Argumentum ad hominem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Argumentum ad hominem (Latijn voor "argument op de mens") is een logische drogreden die de positie van de opponent in diskrediet brengt. Het is een tegenwerping die betrekking heeft op de persoon die een bewering doet, niet op de bewering zelf.

Betekenis[bewerken]

De term is geïntroduceerd door John Locke in zijn werk An essay concerning human understand (1690).[1] Hij zag een 'argumentum ad hominem' echter niet als drogreden, maar als term om aan te geven dat er een inconsequentie zat in de argumenten die door de discussiepartner waren aangedragen.[2]

De betekenissen van 'ad hominem' en ad rem zijn echter in de loop der tijden verwaterd.

In Nederland en Vlaanderen wordt ook de uitdrukking op de man spelen wel gebruikt. Deze term is afkomstig uit het voetbal, als een voetballer geen tackle uitvoert op de bal maar op de tegenspeler.

Argumentatieschema[bewerken]

Het argumentatieschema is als volgt:

  1. Persoon A doet bewering 'X'.
  2. Er is iets mis met persoon A.
  3. Dus bewering 'X' is niet serieus te nemen.

Indeling[bewerken]

Er is geen eenduidige indeling van typen ad hominem-argumenten,[2] maar er is grofweg de volgende onderverdeling te maken:[3]

  • Een directe persoonlijke aanval, waarbij persoon A direct wordt aangevallen op diens eigenschappen. Zonder inhoudelijk te worden wordt getwijfeld aan de autoriteit van de persoon en wordt deze bijvoorbeeld voor 'onberekenbaar', 'oneerlijk' of 'te onervaren' uitgemaakt.
  • Een indirecte persoonlijke aanval, waarbij persoon A belanghebbende motieven worden aangewreven. Diens argumenten zouden niet serieus genomen hoeven te worden, omdat diegene bevooroordeeld zou zijn.
  • Een tu quoque, waarbij persoon A vanwege (al dan niet vermeende) schijnheiligheid gediskwalificeerd zou moeten worden.