Archibald Alexander Gordon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
A. A. Gordon en zijn vrouw Lizzie Maude

Majoor Archibald Alexander Gordon CBE, MVO, (3 september 1867 – 12 Augustus 1949) was een Schots officier die tijdens de Eerste Wereldoorlog de militaire attaché was van Koning Albert I van België, waarbij hij de titel van Kings Messenger kreeg. Hij was de jongere broer van William Eagleson Gordon V.C., wie tijdens de Tweede-Boerenoorlog de Victoria Cross (Britse hoogste militaire onderscheiding) werd toegekend.

Jeugd en Huwelijk[bewerken | brontekst bewerken]

Graf van William Hyde Eagleson Gordon op Etaples Military Cemetery

Archibald Alexander Gordon werd geboren op 3 september 1867 in Bridge of Allan, Schotland, als de tweede zoon van Dr William Eagleston Gordon en Emily Maryann Dick. A. A. Gordon was de jongere broer van William Eagleson Gordon V.C., oudere broer van Robert Aaron Gordon (die overleed in de lente 1903) ezn broer van de twee zussen Emily Mckenzie en Helen Isabelle Gordon. Verder had hij een (half) broer, George Freer (Jr) aan moeders kant. Vader Dr. William E. Gordon overleed onverwachts op 51 jarige leeftijd in 1873. Gordon's moeder verhuisde de familie (met uitzondering van haar oudste zoon) tijdelijk naar Zwitserland. Hier ontmoette A. A. Gordon de welgekende Britse Generaal-Majoor Charles George Gordon (ook gekend als 'Chinese Gordon'). Later keerde de familie terug naar Schotland en genoot Gordon een opleiding aan de Stanley House School, Bridge of Allan; Edinburgh Collegiate School en de University of Edinburgh. Na zijn studies maakte hij een wereldreis waarbij hij de gekende Amerikaanse Generaal William Tecumseh Sherman ontmoette. Hij bezocht Jamaica om de oude plantage van zijn voorvader te bezoeken. Het verbod op de slavenhandel in 1834 zorgde ervoor dat zijn voorvader in armoede stierf. Gordon ontmoette een oude slaaf van de plantage tijdens zijn zoektocht naar het ouderlijk huis. Na zijn terugkomst in America ging hij aan boord van de S.S. City of Paris op 25 Maart 1890 om zijn reis terug naar Groot-Britanië te maken. Hierdoor zal Gordon een getuige worden van de ramp van de S.S. City of Paris, maar kwam er ongeschonden uit.

In 1892 trouwde hij met Lizzie Maude Smith (24 januari 1872 - 13 juli 1929), die de tweelingsdochter was van Generaal-Majoor Edmund Davidson-Smith (27 juni 1832 - 8 september 1916), die de voormalige Assistant Adjutant General in Dublin was. Het koppel kreeg de volgende drie kinderen:

  • William Hyde Eagleson Gordon (23 augustus 1893 – 30 september 1915), tweelingsbroer van Archibald George Ramsay Gordon. Hij studeerde aan Haileybury College en Sidney Sussex College, Cambridge waar hij dienst nam in het leger, bij de Gordon Highlanders in 1914 als Temporary-Lieutenant. Hij kwam aan in Frankrijk op 5 mei 1915 en diende als luitenant in het 8th Battalion, Gordon Highlanders. Hij raakte dodelijk gewond aan het hoofd op 27 september 1915, tijdens de slag om Loos en stierf in Etaples Military Hospital op 30 september 1915 op 22 jarige leeftijd. Hij ligt begraven op het Etaples Military Cemetery in Pas de Calais, grafsteen I.B.17. Lieutenant William Hyde E. Gordon is vermeld op het Sidney Sussex College - Ante Chapel Memorial en het Haileybury College memorial.
  • Archibald George Ramsay Gordon (23 augustus 1893 – 26 december 1893), tweelingsbroer van William H.E. Gordon.
  • Edmund Robert Adam Gordon (25 maart 1896–5 oktober 1932), nam dienst bij het 7th Seaforth Highlanders en werd benoemd tot temporary Lieutenant. In oktober 1915, was hij met zijn battalion gelegen nabij Hill 60 in Ieper toen hij het slachtoffer werd van geelzucht en neurastenie (zenuwzwakte). Major Gordon bezogt vijf veldhospitaals alvorens hij vernam dat zijn zoon was geëvacueerd naar een spoorwegovergang en hier op een trein van het Rode Kruis was geplaatst richting Engeland. Edmund herstelde en keerde terug naar het front. Op 25 augustus 1917, kreeg Majoor Gordon het nieuws dat zijn jongste zoon (Edmund) gewond was geraakt, en leed aan een hevige been- en handwonde. Hij werd verzorgd in het General Hospital N°8 in Rouen en werd hierna overgeplaatst naar het hospitaal van Brighton, waar Majoor Gordon hem later bezocht. De toestand van Edmund verslechterde en hij onderging vele operaties, die uiteindelijk leidde tot de amputatie van een deel van zijn hand en vingers. Edmund werd later terug naar het front gestuurd en overleefde de oorlog. Doch onderging hij vele gezondsheidsproblemen. Hij trouwde in 1926 met zijn vrouw (Vivienne) Robert, in Kensington en kreeg een zoon, Peter. Peter stierf in zijn kleutertijd. Edmund werd later gediagnoseerd met tuberculoise en overleed aan deze ziekte op 5 oktober 1932. Hij staat vermeld op het Haileybury College memorial.
    Major A. A. Gordon in zijn 9th Royal Scots uniform

Leger[bewerken | brontekst bewerken]

A. A. Gordon was een personen die samen met James Ferguson de 9th ( Volunteer Battalion Highlanders), Royal Scots (Lowland Division) oprichtte. Gordon werd benoemd als kapitein op 6 augustus 1900 en werd de eerste bevelhebbende offcier over A-Company (de captain A. A. Gordon Cup werd naar hem genoemd). Tijdens de kroning van Edward VII in 1902 stond hij aan het hoofd van het battalion in de parade te London. Hij werd bevorderd tot majoor op 7 januari 1905 en benoemd tot Brigade-Majoor datzelfde jaar. In mei 1906 diende hij voor één maand in het Black Watch regiment. Hij volgde in het jaar 1905 de Transport Course en de Course of Military Equitation in Aldershot. Tijdens zijn dienst in het battalion werd hij goed bevriend met kapitein - Later Lt. kolonel - James H. Clark, die de bevelhebbende officier over B-company was. Clark werd later de tweede bevelhebber over het battalion nadat Lt. kolonel James Ferguson ontslag nam in 1904. Lt. kolonel James H. Clark sneuvelde tijdens de slag om Ieper, in de Eerste Wereldoorlog op 10 mei 1915, aan het hoofd van het 9th Argyll and Sutherland battalion. Majoor Gordon had het genoegen om generaal Sir Archibald Hunter D.S.O te ontmoeten tijdens zijn aanstelling in de 9th Royals Scots en werd hierdoor mee betrokken in de oprichting van de Queen Victoria School in Dunblane, waarvoor hij later gedecoreerd werd met de Royal Victorian Order - 4th Class. Major A. A. Gordon nam ontslag bij 9th Royal Scots op 26 mei 1906, om zijn taak als privésecretaris van Arthur Wellesley, 4th Duke of Wellington op te nemen. Hij beklede deze positie van 1906 tot zijn pensioen in 1920. Tijdens zijn diensten aan de Duke, had hij het genoegen om de Oostenrijkse Aartshertog Franz Ferdinand te ontmoeten tijdens de begrafenis van Koning Edward VII in 1910.

Voor zijn aanstelling 9th Royal Scots was Major Gordon aangesteld als lid van de Royal Company of Archers, King's Bodyguard for Scotland in 1896.

Eerste Wereldoorlog[bewerken | brontekst bewerken]

Slag om Antwerpen 1914[bewerken | brontekst bewerken]

Tijdens het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, werd A.A. Gordon gevraagd om een fonds op te richten in Engeland voor de Belgische vluchtelingen, gezien hij reeds eerder betrokken was bij het fonds voor de oprichting van het Waterloo monument in België. Gordon haalde veel hulpgoederen op en bracht deze in eigen persoon steeds over het kanaal naar de Belgische regering in Antwerpen. De snelle opmars van het Duitse offensief zorgde ervoor dat de Britse Navy geen schepen meer wou riskeren die de overtocht in het kanaal maakte. Dit zorgde ervoor dat Gordon samen met vele andere Britse officieren kwamen vast te zitten in Antwerpen. In het hotel St. Antoinne, nabij de groenplaats ontmoette Gordon, de toenmalige kolonel en later Generaal Jack Seely (Lord Mottistone). Deze diende in de Special Service en gaf Gordon zijn oude rang van majoor terug en maakte hem zijn ondergeschikte. Samen namen ze deel aan de verkenningen van de Britse troepen en rapporteerde ze aan het Generaal Hoofdkwartier. Op een namiddag, toen beide in een Belgisch hoofdkwartier een vergadering bijwoonde, stormde een Britse artillerie officier de vergadering binnen, met het nieuws dat het laatste fort van Antwerpen in vijandelijke handen was gevallen. Op dit tragische nieuws reageerde de Belgische generaal Victor Deguise met de woorden "C'est fini!". Een grote evacuatie van Antwerpen naar Brugge en Oostende werd bevolen aan de geallieerde troepen. Majoor Gordon en kolonel Jack Seely namen deel aan de evacuaties van de Britse troepen uit de voorlinie. Ze escorteerde de troepen over de pontonbrug van de Schelde en bereikte Brugge via St. Niklaas en St. Gillis Waes waar de troepen op treinen werden geladen. Na zijn aankomst in Oostende, ging Majoor Gordon aan boord de SS Invicta en keerde zo terug naar Engeland. Eens hij voet op eigen bodem nam, ontving hij een telegram om zich meteen te melden bij de First Lord of the Admiraly - Winston Churchill - eens hij in Londen aankwam. Bij zijn aankomst gaf hij een verslag van de gebeurtenissen in Antwerpen en kreeg de tijd tot de volgende dag om een geheel rapport op te maken.

Russische vluchtelingen in Zeebruge[bewerken | brontekst bewerken]

Tijdens zijn verblijf in het St. Antoine Hotel in Antwerpen kwam Majoor Gordon in contact met de Russische prins Nicholas A. Koudacheff. De prins verklaarde aan Majoor Gordon dat zoeen drie tot vierduizend Russische studenten naar Zeebrugge, België waren gebracht vanuit heel Europa, maar dat de Russische regering geen oorlogsship wou sturen om hen te evacueren, om neutraal in het conflict te blijven. Koudacheff vroeg aan Majoor Gordon of hij de situatie wou uitleggen aan de Britse Admiralty en hen om hulp wou vragen, of een van de schepen die gebruikt werden voor Majoor Gordon's vluchtelingenfonds ter beschikking te stellen. Bij zijn terugkeer in London, schreef Majoor Gordon een brief naar de Admiralty om het verzoek, maar verwachtte er weinig van. Tot zijn verbazing werd het verzoek ingewilligd en werden toeristen(stoom)schepen van de Thames ingezet om de Russische studenten op te halen en naar Engeland gebracht, waar zij op een groot vrachtship werden gezet om de reis huiswaarts te nemen. Na de evacuatie ontving Majoor Gordon een prachtige sigarettenhouder met het monogram van Nicolas II in diamanten ingelegd als dank voor zijn verwezelijking. Later ontving Majoor Gordon het ereteken in de Orde van St Anna (2e klasse) in 1917.

Militaire Attaché van Koning Albert I (King's Messenger)[bewerken | brontekst bewerken]

Major Gordon in 1916 met zijn Belgische Brassard
gesigneerde foto geschonken door Koning Albert I aan Major A. A. Gordon

Majoor A. A. Gordon werd gecontacteerd door het Belgisch ministerie van Buitenlandse Zaken, met de vraag of hij de diesten van British Attaché van Koning Albert I wou opnemen. Gordon aanvaarde de opdracht met grote vreugde en fierheid en vertrok hierna naar De Panne, waar de Koning en Koningin op dat ogenblik verbleven. Bij zijn aankomst in De Panne werd hij gevraagd om deel uit te maken van de oprichting van het militair hospitaal L'ocean dat op verzoek van koningin Elisabeth werd opgericht. Deze opdracht zorgde ervoor dat hij vele reizen tussen België en het Verenigd Koninkrijk diende te ondernemen, waarbij de koning en koningin vaak gebruik maakte om hem persoonlijke missies te laten uitvoeren. Een van zoeen missie was het zoeken en laten fotograferen van het graf van Prince Maurice of Rattenberg (die gesneuveld was tijdens de Slag om Ieper op 27 oktober 1914 ),en wiens moeder, Princess Beatrice (jongeste dochter van koningin Victoria), de hulp van koningin Elisabeth had gevraagd om nieuws over het graf van haar zoon te krijgen. Een andere taak die Majoor Gordon kreeg, was om een Frans hospitaal te bezoeken in Duinkerke, waar de koningin van op de hoogte was gebracht dat er verscheidene Belgische soldaten waren ondergebracht, maar het hospitaal zwaar onderbemand was en over zeer weinig middelen beschikte. Majoor Gordon bezocht het hospitaal en vernam dat dit slechts was bemand door drie vrouwen, waaronder een oudere Britse dame. Zij vertelde hem dat er reeds verscheidene soldaten zelfmoord hadden gepleegd, vanwege de hoge koorts en dat ze dringend nood hadden aan verzorgingsmiddelen. Na zijn terugkomst in London, koch Majoor Gordon de meest noodzakelijke verzorgingsmiddelen en liet hen direct opsturen, zodat ze de volgende dag al zouden arriveren. Hierna trok hij naar het Franse consulaat in London, waar hij de Franse ambassadeur reeds vroeger had ontmoet om de situatie uit te leggen. De Franse ambassadeur zei dat hij ging proberen om de situatie te verbeteren, maar vroeg aan Gordon om niets publiekelijk te maken. Majoor Gordon verzond die avond nog zijn rapport over het hospitaal naar De Panne. Tijdens de oorlog bezocht Majoor Gordon vaak de bekende Britse verpleegsters Elsie Knocker en Mairi Chisholm in Pervuyse tijdens zijn vrije tijd en bracht hen steeds proviant mee. In 1915 ontmoette hij kapitein John Aiddan Liddell V.C., M.C., in het hospitaal van De Panne, die boven Brugge was neergeschoten en met buitengewone heldhaftigheid zijn vliegtuig in geallieerd gebied landen. Zijn toestand werd naar mate slechter en slechter, tot hij op 31 augustus 1915 overleed in het hospitaal. Net voor zijn dood ontving hij het bericht dat hij onderscheiden was met het Victoria Cross. Als gevolg van zijn dood in De Panne, meldde Dorothy Liddell (zus) zich als verpleegster in het hospitaal van L'ocean en werkte er tot het einde van de oorlog. Majoor Gordon escorteerde datzelfde jaar ook de vrouw van de Britse Eerste Minister H.H. Asquith naar het front, De Panne en de Belgische regering in St. Andresse in Frankrijk. Haar bevindingen van deze reis werden geplubliceerd in het boek: Women's Writing on the First World War (1999). Een jaar later escorteerde Majoor Gordon, ook de muziekleraar van de koningin, Eugene Ysaye en zijn entourage van London naar De Panne op uitnodiging van de koningin om in het hospitaal L'ocean op te treden. De bevindingen van een van de bandleden van Ysaÿe, Lionel Tartis zijn gepubliceerd in het boek Eugène Ysaÿe et la musique de chambre door Michel Stockhem. In datzelfde jaar zorgde Majoor Gordon voor het ontwerp van de koningin Elisabeth medaille, die ontwerpen werd door de Belgische kunstenaar Victor Rousseau.

In 1917 plande de Belgische Koninklijke familie een reis naar Engeland ter gelegenheid van het Silver Jubilee van Koning George V en koningin Mary. Major Gordon ontving hieroiver een telegram dat de Belgische koninklijke familie zou arriveren de eerste volgende dagen. Hij haastte zich naar Buckingham Palace om de komst van de koning aan te melden en werd ontvangen door Prince Alexander of Teck (later Lord Athlone) en werd later vergezeld door Princess Alice en Lord Stamfordham. Na het overleg, vroeg Lord Stamfordham aan majoor Gordon om het goede nieuws mee over te brengen aan Lord Curzon. Hierna boekte Majoor Gordon de nodige kamers in het Grand Hotel in Folkestone en bevond zich naar de haven waar hij werd opgewacht door Admiral Keyes, die hem informeerde dat de koning en koningin zouden arriveren in twee apparte vliegtuigen en dat de rest van het entourage via een destroyer zou aankomen die avond. De volledige baggage werd tijdelijk verloren gewaand, maar werd laat in de avond toch aan het hotel afgeleverd. In de vroege ochtend betrad koning Albert de kamer van Majoor Gordon in nachtkledij en bracht hem op de hoogte dat het geschenk voor de Britse koninklijke familie was achtergelaten in De Panne en vroeg Gordon of hij nog vlug iets kon kopen in het dorp. Majoor Gordon - die bijna glimlachte - zei tegen de koning dat niets geschikts kon gevonden worden in een kleine stad als Folkestone. Gordon stelde hierop voor om Lord Curzon te contacteren in London en hem een geschikt geschenk te laten kopen. Er werd telefonisch contact gelegd en Lord Curzon zou direct naar New Bondstreet gaan om een geschikt geschenk te kopen. Nadat de prijs was overeengekomen, werd de vraag gesteld hoe het geschenk ongezien aan de koninklijke suite kon bezorgt worden. Majoor Gordon stelde hierbij voor dat het geschenk diende geleverd te worden aan de hoofdinspecteur van de politie in Buckingham Palace, die tevens een goede vriend van Majoor Gordon was, met het bericht dat het geschenk enkel en alleen aan Majoor Gordon zelf mocht overhandigd worden. Op 6 juli 1917 vetrok Majoor Gordon samen met de koninklijke suite van Folkestone naar London en was opgelucht om zijn vriend (politieinspecteur) aan de poort van Buckingham Palace te zien met het geschenk. Deze werd onopvallend in de wagen van de koning geplaatst en enkele minuten later werd koning Albert ontvangen op het plein van Buckingham Palace en gaf het geschenk aan koning George V bij zijn toetrede (zonder enig idee wat erin zat).

Tijdens het koninklijk bezoek aan Engeland in 1917, nam Majoor Gordon samen met de Belgische kolonel Tilkins de dagelijkse verplichtingen waar in een kamer van Buckingham Palace. Beide werden ze vergezeld door prins Karel die bij de tafel aan het raam tekende en verschillende schetsen aan het maken was. Na een tijd, kwam Majoor Gordon naar hem en zag dat de prins een waxstaaf had gebruikt om het wapenschild van Engeland af te drukken. De prins had echter geen bescherming op de ondergrond gelegd, waardoor de wax in het leer van de antieke tafel was getrokken, waardoor deze geruïneerd was. Kolonel Tilkins sprak kwade taal tegen de prins en voegde eraan toe dat de koning op de hoogte diende gesteld te worden. Nadat een geschikte straf was opgelegd aan de prins, begaf majoor Gordon zich tot de curator van Buckingham Palace om de toestand uit te leggen, waarop deze vriendelijk de volgende woorden sprak: "boys must be boys".

Koning Albert I nam de gelegenheid om Schotland te bezoeken tijdens zijn verbleef in het Verenigd Koninkrijk en wou zeer graag de Grand Fleet zien. Hij werd hierbij vergezeld door Lord Athlone en Sir Charles Cust.Tijdens de reis van Victoria Station naar Edinburgh ontving Majoor Gordon het bericht dat de koning wou dat hij hem persoonlijk gidste door de stad bij hun aankomst. Tijdens hun bezoek aan Edinburgh Castle, herkende een Schots officier, die bezig was met een drill oefening,Koning Albert I en riep het battalion tot de orde. Koning Albert was zeer vereerd en ontdekte dat de officier net terug was van het front, waarbij hij nabij Ieper in de loopgraven had gevochten. De koning zei later tegen Majoor Gordon "Majoor, jou treft de schuld voor deze vertoning, jou brassard heeftr mij verraden!". Koning Albert en Koningin Elisabeth bezochten hierna samen de Grand Fleet, waarbij koningin Elisabeth vroeg of zij een foto van haar mocht schenken aan het schip dat haar naam draagt zijnde de H.M.S. Queen Elisabeth. De foto werd genomen en permanent geplaatst op het dek van het schip met de inscriptie: H.M. Queen Elisabeth to H.M.S. "Queen Elizabeth" 9.7.1917.

Tegen het einde van 1918, werd Majoor Gordon gecontacteerd door Koning Albert in zijn thuiswoning met de boodschap dat de koning zich in Oostende bevond. Dit betekende dat het bevrijdingsoffensief grote vorderingen maakte, en de koning vroeg of Majoor Gordon Prins Leopold zo snel mogelijk van Engeland naar België kon brengen. Eens gearriveerd in België zochten Majoor Gordon en de Belgische majoor Dujardin een geschikt hoofdkwartier voor de koning in en rond Brugge. De stad was zeer moeilijk te bereiken met de auto vanwege vele bruggen waren opgeblazen. Beide slaagde ze erin om toch de stad binnen te rijden, en werden ontvangen door de massale bevolking die dacht dat de koning was gearriveerd. Door de grote mensenmassa ging Majoor Dujardin verder te voet om bepaalde verplichtingen na te komen. Majoor Gordon herinnerde zich een brief die tijdens het verblijf van de koning in Engeland was ontvangen, en hem was bezorgd om te antwoorden. De brief was van een Britse moeder die wanhopig op zoek naar nieuws was van haar dochter, die in het Engels Klooster van Brugge verbleef. Majoor Gordon antwoordde de moeder dat Brugge de meest geisoleerde plaats aan het westelijk front was, vanwege de Duitse onderzëers hier gelegen waren. Nu Brugge bevrijd was, begaf Majoor Gordon zich naar het Engels Klooster om zelf nieuws over de dochter van de vrouw te vernemen. Bij zijn verschijning aan het hek van het klooster, werd hij warmhartig ontvangen door de moederoverste, die zeer blij was een Britse officier te zien. Majoor Gordon vroeg of zuster Sealy nog steeds in het klooster aanwezig was, waarop de zuster antwoordde dat zij niemand kende met de naam Sealy. Na enig ogenblik vroeg de zuster of hij zich niet vergiste en dat de naam niet Sealy was maar Leahy. Majoor Gordon ging ervan uit dat dit het geval was en zuster Leahy werd geroepen. Na enkele ogenblikken bevond ze zich aan het hek en sloopte deze bijna, wanneer ze over de brief van haar moeder hoorde. Ze vroeg aan Majoor Gordon of hij enige tijd had om te wachten, zodat ze een antwoord aan haar moeder kon schrijven. Majoor Gordon stemde toe aan het verzoek en een half uur later kwam Leahy terug met zoeen 40 brieven. De andere zusters hadden vernomen dat er een Britse officier buiten stond en hadden van de gelegenheid gebruik gemaakt om ook een brief naar huis te schrijven. Majoor Gordon, die volgens de legercode geen brieven mocht vervoeren, nam ze aan en smokkelde ze Engeland binnen bij zijn volgende reis naar huis. Na de wapenstilstand op 11 november 1918, werd majoor Gordon door Koning Albert uitgenodigd om zich mee in de koninklijke suite te begeven bij de intocht van Brussel op 22 november 1918. Tijdens de feestelijkheden werd Majoor Gordon tussen Burgemeester Adolph Max en Kardinaal Mercier geplaatst. Majoor Gordon had de kardinaal reeds eerder ontmoet itijdens de slag om Antwerpen en bezocht hem nog meermalen na de oorlog.

Later leven[bewerken | brontekst bewerken]

Het graf van Major A. A. Gordon en zijn vrouw in Logie Cemetery, Stirlingshire, Scotland

Majoor Gordon kreeg de opdracht van koning Albert om de 'Belgische schat' terug te halen van Engeland. Deze taak was zeer moeilijk vanwege de geheimhouding en de vele trips die gemaakt diende te worden door het verwoeste landschap van België en Frankrijk. Na de opdracht tot een goed einde te brengen, werd Majoor Gordon gedecoreerd met het commandeur in de Kroonorde. Gordon ontving hierna een geheime taak die diende uitgevoerd te worden in Nederland in de omgeving van Breda. Hier kwam hij tot een uitermate gevaarlijke confrontatie bij een Nederlandse wachtpost, maar kon gelukkig ongeschonden terugkeren naar België.

In 1920 ontving Majoor Gordon het bericht dat koning George V hem persoonlijk had geselecteerd om deel te nemen aan de suite voor het Belgisch staatsbezoek aan Engeland dat jaar. Tijdens deze gelegenheid werd majoor Gordon onderscheiden met het commandeur in de Leopold II orde en kreeg hij een gesigneerde foto van het laatste portrait van koning Albert I. Twee jaar later ontving Gordon het bericht van het Belgische hof, in naam van koning Albert, dat hem gevraagd werd om naar Laeken te komen voor de ontvangst van het Britse staatsbezoek aan België op 7 mei. Dit was de laatste opdracht die Majoor Gordon vervulde voor de Belgische koninklijke familie.

Door de slechte gezondheid van zijn vrouw tijdens en na de oorlog, nam Majoor Gordon ontslag als privésecretaris van Arthur Wellesley 4th Duke of Wellington en verhuisde het koppel van London naar Stow-on-the-Wold, waar het platte land de gezondheid van Lizzie wel zou verbeteren. Doch diende het koppel opnieuw te verhuizen vanwege het hoog gelege Stow-on-the-Wold geen goed deed aan de gezondheid van Lizzie. Samen trokken ze terug naar Bridge of Allan, waar Lizzie stierf op 13 juli 1929.

Majoor Gordon's jongste zoon Edmund, wiens longen door ziekte tijdens de Eerste Wereldoorlog zwaar waren beschadigd, werd later vastgesteld met tuberculose en stierf in 1932, zijnde de laatste afstammeling van de familie. Majoor Gordon schreef in zijn bijbel who substained some serious lungdamage during his illness in the war, was diagnosed with Tuberculosis later on and died in 1932, beeing the last surviving descedent of the family. Major Gordon wrote in his bible "And thus our family ends".

In 1936 reisde Majoor Gordon naar Israël en was getuige van de opgravingen en vondsten van de mozaieken van de church of the Multiplying of the Loaves and Fishes. Hij editeerde het boek "Church of the Multiplying of the Loaves and Fishes at Tabgha, Lake of Galilee, and its Mosaics" door Alfons M. Scheider in 1937.

Er zijn tot op heden geen gegevens gevonden over Majoor Gordon's bezigheden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Major Gordon stierf op 12 augustus 1949. Zijn dood werd vermeld in de Glasgow Herald op 13 augustus 1949.

Eretekens[bewerken | brontekst bewerken]


Order of the British Empire (Military) Ribbon.png Commander of the Order of the British Empire (CBE) (British) 24 August 1917
Royal Victorian Order UK ribbon.png Member of the Royal Victorian Order (MVO) (British) 4th class, 1908
Order of St John (UK) ribbon.png Knight of Grace of the Venerable Order of Saint John (KStJ) (Esquire 20 September 1898) (Knight of Grace 19 December 1900)
Officer Ordre de Leopold.png Officer of the Order of Leopold with Palm (Belgium)
BEL Kroonorde Commandeur BAR.svg Commander of the Order of the Crown (Belgium) 13 June 1919
BEL Order of Leopold II - Commander BAR.png Commander of the Order of Leopold II (Belgium)
Legion Honneur Officier ribbon.svg Officer of the Legion of Honour (France) 16 January 1920
Palmes academiques Officier ribbon.svg Officer of the Instruction Publique (Golden Palms) (France)
member of the Order of Saint Anna 2nd Class (Imperial Russia)
Commendatore OCI Kingdom BAR.svg Commander of the Order of the Crown of Italy 29 November 1918
PRT Order of Saint James of the Sword - Knight BAR.png Knight of the Order of Saint Jago (Portugal)
ESP Isabella Catholic Order CROSS.svg Knight of the Order of Isabella the Catholic (Spain)
1914 star and bar (British Campaign medal)
British War Medal 1914-20 (British Campaign medal)
Victory Medal 1914-18 (British Campaign medal)
Coronation medal of King Edward VII (British) 1902
Coronation medal of King George V (British) 1911
Jubilee medal of King George V (British) 1935
Coronation medal of King George VI (British) 1937
BEL Croix de Guerre WW1 ribbon.svg Croix de guerre (Palms) (Belgium) 31 July 1917
King Albert Medal (Belgium) 18 August 1920
Queen Elisabeth Medal with Red Cross (Belgium) 1918 - Major Gordon took part in the design of the medal
Civic Cross First Class (Swords and Bar) (Belgium)
Ruban de la Croix de guerre 1914-1918.png Croix de guerre (Palms) (France)
Ruban de la Médaille de la Reconnaissance française 2ndClass.png Medal of French Gratitude 'Silver' (France) 3 December 1920

Autobiografie[bewerken | brontekst bewerken]

"Culled from a diary" - Boyd & Oliver - 1941

In 1941 verscheen Majoor Gordon's memoirs in het boek Culled from a Diary (1867 – 1939). Het boek werd uitgegeven door de uitgever Oliver and Boyd, en werd het voorwoord geschreven door zijn oude vriend Jack Seely alias Lord Mottistone.

Majoor Gordon verduidelijkte in zijn inleiding dat het boek was opgemaakt uit geschriften van korte dagboeken die hij op dat moment had opgeschreven en niet wou afgaan op zijn eigen herinnering die soms afdwalen van de werkelijkheid. Hij verduidelijkt ook dat hij deze geschriften heeft neergeschreven tegen zijn zin en enkel vanwege druk van vooraanstaande personen, die hem aandrongen om een verslag na te laten van zijn getuigenissen, die op een dag een grote betekenis kunnen hebben. Hij bedankt de bekende Britse schrijfster Miss Anna Buchan, die publiceerde onder het pseudoniem "O. Douglas" voor haar bijdrage aan het boek. Als tweede dankt hij Majoor-Generaal Lord Mottistone met wie hij samen in het beleg van Antwerpen in 1914 diende. Als laatste dankt hij Dom Ernest Graf, O.S.B. of St. Mary's Abbey in Devon voor zijn advies en aanmoediging, waarbij hij zonder deze nooit in het avontuur van auteur zou zijn gestapt.

Het boek bestaat uit 17 hoofdstukken en telt 206 paginas + index.

Bibliografie[bewerken | brontekst bewerken]

  • Majoor Gordon wordt in de volgende boeken en publicaties vermeld;
  • Record of the 9th [Volunteer] Battalion (Highlanders) The Royal Scots or The Raising of a Volunteer Regiment and its Conversion into a Full-Strength Battalion of the Territorial Force - James Fergusson - 1909
  • Illustrated News London - 1915 - volume 56
  • Kelly's Handbook to the Titled, Landed & Official Classes, volume 47 - 1921
  • Mémorial du centenaire de l'ordre de Léopold 1832-1932
  • Church of the Multiplying of the Loaves and Fishes at Tabgha, Lake of Galilee, and its Mosaics - Edited by A. A. Gordon - 1937
  • Culled from a Diary - A. A. GORDON - Oliver & Boyd - 1941
  • News from Belgium - 1942
  • Eugène Ysaÿe et la musique de chambre by Michel Stockhem
  • Women's Writing on the First World War (1999)
  • The Dandy Ninth, a History of the 9th (Highlanders) Royal Scots by Neill Gilhooley - November 2019

Vereniging[bewerken | brontekst bewerken]

In augustus 2019 stichtte men in België de Major A. A. Gordon Society. De vereniging is een non-profit organisatie die het leven van Major A. A. Gordon bestudeerd en de gebeurtenissen van zijn leven publiceert. Tevens zijn zij ook de bewaarders van de 'Kings Messenger Collectie' die bijzondere persoonlijke en historische stukken van Majoor Gordon en Koning Albert I bevat, gepaard met gerelateerde items aan het verleden van Major Gordon.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]