Arnhemse villamoord

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Arnhemse villamoord op 2 september 1998 betreft een roofmoord op een 63-jarige vrouw in een witte villa aan de Apeldoornseweg in Arnhem. De buit was gering: een portemonnee, een paar bankpasjes en een armband. De bewoonster werd dodelijk door het hoofd geschoten, en een 33-jarige vriendin die op bezoek was, werd aan het hoofd geraakt door een schampschot. Deze laatste overleefde door zich dood te houden.[1]

Negen veroordeelden[bewerken]

Uit de getuigenis van de bezoekster bleek dat zij slechts één overvaller heeft gezien. Een Duitse verdachte werd in Duitsland vrijgesproken, maar in Nederland werden voor de roofmoord negen Nederlandse verdachten - acht van Turkse afkomst - schuldig bevonden en veroordeeld tot gevangenisstraffen van 5 tot 12 jaar. [2]Acht veroordeelden zaten hun straf uit, één veroordeelde pleegde in zijn cel zelfmoord en liet een briefje achter waarin hij verklaarde onschuldig te zijn aan het misdrijf.

Het gebruikte moordwapen werd nooit gevonden, maar waarschijnlijk is dit een FN Browning 1922 geweest.[3] De veroordeling van de negen verdachten kwam tot stand op basis van de bekentenissen van één persoon, die zelf werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar en als enige niet in hoger beroep ging.[4][5][6]

De politieverhoren, zonder advocaten, die volgden op de roofmoord zijn bijna integraal opgenomen op 160 videobanden.[7]

Getuige beschuldigd[bewerken]

In januari 2014 ontstond ophef over de publicatie van een boek over de strafzaak door onderzoekers van de universiteit van Maastricht, in het kader van het Project Gerede Twijfel: De Arnhemse villamoord, valse bekentenissen (2014). De veroordeling zou zijn gebaseerd op een valse bekentenis en in het boek wordt ook beweerd dat de toen aanwezige 33-jarige vriendin van het slachtoffer meer zou weten en wellicht zelf niet eens werkelijk beschoten zou zijn en zelf de moord zou kunnen hebben gepleegd. [8]

Boek uit de handel[bewerken]

De uitgever heeft het boek binnen een week na verschijnen tijdelijk[9] uit de handel genomen op instigatie van de projectleider en hoogleraar rechtspsychologie Peter van Koppen, die de supervisie had over het Project Gerede Twijfel. Het laatste hoofdstuk met daarin de speculatieve veronderstellingen kreeg hij pas na verschijning van het boek onder ogen. Het boek was zonder zijn toestemming uitgegeven en zowel de nabestaanden als de nu beschuldigde getuige waren niet van tevoren ingelicht.[10][11] Na een gesprek tussen professor Van Koppen en dr. Han Israëls, een van de vijf auteurs (de andere vier waren studenten die onder zijn leiding werkten), kreeg de getuige van de roofmoord op 5 februari een aanbod per e-mail om (binnen vier weken) een nawoord te schrijven dat ongecensureerd zou worden opgenomen in een volgende editie van het boek.[12][13] Dr. Israëls bleef achter zijn conclusie staan dat de verkeerde mannen zijn veroordeeld en dat de zaak een herziening verdiende, omdat uit het dossier zelfs niet gebleken is op grond waarvan de negen veroordeelden tot verdachten werden. Deze conclusie werd ook niet door Van Koppen bestreden.

Herzieningsverzoek[bewerken]

De onderzoekers van de universiteit van Maastricht concluderen in het boek ook dat er in de zaak van de Arnhemse villamoord in juridisch-technische zin geen sprake is van een zogenaamd nieuw feit, een novum, op grond waarvan de zaak volgens de wet heropend kan worden, want de bronnen en feiten in hun onderzoek waren dezelfde die de toenmalige rechters ter beschikking stonden en op grond waarvan de veroordelingen tot stand zijn gekomen.[14] De onderzoekers wijzen toch op de mogelijkheid van een herzieningsverzoek, omdat zij zelf gerede twijfel hebben aan het daderschap van de veroordeelden in deze zaak en omdat de recente wettelijke verruiming van de herzieningsregeling zou kunnen leiden tot nieuw onderzoek bij de Hoge Raad.

Adviescommissie afgesloten strafzaken[bewerken]

Op 18 september 2018 is door de Adviescommissie afgesloten strafzaken een rapport gepresenteerd, waarin staat dat de veroordelingen "potentieel onveilig" zijn. Er zijn volgens de onderzoekscommissie grove fouten gemaakt door de recherche, waardoor mogelijk valse bekentenissen zijn afgelegd.[15] De Hoge Raad wil aanvullend onderzoek naar een aantal DNA-sporen, waarna wordt bepaald of de zaak opnieuw behandeld moet worden.[16]

Januari 2020: driedelige documentaire[bewerken]

Op 15, 16 en 17 januari 2020 zond de NPO een driedelige documentaire uit, bestaande uit de afleveringen:

  1. De bekentenis
  2. De geheime informant
  3. Het schampschot[17]

Zie ook[bewerken]