Arbeiders Jeugd Centrale

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Arbeiders Jeugd Centrale (AJC) (1918-1959) was een socialistische jeugdbeweging, opgericht door de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) en het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV).

De AJC had tot doel de arbeidersjeugd op te voeden en te ontwikkelen. Het socialistisch cultuurideaal werd gerealiseerd met traditionele omgangsvormen, zonder drank en tabak, en met lichaamsbeweging, volksdans, muziek en lekenspel. De Paasheuvel in Vierhouten was een bekend kampeer- en samenkomstterrein van de AJC. Kaderblad was: De Kern (met bijblad Het Signaal).

Voor het grote aantal brochures, bladen en ander drukwerk dat werd uitgegeven door de AJC, was Fré Cohen (1903-1943) verantwoordelijk voor het tekenen van de omslagen en de lay-out.

Koos Vorrink (1891-1955) was een bezielend leider van de AJC. Van 1927 tot 1934 was hij landelijk voorzitter. Hij vroeg de oud-onderwijzer en musicus Piet Tiggers (1891-1968) voor de opbouw van het muziekwerk in de AJC; diens echtgenote Line verzorgde het volksdansen op de leiderscursussen.

Muziekbundel De merel door Piet Tiggers

De AJC-leden waren verdeeld in Rode Wachten (oudere leden) en Rode Valken, na de Tweede Wereldoorlog "Rode Wachten", Trekvogels en Zwaluwen. Alle groepen hadden hun eigen regels en symbolen.

In de jaren vijftig liep het ledental van de AJC sterk terug en in februari 1959 werd besloten de organisatie op te heffen. In maart 1959 werd AJC opgevolgd door Jeugd en Jongeren Centrum "Ruimte".

Literatuur (selectie)[bewerken]

  • G.J. Harmsen, Blauwe en rode jeugd: een bijdrage tot de geschiedenis van de Nederlandse jeugdbeweging tussen 1853 en 1940. Assen, 1963. Dissertatie Universiteit van Amsterdam.
  • G.M. Naarden, Onze jeugd behoort de morgen: geschiedenis van de AJC in oorlogstijd. Amsterdam, 1989.
  • A.A. van der Louw, Rood als je hart: 'n geschiedenis van de AJC. Amsterdam, 1974.
  • J. Meilof, Een wereld licht en vrij: het culturele werk van de AJC 1918-1959. Amsterdam, 1999.
  • A.D. Steensma, De dwarsfluiter: de konsekwenties van een kreativiteit. Heenvliet-Amsterdam 1971.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]