Arbeidsdeling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Arbeidsdeling binnen een groep in het Stenen Tijdperk. Viktor Vasnetsov, negentiende eeuw)

Arbeidsdeling is het opsplitsen van taken of arbeid. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen maatschappelijke arbeidsverdeling en technische arbeidsdeling. Bij maatschappelijke arbeidsverdeling worden hoofdtaken verdeeld in subtaken, bij technische arbeidsdeling worden ook die subtaken verdeeld in eenvoudige handelingen. Dit maakt specialisatie mogelijk, waardoor een grotere productiviteit bereikt kan worden. Van internationale arbeidsverdeling is sprake als arbeid wordt verdeeld tussen landen. Ook onder dieren is wel sprake van arbeidsverdeling, zoals bij sociale insecten.

Maatschappelijke arbeidsverdeling[bewerken]

In elke samenleving is een bepaalde mate van arbeidsverdeling. In primitieve samenlevingen kan deze nog zeer beperkt zijn, terwijl deze in de moderne maatschappij ver is doorgevoerd. Een voorbeeld van maatschappelijke arbeidsverdeling is het opsplitsen van de hoofdtaak van voedselvoorziening in het verbouwen van graan en het bakken van brood. Met de arbeidsverdeling treedt een verlies van autarkie of zelfvoorziening op. Hiertoe wordt over het algemeen gebruikgemaakt van handel via de markt.

Internationale arbeidsverdeling[bewerken]

Als men op een bepaalde plaats beter is in de productie van een artikel en op een andere plaats beter in een ander artikel, dan hebben beide partijen voordeel bij handel. Dit principe staat bekend als absoluut voordeel en werd bekend door Adam Smith. Maar zelfs als het ene land beter in staat is om beide producten te maken dan een ander land, loont het om zich te specialiseren in het product waar men het grootste voordeel mee heeft en het andere product uit het andere land te halen. Dit noemde Ricardo het comparatief voordeel.

Hoewel deze twee principes betekenen dat het gehele land er op vooruitgaat bij vrijhandel, geldt dit niet noodzakelijk voor groepen binnen een land. Indien men werkt in een bedrijfstak die de internationale concurrentie niet aankan en niet omgeschoold kan worden, dan kan er wel degelijk sprake zijn van lokale nadelen. Hetzelfde geldt uiteraard als men in die bedrijfstakken heeft geïnvesteerd. Vanuit deze hoek zal dan ook vaak worden aangedrongen op protectionistische maatregelen.

Technische arbeidsdeling[bewerken]

De technische arbeidsdeling werd niet voor het eerst beschreven in het in 1776 gepubliceerde The Wealth of Nations van Smith, maar het is wel het meest bekende voorbeeld.[1] Hij gaf hierin het voorbeeld van een speldenfabriek: waar één man zeker niet in staat zou zijn om 20 spelden per dag te maken, waren tien man in staat om in een dag 48.000 spelden te maken door de taken te verdelen. Deze productie is dusdanig hoog dat deze niet lokaal afgezet kan worden, zodat specialisatie handel over grotere afstanden stimuleert. Smith stelde dan ook:

The greatest improvement in the productive powers of labour, and the greater part of the skill, dexterity, and judgment with which it is any where directed, or applied, seem to have been the effects of the division of labour.

Tegelijk zag hij ook de nadelen van het steeds maar weer uitvoeren van repeterende werkzaamheden en zag de overheid als de instantie die hier tegen op kan treden:

He [...] generally becomes as stupid and ignorant as it is possible for a human creature to become. [...] But in every improved and civilized society this is the state into which the labouring poor, that is, the great body of the people, must necessarily fall, unless government takes some pains to prevent it.[2]

Ook Marx was deze mening toegedaan, hij zag arbeidsdeling als de oorzaak van uitbuiting en vervreemding. Met de opkomst van arbeidsdeling in de primitieve maatschappij, zo betoogde Marx, kwam de klassenmaatschappij tot stand en daarmee sociale ongelijkheid. Door de arbeidsdeling konden bepaalde groepen zich als heersers opstellen en profiteren van de vruchten van andersmans arbeid.

Daarentegen stelde Durkheim dat arbeidsdeling de onderlinge afhankelijkheid vergrootte en het besef dat de verschillende functies elkaar aanvullen. Hierdoor zou een nieuwe solidariteit ontstaan, waarbij de sociale pressie afneemt. De maatschappij wordt dan niet meer mechanisch, maar organisch bij elkaar gehouden.

In de wetenschappelijke bedrijfsvoering van Taylor is de arbeidsdeling ver doorgevoerd.

Oorzaken toename productiviteit[bewerken]

Smith zag drie oorzaken voor het toenemen van de productiviteit door arbeidsdeling:

  • toename van vaardigheid door het veelvuldige uitvoeren;
  • tijdsbesparing doordat er niet omgeschakeld hoeft te worden naar een andere activiteit;
  • mechanisatie waardoor een persoon het werk van velen kan doen.[3]

Literatuur[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Smith zou zijn voorbeeld hebben uit het artikel L’épingle uit de Encyclopédie (1755) van Diderot en D'Alembert. Opvallend is echter de gelijkenis met het zeven eeuwen oudere voorbeeld voorbeeld van Al-Ghazali in zijn Ihya: Even the small needle becomes useful only after passing through the hands of needle-makers about twenty-five times, each time going through a different process. Hosseini (1995)
  2. The man whose whole life is spent in performing a few simple operations, of which the effects are perhaps always the same, or very nearly the same, has no occasion to exert his understanding or to exercise his invention in finding out expedients for removing difficulties which never occur. He naturally loses, therefore, the habit of such exertion, and generally becomes as stupid and ignorant as it is possible for a human creature to become. The torpor of his mind renders him not only incapable of relishing or bearing a part in any rational conversation, but of conceiving any generous, noble, or tender sentiment, and consequently of forming any just judgement concerning many even of the ordinary duties of private life... But in every improved and civilized society this is the state into which the labouring poor, that is, the great body of the people, must necessarily fall, unless government takes some pains to prevent it. Smith (1776)
  3. This great increase in the quantity of work, which, in consequence of the division of labour, the same number of people are capable of performing, is owing to three different circumstances; first, to the increase of dexterity in every particular workman; secondly, to the saving of the time which is commonly lost in passing from one species of work to another; and, lastly, to the invention of a great number of machines which facilitate and abridge labour, and enable one man to do the work of many. Smith (1776)