Arabische slavenhandel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De belangrijkste slavenroutes gedurende de middeleeuwen in Afrika
19e-eeuwse afbeelding van een Arabische slavenkaravaan in de Sahara
Bantoeslavin in Somalië (1882 of 1883)
Zanzibar: het oude fort in Stone Town, gebouwd vanaf 1698

De Arabische slavenhandel was de handel in slaven in het Midden-Oosten en Noord- en Oost-Afrika, voornamelijk tussen 650 en 1900. Het grootste deel van die handel betrof zwarte Afrikanen, maar ook blanken werden als slaaf verhandeld door onder meer Barbarijse zeerovers. Daarnaast werden er grote aantallen Slaven uit Oost-Europa verhandeld, de zogenaamde Saqaliba.

De zwarte slaven kwamen vooral uit Oost-Afrika en werden door Arabische handelaren door de Sahara en over de Rode Zee en de Indische Oceaan naar het Midden-Oosten vervoerd.[1]

Geschiedenis en omvang[bewerken]

De geschreven geschiedenis van de Arabische slavenhandel in Afrika begon in het jaar 652, toen generaal en emir Abdallah ben Said de overwonnen koning Khalidurat van Makuria een verdrag liet tekenen, waarin onder meer werd vastgelegd dat de overwonnen koning de Arabieren jaarlijks 300 slaven moest leveren.

Zwarte slavernij kwam al in de 9e eeuw voor in het zuiden van het huidige Irak. De Zanj, die op de zoutpannen moesten werken, kwamen in 869 in opstand. Pas in 883 kon deze opstand definitief worden onderdrukt. Hierna werd het aantal slaven in Irak lager gehouden om een herhaling van de slavenopstand te voorkomen.

Van de 17e tot de 19e eeuw was het eiland Zanzibar onder de heerschappij van de sultan van Oman het centrum van de Oost-Afrikaanse slavenhandel. Deze handel bereikte zijn hoogtepunt in de 19e eeuw.

De Arabisch-Afrikaanse slavenhandel is ouder dan de Europese en heeft eveneens een zeer grote omvang gekend. De Arabisch-Afrikaanse slavenhandel startte rond de 6e eeuw n.Chr. en eindigde in de 20e eeuw. De schattingen van de handel via de Sahara, de Rode Zee en de Indische Oceaan zijn vele malen onnauwkeuriger dan die van de trans-Atlantische slavenhandel. Deze schattingen zijn veelal gebaseerd op het werk van Austen.[2] In zijn laatste werk gaat hij voor de periode 800–1900 uit van zo'n tien miljoen mensen.[3] Vooral de schattingen van voor 1600 zijn zeer onnauwkeurig en kunnen variëren van twee derde tot het dubbele. Alleen de aantallen uit de negentiende eeuw zijn enigszins betrouwbaar, maar nog niet van het niveau van de gegevens over de trans-Atlantische slavenhandel.[4] Paul Bairoch dacht dat het aantal sterk onderschat was en kwam tot 14-15 miljoen Afrikanen door de Arabieren, tegen 11 miljoen via de trans-Atlantische slavernij.[5]

Afschaffing[bewerken]

Een belangrijke stap in de afschaffing van de Arabische slavenhandel werd gezet na de Tweede Barbarijse Oorlog, nadat een gezamenlijk Brits en Nederlands marine-eskader Algiers had gebombardeerd en de daar aanwezige slaven had bevrijd, de beis van Algiers, Tunis en Tripoli gedwongen werden een eind te maken aan de Barbarijse piraterij en het tot slaaf maken van christenen. Nadat Frankrijk in 1890 Frans-Soedan had gekoloniseerd werd de slavernij in 1905 afgeschaft. In 1956 werd openlijke slavenverkoop gemeld in Djibouti, waar uit Tsjaad afkomstige stammen werden verkocht. In 1924 werd de slavernij afgeschaft in Irak, in 1937 in Bahrein, in 1949 in Koeweit en in 1952 in Qatar. In Jemen werd de slavernij afgeschaft in 1962. In datzelfde jaar schafte ook prins Faisal van Saoedi-Arabië in strijd met zijn broer koning Saoed de slavernij af en compenseerde 1682 eigenaren van slaven. Op dat moment telde Saoedi-Arabië nog tussen de 100.000 en 250.000 slaven.[6] Als laatste land in de regio schafte Oman in 1970 de slavernij af.

Belangrijke handelsplaatsen en havens[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]