiers, bij wie hij 's winters verbleef, en de Grieken, bij wie hij 's zomers was.

Amoureuze relaties en kinderen[bewerken]

Apollon had, als een knappe jonge god, vele liefdesavontuurtjes met zowel nimfen als sterfelijke vrouwen. Eens had hij liefde opgevat voor Daphne, de dochter van de riviergod Peneus, die echter niets voor hem voelde. Terwijl zij op de vlucht was om aan zijn avances te ontsnappen, vroeg zij haar vader om haar van gedaante te doen veranderen om van hem af te komen. En zo geschiedde. De nimf veranderde in een laurierboom, die voortaan gewijd werd aan Apollo.

Hij verwekte de heros Ion, stamvader van de Ioniërs, bij Creüsa, dochter van de Attische koning Erechtheus, die hij had verleid. De heros Asklepios was zijn zoon uit zijn relatie met de Thessalische Koronis. Hij stichtte ook de stad Kyrene, nadat hij de atletische nimf Kyrene, op wie hij verliefd was, had ontvoerd naar die plek in Libië waar deze stad zou worden gesticht. Met haar zou hij een zoon hebben, Aristaios genaamd.

Behalve zijn avonturen met vrouwen hield de god er ook relaties met mooie mannen op na waarvan de meest bekende die met Hyakinthos en Kyparissos zijn. Toen ze tot grote droefheid van Apollon stierven, veranderde hij de eerstgenoemde in een bloem (gelijkend op onze hyacint), de tweede in een boom, de cipres.

Zijn minst succesvolle avontuurtje was met de Trojaanse prinses Cassandra, die eerst instemde met hem het bed te delen in ruil voor de gave van de toekomstvoorspelling, maar zodra Apollon haar wens had vervuld, weigerde haar belofte na te komen. Omdat Apollon een verleende gave niet meer ongedaan kon maken, voegde hij als straf aan haar gave de beperking toe dat niemand haar voorspellingen zou geloven.

In de beeldende kunst[bewerken]

De Apollon van Belvedère (Romeinse kopie van een Grieks origineel van ca. 330–320 v.Chr., Vaticaans Museum).

Apollon wordt gewoonlijk voorgesteld als een jeugdige god, lang, sterk en knap, met majestueuze, opgeruimde blik en het hoofd bedekt met rijk golvende, blonde lokken. De oudere kunst gaf hem het uiterlijk van een man van rijpe leeftijd, met krachtige lichaamsbouw en strenge gelaatstrekken, maar baardeloos; de latere Griekse kunst stelde hem meestal voor als een jongeman.

Het beroemdste beeld van Apollo, dat tot op onze tijd is bewaard gebleven, is de Apollo van Belvedère, die in het jaar 1503 bij Antium aan de kust van Midden-Italië, het tegenwoordige Nettuno werd opgegraven. Onzeker is het of de kunstenaar de god heeft willen afbeelden met een boog in de linkerhand, dan wel met de aigis en in het midden daarvan de Medusakop.

Attributen[bewerken]

Van de bomen was, zoals we zagen de laurier hem boven alle geheiligd; van de dieren: de wolf, de hinde, de zwaan, de dolfijn, de raaf, de kraai en de slang(geneeskunde). Zijn gewone attributen zijn boog en pijlen, een lauwerkrans, de citer en de lier.

Zijn voornaamste tempels waren de reeds genoemde te Delphi, op Delos, verder te Amyklai en te Klaros nabij Kolophon.

Zie ook[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. R.S.P. Beekes, The Origin of Apollo, in JANER 3 (2003), pp. 1–21.
  2. Merk op dat Apollon in de Ilias ook als beschermgod van Troje wordt genoemd (zie ook C. Watkins, How to Kill a Dragon: Aspects of Indo- European Poetics, New York, 1995, p. 149.).
  3. Heraclitus, fr. 860, Timotheus, fr. 800.
  4. Aeschylus, Eumenides 1.
  5. Voor de iconografie van het zogenaamde "Alexander-Helios"-type, zie H. Hoffmann, Helios, in Journal of the American Research Center in Egypt 2 (1963), pp. 117–123.

Referenties[bewerken]

Verder lezen[bewerken]

Stamboom[bewerken]

 
 
 
 
Uranus
 
 
 
Gaea
 
 
 
Pontus
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Hyperion
 
Theia
 
Kríos
 
Eurybia
 
Okeanos
 
Tethys
 
Koios
 
Phoibe
 
Kronos
 
Rhea
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Helios
 
Selene
 
Eos
 
Astraeus
 
Pallas
 
Styx
 
Perses
 
Asteria
 
Leto
 
Mnemosyne
 
Themis
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Nikè
 
Bia
 
Kratos
 
Zelus
 
Hekate
 
Artemis
 
Apollon

Externe links[bewerken]