Ardipithecus ramidus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Ardipithecus ramidus
Fossiel voorkomen: Plioceen
(4,4 miljoen jaar geleden)
Digitale reconstructie van het schedelfragment van Ardi
Digitale reconstructie van het schedelfragment van Ardi
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Mammalia (Zoogdieren)
Orde:Primates (primaten)
Familie:Hominidae (mensachtigen)
Geslachtengroep:Hominini
Geslacht: Ardipithecus
Soort
Ardipithecus ramidus
(White et al. 1995)
Afbeeldingen Ardipithecus ramidus op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Ardipithecus ramidus op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

Ardipithecus ramidus is een uitgestorven mensachtige van het geslacht Ardipithecus uit het Plioceen van Oost-Afrika.

Vondst en naamgeving[bewerken]

In 1992 en 1993 vond een team onder leiding van Time White fossielen van aapmensen bij de rivier de Awash in Ethiopië. De eerste vondst was op 17 december 1992 door de Japanse paleontoloog Gen Suwa en betrof de wortel van een kies, specimen ARA-VP-1/1. De verdere resten waren van de schedel, de onderkaak en armbeenderen. In 1994 werden aanvullende skeletdelen gevonden.

In september 1994 benoemden Tim White, Gen Suwa en Berhane Asfaw een nieuwe soort van Australopithecus: Australopithecus ramidus. De soortaanduiding is afgeleid van ramid, "wortel" in het Afar.[1]

De resten van "Ardi"

Het holotype, ARA-VP-6/1, is gevonden in de Middelste Awashafzetting van de Sagantoleformatie die dateert uit het Plioceen. De afzetting is ongeveer 4,42 miljoen jaar oud. Het bestaat uit aaneengesloten reeksen van in totaal tien tanden uit de bovenkaak en onderkaak.

In 1994 waren de gevonden resten zo'n half miljoen jaar ouder dan overige bekende australopithussoorten. Daarom benoemden dezelfde auteurs in 1995 de soort tot een apart geslacht: Ardipithecus. Dat deden ze in een corrigendum van het oorspronkelijke artikel, alsof ze slechts een fout herstelden.[2] De typesoort van dit geslacht is Australopithecus ramidus. De combinatio nova, de nieuwe geslachtsnaam gecombineerd met de oude soortaanduiding, is Ardipithecus ramidus. In 1994 noch 1995 werden de aanvullende resten beschreven.

Volgens de beschrijvers vormden de hoektanden van A. ramidus een tussenfase in de evolutie van de bouw van de hoektanden. Ze waren langer dan bij Australopithecus maar stomper, gemeten naar de hoek tussen de lipzijde en de tongzijde, dan bij een chimpansee. Dat zou samenhangen met het verlies van het zogenaamde canine honing complex: het aanscherpen van de hoektanden door slijtage tegen de hiaten die bij de meeste mensapen nodig zijn om deze grote gebitselementen te ontvangen bij het sluiten van de muil.

Problematisch is dat de hoektanden weliswaar in zijaanzicht stomper zijn maar in vooraanzicht juist spitser dan bij zelfs een chimpansee. Daarbij hebben premolaren en kiezen een zeer dunne emaillaag, anders dan bij aapmensen. Whites rivaal Ian Tattersall suggereerde in 1999 zelfs dat het om een verwant van de orang-oetans ging en dat het postcraniaal skelet daarom in 1994/1995 opzettelijk niet was beschreven. Daarbij past dan weer niet dat het achterhoofdsgat zo ver vooraan ligt. Dat duidt op een rechtopstaande gang.

Tussen 1999 en 2003 werden meer fossielen gevonden, van minstens vijfenveertig individuen. Daaraan werd in 2009 een reeks artikelen gewijd.[3] In 2009 werd ook de schedel beschreven van een volwassen individu dat de bijnaam Ardi kreeg, specimen ARA-VP-6/500. Het bleek te gaan om de in 1994 gevonden resten. Al deze vondsten stammen uit lagen die niet meer dan tienduizend jaar van elkaar in leeftijd verschillen. Het gaat dus waarschijnlijk om één populatie.

In 2001 werd uit oudere lagen een ondersoort benoemd: Ardipithecus ramidus kadabba.[4] In 2004 werd dit de volle soort Ardipithecus kadabba.[5]

Beschrijving[bewerken]

Ardipithecus ramidus is het best beschreven aan de hand van "Ardi". Het individu was naar schatting 120 centimeter hoog en eenenvijftig kilogram zwaar. De schedel was zeer fragmentarisch en vervormd maar werd door een computer gereconstrueerd. A. ramidus bleek een ten opzichte van de lichaamsgrootte kleine hersenholte te bezitten met een inhoud van 300-350 cm³. De bovenkaak stak sterk vooruit maar de onderkaak niet. Dat laatste is anders dan bij de chimpansee en zou duiden op een verminderde agressie binnen de groep. Anders dan bij Australopithecus is de schedel over de jukbeenderen niet sterk verwijd.[6]

Fylogenie[bewerken]

A. ramidus als basaal in de stamboom van de mens geplaatst

In 2009 werd A. ramidus voorgesteld als een geheel nieuw model voor de laatste gemeenschappelijke voorouder van chimpansees en mensen. Eerder was er steeds van uitgegaan dat die sterk op een chimpansee leek. A. ramidus echter had geen aanpassingen aan het slingeren aan takken of het lopen op de knokels. De chimpansee zou zich sinds de splitsing van de menselijke tak al net zo gespecialiseerd hebben als die laatste.[7] Dat zou volgens Claude Owen Lovejoy ook betekenen dat men bij het vraagstuk hoe de menselijke taal, jacht en agressie zich ontwikkeld hebben, niet meer simpelweg de chimpansee als beginpunt kan nemen.[8]

In 2010 wees Esteban Sarmiento op twee problemen bij deze interpretatie. Om te beginnen geeft de calibratie door de "moleculaire klok", het bepalen van splitsingspunten van afstammingslijnen door het meten van het aantal mutaties van het mitochondriaal DNA, vaak een ouderdom die minder is dan de 4,4 miljoen jaar van A. ramidus. Deze zou dan niet na maar vóór de laatste gemeenschappelijke voorouder geleefd hebben. Dat zou betekenen dat de chimpansee dichter bij de mens staat dan A. ramidus en dus wellicht toch een beter model vormt. Op de tweede plaats was men vergeten dat als A. ramidus een goed model is voor de laatste gemeenschappelijke voorouder, hij ook een goed model is voor het begin van de tak die naar de chimpansee leidt. Maar in dat geval is hij wellicht helemaal geen voorouder van de mens maar juist van de chimpansee.[9]

In 2011 stelde een studie dat die kenmerken van A. ramidus welke duiden op een behoren tot de menselijke tak ook wel bij meer basale mensapen voorkomen in een patroon van mozaïekevolutie. Dat zou het zeer onzeker maken of A. ramidus werkelijk tot de Hominini behoort.[10] Daar is weer tegenin gebracht dat het desalniettemin de best ondersteunde hypothese is.

Levenswijze[bewerken]

Ardipithecus ramidus woonde volgens de studies uit 2009 in een vrij bosrijke habitat met een relatief vochtig koel klimaat.[11] Hij liep echter wel rechtop. De vrij sterk afstaande eerste teen zou een grijpende functie behouden kunnen hebben en is gezien als een aanwijzing dat het dier nog vaak in bomen klom. Hij zou dan langzaam in een stam geklauterd hebben, die met de voeten omvattend. Ardipithecus ramidus at ook planten uit het bos maar was geen gespecialiseerde jager. De meeste grote fossielen uit de lagen waarin het dier gevonden is, betreffen antilopen uit de Tragelaphinae en apen uit de Colobinae.[12] Daarnaast zijn er zo'n tienduizend fossielen van kleine zoogdieren en vogels opgegraven. Ook dit waren typische bosbewoners, ver van open water levend.[13] De dunne emaillaag op de kiezen van A. ramidus wijst erop dat voornamelijk vruchten werden gegeten en misschien kleine diertjes.[14] In 2010 wezen andere onderzoekers erop dat de gegevens niet zo eenduidig zijn en ook verenigd kunnen worden met een landschap dat meer op een savanne lijkt.[15]

In 2015 concludeerde een studie dat de zwakkere hoektanden wezen op een verhoogde ouderzorg: mannetjes zouden hun energie meer in de kinderen steken dan in het onderling vechten. Dat zou geleid hebben tot minder seksuele dimorfie en meer pedomorfie, het behoud van kinderlijke trekken. Dit zou een belangrijke factor geweest zijn in de evolutie van de mens, in een proces van zelfdomesticering.[16] Een vervolgstudie uit 2017 stelde dat bij A. ramidus het strottenhoofd dieper lag en de lordose, de S-kromming, van de ruggegnraat sterk was. Dat zou de ontwikkeling van het spreken en daarmee de taal hebben bevorderd alsmede die van het zingen.[17]

Voorlopers en oude verwanten van de mens
Fossiel voorkomen Geslacht(engroep) Soorten
7 - 4,4 Ma Sahelanthropus Sahelanthropus tchadensis
Praeanthropus Praeanthropus tugenensis
Ardipithecus Ardipithecus ramidus · Ardipithecus kadabba
4,3 - 2 Ma Australopithecus A. anamensis · A. afarensis · A. bahrelghazali · A. africanus · A. garhi · A. sediba
3,5 Ma Kenyanthropus Kenyanthropus platyops
2,5 - 1 Ma Paranthropus P. aethiopicus · P. boisei · P. robustus
tot heden Homo H. antecessor · H. cepranensis · H. denisova · Homo erectus (Javamens · Pekingmens) · H. ergaster · H. floresiensis · H. gautengensis · H. georgicus · H. habilis · H. heidelbergensis · H. helmei · H. neanderthalensis · H. rhodesiensis · H. rudolfensis · Homo sapiens (H. s. idaltu · Cro-magnonmens · Red Deer Cave-mensen)