Arnold II Huyn van Amstenrade

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Arnold II Huyn van Amstenrade
± 1525 - 1579
Heer van Geleen
Periode 1558 - 1579
Voorganger Heerlijkheid Geleen verheven
Opvolger Arnold III Huyn van Geleen
Heer van Eijsden
Periode 1559 - 1579
Voorganger Heerlijkheid Eijsden verheven
Opvolger Johan Huyn van Geleen
Gouverneur van Maastricht
Periode 1577
Voorganger Francisco de Montesdoca
Opvolger Johan IV Corsselaar van Wittem
Vader Arnold I Huyn van Amstenrade
Moeder Barbara van Maschereil

Arnold II Huyn van Amstenrade (omstreeks 1525 - 1579), ook wel Arndt, Arnoldt van Amstenraedt, der Jonghe Joncker Arndt Huyne of Arnold II Huyn van Geleen genoemd, was heer van Geleen en zoon van Arnold I Huyn van Amstenrade en van Barbara van Maschereil. Hij was de eerste van het geslacht Huyn van Amstenrade die zich Huyn van Geleen ging noemen[1] In 1577 was hij korte tijd militair gouverneur van Maastricht.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Arnold trouwde in 1551 met Anna van Groesbeek (‘’Groysbeeck’’), dochter van Johan van Groesbeek en Bertha van Goor (Goer).
Kinderen uit dit huwelijk waren:

Erfenis en bezittingen[bewerken]

hoeve te Printhagen

Na de dood van zijn vader stond zijn moeder op 24 januari 1549 alle goederen die van het kasteel Sint-Jansgeleen afhankelijk waren aan hem af. Hiertoe behoorde ook de hoeve bij het het kasteel Sint-Jansgeleen, de twee hoeven van Printhagen, het leenhof en het oude huis bij de oude kerk van Spaubeek. Arnold nam hiermee officieel de plaats van zijn vader in.

Net als zijn vader wilde Arnold zijn bezit uitbreiden. Dit deed hij zowel in Geleen als in de omgeving van Maastricht.

Verheffingen[bewerken]

Verheffingen van panden[bewerken]

Arnold verhief de volgende panden :

  • Op 7 september 1553 Hoef toe H. Johans-Geleen. Dit is de hoeve Genhoof in de Spaubeekse wijk Hoeve die hij van zijn vader had geërfd. Op deze datum werden ook andere leengoederen bij de Vroenhof te Beek verheven. Waarschijnlijk hoorde Kasteel Genbroek te Geverik hierbij.
  • In 1553 en 1575 werd de hoef van den huize van Geleen te Beek en worden de beide hoeven van Printhagen verheven.

Heerlijkheid Geleen[bewerken]

In 1555 volgde koning Filips II van Spanje zijn vader keizer Karel V op als heer der Nederlanden. Filips II zocht naar geld om zijn oorlog met Frankrijk te kunnen betalen. Hierdoor ging hij domeingoederen tot heerlijkheden samenvoegen om die vervolgens te verpanden.

Arnold ging samen met zijn achterneef Werner Huyn van Amstenrade zaken doen met Filips II. Het resultaat hiervan was dat Geleen en Spaubeek op 20 januari 1558 door Filips II tot heerlijkheid werden verheven. Arnold verkreeg de heerlijkheid in pand voor de som van 3.050 carolusguldens. Hierdoor mocht hij zich voortaan officieel 'Heer van Geleen' noemen, een titel die zijn vader reeds voerde.

Na zijn benoeming tot drossaard van het Land van Valkenburg en tot gouverneur en Kapitein-generaal van de landen van Overmaas gaf Arnold II in 1575 de heerlijkheid Geleen over aan zijn zoon Arnold III.

De Heerlijkheid Geleen zou bijna een eeuw lang blijven bestaan, voordat het in 1654 overging in het graafschap Geleen.

Heerlijkheid Eijsden[bewerken]

Filips II verpandde hem op 23 februari 1559 de hoge, lage en 'middele' jurisdictie van het kerspel Eijsden. Voor 3.750 carolusgulden werd deze tot de heerlijkheid Eijsden verheven. Tot Arnolds dood in 1579 heeft hij op kasteel Eijsden gewoond.

Na Arnolds dood ging het pandrecht over op zijn zoon Johan. Op 30 september 1616 werd de koopsom van de heerlijkheid afgelost, waardoor het pandheerschap werd opgeheven.

Kasteel Sint-Jansgeleen[bewerken]

Desondanks dat Arnold op kasteel Eijsden woonde, zorgde hij voor zijn ouderlijk huis Kasteel Sint-Jansgeleen. In 1567 liet hij een kleine kapel uit mergel optrekken. Boven deze kapel liet hij het wapen van Huyn en Van Groesbeek met het jaar 1567 aanbrengen.

De wapensteen boven de ingangspoort geeft aan dat in 1571 belangrijke bouwwerkzaamheden aan kasteel Sint-Jansgeleen zijn verricht.

Titels buiten de heerlijkheden Geleen en Eijsden[bewerken]

De neoromaanse Sint Martinuskerk van Beek

Buiten de heerlijkheid Geleen verkreeg Arnold II de volgende titels:

Overlijden[bewerken]

Arnold overleed in 1579 en werd in de Sint-Martinuskerk van Beek begraven. Toen zijn echtgenote Anna van Groesbeek in 1612 overleed, werd zij in hetzelfde graf bijgezet. De gemeenschappelijke grafsteen werd in maart 1990 herontdekt en opgegraven. Deze lag een halve meter onder de huidige kerkvloer voor het priesterkoor.

Zie ook[bewerken]