Arnold van Rossem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Arnold van Rossem
Prof. dr. ir. A. van Rossem, 1941
Persoonlijke gegevens
Geboortedatum 14 september 1887
Geboorteplaats Deventer
Overlijdensdatum 20 maart 1982
Overlijdensplaats Delft
Werkzaamheden
Vakgebied rubbertechnologie
Universiteit Technische Universiteit Delft
Proefschrift Bijdrage tot de kennis van het vulcanisatieproces (1916)
Soort hoogleraar bijzonder hoogleraar
Bekende werken zie "Bibliografie"
Portaal  Portaalicoon   Onderwijs

Arnold van Rossem (Deventer, 14 september 1887Delft, 20 maart 1982) was een Nederlands ingenieur en bijzonder hoogleraar rubbertechnologie aan de Technische Universiteit Delft.

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Van Rossem werd geboren als zoon van ds. Gerard van Rossem (1844-1919), van het geslacht Van Rossem, en Arnolda Jacoba Holleman (1847-1892). Hij was de jongste van zeven kinderen en had een gelijknamig broertje, dat in 1878 slechts enkele maanden had geleefd.[1]

Van Rossem doorliep de HBS in Gouda en studeerde daarna scheikunde aan de Technische Hogeschool te Delft. Na zijn afstuderen in januari 1912 begon hij een promotieonderzoek en promoveerde in 1916 op Bijdrage tot de kennis van het vulcanisatieproces.[2]

Na zijn promotie werd Van Rossem benoemd tot directeur van het zes jaar eerder opgerichte Rijksrubberinstituut aan de TU Delft. Op 21 mei 1935 sprak hij een herdenkingsrede uit ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van dat instituut, later omgedoopt tot Rubberinstituut TNO waarvan hij ook de directeur was.

In 1939 werd hij benoemd tot bijzonder hoogleraar rubbertechnologie welk ambt hij op 26 juni 1940 aanvaardde. In 1954 legde prof. dr. ir. A. van Rossem het directoraat van het Rubberinstituut TNO neer en ging met emeritaat.

Familie[bewerken | brontekst bewerken]

Van Rossem trouwde in 1918 met de Britse Beatrice Isabel Lusted (1888-1979), met wie hij vijf kinderen kreeg, onder wie entomoloog en kunstschilder Gerard van Rossem (1919-1990) waardoor zij de grootouders zijn van de historicus Maarten van Rossem.[1]

Bibliografie[bewerken | brontekst bewerken]

  • Bijdrage tot de kennis van het vulcanisatieproces. [Z.p.], 1916 (proefschrift).
  • De Amerikaanse rubberindustrie en hare wetenschappelijke voorlichting. Rapport betreffende eene reis tot bijwoning van het Raw Rubber Symposium te Philadelphia ... Noord-Amerika. 's-Gravenhage, 1927.
  • Vijf en twintig jaar Rijksrubberdienst 1910-1935. ['s-Gravenhage, 1935].
  • Van empirie tot wetenschap in de rubberindustrie. Delft, 1940 (inaugurele rede).
  • De rubberindustrie in de Verenigde Staten van Amerika. Verslag in het kader van de E.C.A. technical assistence scheme project T.A. 47-57. 's-Gravenhage, [1953].
  • Rubber. Winning, eigenschappen, verwerking. Den Haag, 1958.
  • Opmars der techniek. Grepen uit de ontwikkeling der techniek. Amsterdam [etc.], 1962.
  • Leven in een riskante technische wonderwereld. De invloed van de techniek op het menselijk bestaan. Amsterdam [etc.], 1968.

Brieven van Arnold van Rossem[bewerken | brontekst bewerken]

  • Maarten van Rossem: Allemaal de schuld van Montgomery. De familie Van Rossem in de laatste oorlogsmaanden (2020)