Arabisch-Israëlisch conflict

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Arabisch-Israëlisch conflict
 Arabische landen  landen die in oorlog zijn geweest met Israël  Israël  Palestina (Westelijke Jordaanoever en Gazastrook)

 Arabische landen

 landen die in oorlog zijn geweest met Israël

 Israël

 Palestina (Westelijke Jordaanoever en Gazastrook)

Datum 15 mei 1948 - heden
Locatie Midden-Oosten
Casus belli Stichting van de staat Israël
Verdrag Camp Davidakkoorden (1978)
Oslo-akkoorden (1993)
Strijdende partijen
Vlag van Israël Israël Vlag van Palestina Palestina
Vlag van Egypte Egypte (1948–1978)
Vlag van Libanon Libanon
Vlag van Syrië Syrië
Vlag van Jordanië Jordanië (1948–1994)
Vlag van Irak Irak
Vlag van Saoedi-Arabië Saoedi-Arabië
Vlag van Jemen Jemen
Hamas
Hezbollah
Verliezen
> 100.000

Het Arabisch-Israëlisch conflict, ook wel het Israëlisch-Arabisch conflict genoemd, is een vaak gebruikte aanduiding voor de onenigheid die bestaat tussen Israël en omringende Arabische landen en daarbij betrokken volkeren, waaronder de Palestijnen, en de erbij betrokken organisaties. Het kernprobleem in dit conflict is de zogeheten Palestijnse kwestie, waarbij het gaat om de kwestie of[1] het grondgebied van het Britse Mandaatgebied Palestina ten westen van de Jordaan toebehoort aan de (overwegend islamitische) Arabischtalige Palestijnen, aan de (overwegend joodse) Israëliërs of dat er twee staten dienen te komen, voor elk van beide etniciteiten een staat (de Tweestatenoplossing) en zo ja, hoe dat dan gerealiseerd kan worden.

Achtergrond[bewerken]

Nadat na de Eerste Wereldoorlog de Britten het mandaat over Palestina hadden gekregen ontstonden conflicten tussen de Palestijnse inwoners en de voornamelijk zionistische Joodse immigranten, die daar uit andere delen van de wereld naar toe emigreerden. Op grond van de Balfourverklaring mocht daar "een Joods tehuis" gerealiseerd worden. Vanwege de massale immigratie was al in 1921 het oostelijke Transjordanië afgesplitst van het totale Britse mandaatgebied. Door het op 14 mei 1948 eenzijdig uitroepen door de zionistische leiders van een eigen staat, Israël, in het overgebleven deel van het Mandaatgebied Palestina ten westen van de Jordaan, de daarop volgende oorlogen en de bezetting van de overige Palestijnse gebieden door Israël werden de conflicten tussen die staat en de Palestijnen heviger. Daarbij werden ook de omringende Arabische landen betrokken. De in 1945 opgerichte organisatie Verenigde Naties, waarin de Verenigde Staten een grote rol spelen, probeert sindsdien hiervoor een oplossing te bewerkstelligen.

Chronologie[bewerken]

Hieronder staat een lijst van opeenvolgende gebeurtenissen die ten dele of geheel tot dit conflict behoren:

  • Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948 of Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog (1947-1949). De aanleiding tot deze oorlog was het einde van Britse mandaat en de terugtrekking van de Britse troepen op 15 mei 1948, terwijl er over het verdelingsvoorstel resolutie 181 van de Verenigde Naties nog geen overeenstemming was bij beide partijen. Conform dat VN-verdelingsplan immers was het Mandaatgebied Palestina voor ruim 50% aan de Joden toegewezen, en voor minder dan 50% aan de Arabische meerderheid, terwijl Jeruzalem een aparte status moest krijgen. Niettemin werd door David Ben-Gurion op 14 mei 1948 in Tel Aviv de staat Israël uitgeroepen. De omringende Arabische landen vielen daarop het voormalige mandaatgebied binnen. Op dat moment waren reeds 200.000 Palestijnen van huis en haard gevlucht/verdreven uit het aan Joden toegedachte deel dat daarop door Israël veroverd werd, inclusief het westelijke deel van Jeruzalem. Jordanië bezette vervolgens het resterende gebied, de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem, terwijl Egypte de Gazastrook bezette. Na negen maanden gaven de Arabische landen de strijd op. Meer dan 700.000 Palestijnen waren verdreven of gevlucht.[2][3] Van vóór de oprichting van de staat Israël tot 1976, ruim na de Arabisch-Israëlische oorlogen, zijn vanuit Arabische landen ongeveer 850.000 Joden naar Israël gemigreerd of gevlucht.[4][5]
  • Suezcrisis (1956). Gamal Abdel Nasser, de tweede president van Egypte, nationaliseerde het Suezkanaal. Israël, Groot-Brittannië en Frankrijk vielen daarop samen Egypte aan, maar werden door de Verenigde Staten teruggeroepen. De oorlog werd een politieke overwinning voor Nasser.
  • Zesdaagse Oorlog (1967). Israël voerde een verrassingsaanval uit op Egypte en Syrië als reactie op de blokkade van de Golf van Akaba (de enige zeeweg die Israël met Azië verbindt) door Nasser, en de Egyptische militaire voorbereidingen op het schiereiland Sinaï. Jordanië, gebonden aan een defensieverdrag met Egypte, nam ook deel aan de oorlog. Binnen zes dagen waren de Arabische landen verslagen en bezette Israël de Westelijke Jordaanoever, de Syrische Hoogten van Golan, de Gazastrook en het schiereiland Sinaï. Vele Palestijnen werden daarbij uit hun woongebieden verdreven.
  • Uitputtingsoorlog (1967-1970). Egypte trachtte met deze oorlog de in de Zesdaagse Oorlog verloren Sinaï terug te winnen en werd daarbij militair gesteund door onder meer de Sovjet-Unie. Nadat Nasser aan een hartaanval was gestorven, trok zijn opvolger Sadat de Egyptische troepen terug.
  • Jom Kipoeroorlog (1973). Egypte en Syrië voerden een verrassingsaanval uit op Israël in een poging de door Israël in 1967 bezette gebieden te heroveren. De oorlog duurde een maand, kostte veel geld en materiaal, maar leverde territoriaal gezien weinig op. Egypte pakte een deel van de Sinaï-woestijn terug. Militair gezien behaalde Syrië aanvankelijk successen in de Hoogten van Golan, maar werd daarna teruggedrongen door het oprukkende Israelische leger. Bij het staakt-het-vuren stond Israel de veroverde gebieden in Syrië af en gaf ook de stad Al-Qunaitra, gelegen in de Golan-hoogte terug.[6]
  • Operatie Litani (1978) in Zuidelijk Libanon.
  • Libanonoorlog (1982). Israëlische invasie in Libanon.
  • Eerste Intifada (1987-1993). In de bezette Palestijnse gebieden brak een grote opstand uit, die wereldwijd media-aandacht kreeg.
  • Tweede Intifada of Al-Aqsa Intifada (2000-2005). Opnieuw braken er grote opstanden uit onder de Palestijnen naar aanleiding van een bezoek van Ariel Sharon aan de Tempelberg, waar zich ook de Al-Aqsamoskee bevindt. Het aantal slachtoffers was daarbij vele malen hoger dan tijdens de Eerste Intifada.
  • Israëlisch-Libanese Oorlog (2006). Israël viel Libanon binnen en bombardeerde grote delen van het land als reactie op de ontvoering van twee Israëliërs door de Libanese groepering Hezbollah. Hierbij werden 1109 mensen gedood, hoofdzakelijk Libanese burgers[7]
  • Conflict in de Gazastrook 2008-2009. Israël bombardeerde onder de naam "Operatie Gegoten Lood" drie weken lang (27 december 2008 - 18 januari 2009) de door Hamas bestuurde Gazastrook en voerde bovendien een grondoffensief uit. Deze militaire operatie, die begon op 27 december 2008, was een reactie op jarenlange raket- en mortieraanvallen van Palestijnse groeperingen -vanaf 2007 van Hamas- vanuit de Gazastrook. Nadat Israël zich in 2005 daaruit had teruggetrokken, hadden er ongeveer 6000 beschietingen plaatsgevonden waarbij aan Israëlische zijde 28 slachtoffers waren gevallen.[8] Deze beschietingen echter waren op hun beurt weer reacties op de economische en sociale blokkade vanwege de militaire bezetting door Israël[9], én de voorafgaande operaties van het Israëlische leger tussen 2004 en 2008, waarbij in totaal meer dan 300 Palestijnen waren gedood en ruim 450 gewond waaronder een groot aantal kinderen en aan Israëlische zijde 6 doden (3 militairen en 3 burgers).[10][11][12][13] Tijdens deze Operatie Gegoten Lood vielen nu aan Palestijnse kant meer dan 1300 dodelijke (meest burger-)slachtoffers (waaronder 169 kinderen), en ongeveer 5400 gewonden, terwijl er aan Israëlische kant 13 slachtoffers (3 burgers en 10 militairen) waren.[14] De infrastructuur werd grotendeels verwoest, waaronder 50 gebouwen van de V.N.[15] De Israëlische actie eindigde op 18 januari 2009, maar ook na die datum bleven over en weer nog aanvallen plaatsvinden.
  • Conflict in de Gazastrook 2012. Een escalatie van het conflict ontstond na een bezoek van de emir van Qatar aan Gaza op 10 november 2012.[16] Het Israëlische leger begon op 14 november 2012 met een militaire operatie, genaamd Operatie Wolkkolom (Engels: Operation Pillar of Defense/Operation Pillar of Cloud) en voerde luchtaanvallen uit op posities van Hamas in de Gazastrook en doodde Hamasleider Ahmed Jabari. Op 21 november 2012 werd er een wapenstilstand gesloten.
  • Conflict in de Gazastrook 2014. Er ontstonden weer spanningen tussen Israël en de Palestijnen als gevolg van mislukte vredesonderhandelingen in april 2014 en ontvoeringen en moorden op Joodse en Palestijnse tieners op de Westelijke Jordaanoever in juni 2014. Als vergelding voerde Israël tientallen luchtaanvallen uit op de Gazastrook welke weer door Palestijnse raketten van Hamas werden beantwoord.[17] Op 8 juli begon Israël in het noorden van de Gazastrook ook een grondoffensief -Operation Protective Edge- met het doel de Palestijnse infiltratietunnels en raketlanceerinstallaties uit te schakelen. Bij deze operatie van zeven weken vielen meer dan 2100 Palestijnse doden, grotendeels burgers, en raakten meer dan 10.850 Palestijnen gewond, waaronder 3300 kinderen en meer dan 2000 vrouwen. Meer dan 17.000 gebouwen werden verwoest door met name luchtaanvallen. Aan Israëlische zijde vielen 73 doden (7 burgers en 66 militairen)[2] en raakten meer dan 500 personen gewond (450 soldaten en 80 burgers).

Militaire steun aan de strijdende partijen[bewerken]

Door de jaren heen hebben de strijdende partijen van wisselende landen ondersteuning gehad.

Na de oprichting van de staat Israël werd deze erkend door de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Tijdens de oorlog van 1948 kreeg Israël belangrijke wapenleveranties uit Tsjecho-Slowakije, terwijl Transjordanië (dat haar Arabisch Legioen, geleid door Britse officieren, alleen voor de Oude Stad van Jeruzalem/ al-Quds inzette) door Groot-Brittannië werd gesteund. Sinds de jaren van de Koude Oorlog ontving Israël steun van Frankrijk (tot de Zesdaagse Oorlog van 1967, toen Charles de Gaulle de hulp stopzette) en daarna van de Verenigde Staten, terwijl de Sovjet-Unie belangrijke steun verleende aan Egypte en Syrië. Na de Jom Kipoeroorlog verslechterde de relatie tussen Egypte en de Sovjet-Unie en kreeg Egypte militaire steun uit de Verenigde Staten, evenals Jordanië. Hamas en Hezbollah worden door Iran met wapenleveranties ondersteund. In de Arabische wereld is Israël alleen erkend door Egypte, Jordanië en de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO). Sinds de oprichting van de Arabische Liga in 1945 wordt Israël door andere Arabische landen geboycot.[bron?] Sinds de Zesdaagse oorlog (1967) tot 2014 kreeg Israël meer dan 121 miljard dollar aan militaire steun van de Verenigde Staten. In september 2016 werd bekend dat de VS, onder voorwaarden, verspreid over de komende tien jaar 38 miljard dollar steun aan Israël zou gaan geven.[18] Resoluties van de Verenigde Naties om tot een oplossing te komen voor het conflict zijn niet of nauwelijks nagevolgd. Israël wordt meest gesteund door de Verenigde Staten.[19]

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Nederlandstalig[bewerken]

Engelstalig[bewerken]

Duitstalig[bewerken]

Franstalig[bewerken]