Arrestatie van Jezus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De arrestatie of gevangenneming van Jezus is een centrale gebeurtenis in het christendom die in alle vier canonieke evangeliën (Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes) van het Nieuwe Testament op verschillende wijze wordt verteld. Jezus was een charismatische prediker die beweerde dat God spoedig zou ingrijpen in de loop van de geschiedenis, de bestaande aardse orde volkomen veranderen en Zijn Koninkrijk stichten. Jezus werd gevangen genomen door gewapende mannen, op verzoek van de regerende hogepriesters die een opstand vreesden (en afhankelijk van welk evangelie men leest ook op verzoek van de oudsten van het volk, de schriftgeleerden en/of de farizeeën) op de aanwijzing van Judas Iskariot, een van de Twaalf apostelen. Dit gebeurde kort na het laatste avondmaal en werd gevolgd door de verloochening van Petrus, het proces tegen Jezus en uiteindelijk de executie en vermeende herrijzenis van Jezus.

De verhaallijnen zijn grotendeels hetzelfde, maar de vier verslagen spreken elkaar tegen met betrekking tot de proloog, de setting, de personages, de handelingen en de chronologie. De arrestatie van Jezus wordt relatief gedetailleerd verteld in vergelijking met eerdere gebeurtenissen in de evangeliën.[1]:p.91 Het verhaal is vaak verbeeld in christelijke kunst en is een belangrijk thema in de christelijke theologie.

Synthese[bewerken]

Aanloop[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook Lucas 22:43–44 voor het verhaal dat Jezus zo bang was dat hij bloed zweette.

De evangeliën geven niet eenduidig dezelfde locatie aan voor de gebeurtenis. Volgens Matteüs 26:30, Marcus 14:26 en Lucas 22:39 ging Jezus met zijn discipelen na het laatste avondmaal naar de Olijfberg ten oosten van Jeruzalem en volgens Matteüs 26:36 en Marcus 14:32 daarna naar Getsemane, een tuin of hof aan de westelijke voet van de Olijfberg in het Kidrondal. Lucas en Johannes noemen Getsemane niet. In Lucas lijken alle gebeurtenissen op de Olijfberg zelf plaats te vinden. Johannes noemt zelfs de Olijfberg niet, maar wel dat Jezus en zijn discipelen de Kidronbeek overstaken en een olijfgaard binnengingen (18:1).

Synoptische evangeliën

Op de plek aangekomen verliet Jezus de discipelen even zodat hij alleen kan bidden.[2][3] De synoptische evangeliën beschrijven dat Jezus aan God vroeg om zijn last af te nemen en verzocht om niet de gebeurtenissen te hoeven ondergaan waartoe hij bestemd was, hoewel hij de uiteindelijke keuze aan God liet. In Lucas 22:43–44 verscheen er bovendien een engel uit de hemel die aan Jezus kracht gaf; hij 'beleefde doodsangst maar bleef bidden, terwijl zijn zweet in grote druppels als bloed op de grond viel.' Dit verhaal komt niet voor in de oudste bewaard gebleven manuscripten van Lucas en is afwezig in Matteüs, Marcus en Johannes; de meeste geleerden menen daarom dat deze twee verzen pas later aan de Bijbel zijn toegevoegd.
Marcus en Matteüs vertellen vervolgens dat Jezus terugkeerde naar de drie discipelen (Petrus en de twee zonen van Zebedeüs: Johannes en Jakobus) die hem dienden te bewaken maar in slaap waren gevallen door vermoeidheid en dat Jezus hen bekritiseerde dat ze niet eens een uur wakker konden blijven, waarna hij opnieuw ging bidden. Deze reeks gebeurtenissen herhaalde zich nog tweemaal.
In Lucas had Jezus geen specifieke discipelen aangewezen om hem te bewaken en bekritiseerde hij alle discipelen, omdat ze in slaap waren gevallen door verdriet (niet vermoeidheid). Hij suggereerde dat ze moesten bidden om niet in beproeving te komen.[3] Jezus ging niet voor een tweede of derde keer bidden.

Evangelie volgens Johannes

Volgens Johannes bad Jezus nog voordat ze op weg naar de olijfgaard gingen. Dit gebed in hoofdstuk 17 van het Evangelie volgens Johannes is veel langer en geheel anders van aard: Jezus toonde geen angst en vroeg God niet om zijn lot te veranderen, maar was volkomen bereid om te sterven en daarmee Gods plan te volbrengen. Het is niet duidelijk of hij dit gebed uitsprak in het bijzijn van zijn discipelen of alleen. Pas na zijn gebed trok hij met zijn discipelen de Kidronbeek over en ging een olijfgaard binnen.

Arrestatie[bewerken]

Aankomst

Judas kwam aangelopen met een groep mensen. De evangeliën spreken elkaar tegen wie deze mensen waren, door wie ze gestuurd waren en wat ze bij zich droegen. Lucas noemt het simpelweg een 'horde mensen/menigte[4]' (ὄχλος) en zwijgt over hun bewapening en opdrachtgevers. Matteüs en Marcus komen aardig overeen door te stellen dat het 'een met zwaarden en knuppels bewapende menigte' was 'die door de hogepriesters en oudsten waren gestuurd' (Marcus voegt daar 'schriftgeleerden' aan toe, Matteüs verduidelijkt dat het 'oudsten van het volk' waren). Johannes spreekt over 'een cohort soldaten en dienaren van de hogepriesters en de farizeeën', die 'wapens, fakkels en lantaarns' droegen. In verschillende vertalingen wordt ervan uitgegaan dat 'cohort' (σπεῖραν) erop wijst dat het gaat om een Romeinse legereenheid; vertalers voegen daarom het woord 'Romeins' toe ter verduidelijking. Dit impliceert dat de Romeinse autoriteiten betrokken waren bij de arrestatie van Jezus, een bewering die de synoptische evangeliën niet doen. Bovendien stelt Johannes dat de dienaren die met het cohort waren handelden in opdracht van de hogepriesters en farizeeën, en niet van de schriftgeleerden of oudsten van het volk; dit is een onwaarschijnlijke combinatie en valt moeilijk te rijmen met Matteüs en Marcus, omdat de hogepriesters, schriftgeleerden en oudsten van het volk doorgaans konden worden gerekend tot de sadduceeën, de heersende Joodse politieke groepering, die een grote rivaliteit hadden met de farizeeën.

Judaskus of niet?

Volgens Matteüs en Marcus gaf Judas een kus aan Jezus (de zogenaamde "Judaskus"), een teken dat hij had afgesproken met de gewapende menigte om Jezus te identificeren.[3][5] Volgens Lucas bewoog Judas zich ook naar Jezus om hem te kussen, maar het is onduidelijk of deze daad ook voltooid werd.[6] Het verslag in het Evangelie volgens Johannes wijkt significant af van de synoptische verslagen: Judas wees Jezus niet aan met een kus (en maakte daar ook geen aanstalten toe zoals in Lucas), want Jezus "wist al wat er met hem zou gebeuren" en vroeg de soldaten en dienaren wie zij zochten; toen zij zeiden "Jezus van Nazareth", antwoordde hij "Ik ben het",[7] waar het arrestatieteam hevig van schrok en ze vielen allemaal op de grond. Nog twee keer herhaalde Jezus wie ze zochten, de groep antwoordde tweemaal "Jezus van Nazareth" en beide keren herhaalde Jezus "Ik ben het", waarmee volgens Johannes bepaalde woorden in vervulling gingen.[3][5] Eenmaal aangewezen werd Jezus volgens Matteüs en Marcus gearresteerd – volgens Lucas en Johannes gebeurde de arrestatie pas later.

De Gevangenneming van Christus (ca. 1440) door Fra Angelico, waarop Petrus het oor van Malchus afhakt.
Verzet

Vervolgens kwamen de discipelen in verzet (in Lucas na eerst toestemming te vragen aan Jezus, maar echter tot actie over te gaan zonder op antwoord te wachten) en een van hen hakte met zijn zwaard het oor van een dienaar van de hogepriester af (Johannes zegt dat hij Malchus heette).[3][5] Het Evangelie volgens Johannes specificeert dat Petrus degene was die het oor van Malchus afhakte, dienaar van hogepriester Kajafas – de andere evangeliën noemen geen namen.[3][5] Alleen Lucas voegt toe dat dit het rechteroor was en dat Jezus deze wond op wonderbaarlijke wijze genas. Johannes, Matteüs en Lucas vertellen dat Jezus het geweld veroordeelde en dat de weerstand tegen zijn arrestatie moest worden gestaakt – in elk evangelie geeft hij echter een andere reden en Marcus noemt überhaupt geen reactie van Jezus. In Matteüs doet Jezus de bekende uitspraak "Wie naar het zwaard leeft, zal door het zwaard omkomen"; in Lucas zegt hij dat het 'genoeg' is, suggererend dat verzet tot op zekere hoogte toegestaan was maar dat het oor afhakken te ver ging; in Johannes vertelt Jezus Petrus dat de Vader (God) hem een (spreekwoordelijke) [gif]beker te drinken had gegeven en implicerend dat Jezus' dood onderdeel van Gods plan was, dat Petrus niet moest doorkruisen.[3][5]

Overgave

Daarna vermelden de drie synoptische evangeliën dat Jezus een korte reactie geeft aan zijn arresteerders: hij verweet hen hem als misdadiger te behandelen en vroeg waarom zij hem niet reeds in de Tempel hadden gearresteerd toen hij daar een week lang stond te prediken. Lucas voegt toe dat zij dat (wellicht) deden omdat 'dit uw uur [is], het uur van de macht van de duisternis'. Matteüs en Marcus laten Jezus echter zeggen dat al deze dingen moeten gebeuren opdat de geschriften in vervulling gaan en hij liet zich meevoeren met de gewapende groep, waarna alle discipelen vluchtten (een van hen probeerde volgens Marcus bij Jezus te blijven, maar toen hij bij zijn kleren gegrepen werd, ontworstelde hij zich en vluchtte naakt). Lucas en Johannes eindigen op een andere manier: Jezus werd nu pas, na het gewapend verzet te hebben veroordeeld, gevangengenomen, zei niets over het in vervulling moeten gaan van de geschriften (in Johannes zei hij zelfs niets tegen de soldaten en dienaren) en er wordt geen gewag gemaakt van wat de discipelen deden zodra Jezus in hechtenis was genomen.

Vergelijking[bewerken]

De arrestatie van Jezus wordt verhaald in de verzen Matteüs 26:47–56, Marcus 14:43–52, Lucas 22:47–53 en Johannes 18:3–11.[8] De arrestatie kan worden onderverdeeld in drie episoden: Judas kwam aanlopen met een groep gewapende mannen en wilde Jezus voor hen aanwijzen (Johannes vermeldt geen Judaskus, bij Lucas is het niet duidelijk of er een Judaskus heeft plaatsgevonden[6]); de discipelen pleegden gewapend verzet tegen Jezus' arrestatie; Jezus zei dat verzet niet de bedoeling was en liet zich meevoeren. Onderstaande vergelijking is gemaakt op basis van de Nieuwe Bijbelvertaling (2004).

Matteüs Marcus Lucas Johannes
Aankomst Matteüs 26:47–50
  • Judas kwam met bewapende schare, gezonden door hogepriesters en volksoudsten.
  • Judas kuste Jezus, zoals afgesproken.
  • Jezus zei: 'Vriend, ben je daarvoor gekomen?'
  • Jezus werd gevangengenomen.
Marcus 14:43–46
  • Judas kwam met bewapende schare, gezonden door hogepriesters, schriftgeleerden en volksoudsten.
  • Judas kuste Jezus, zoals afgesproken.
  • [Geen reactie van Jezus]
  • Jezus werd gevangengenomen.
Lucas 22:47–48
  • Judas kwam met groep mensen. [Geen opdrachtgevers vermeld]
  • Judas wilde Jezus gaan kussen.[6]
  • Jezus zei: 'Judas, lever je de Mensenzoon uit met een kus?'
  • [Geen reactie van de horde]
Johannes 18:3–9
  • Judas kwam met cohort soldaten en dienaren van hogepriesters en farizeeën.
  • [Geen Judaskus]
  • Jezus vroeg drie keer wie ze zochten, ze antwoordden 'Jezus van Nazareth'. Jezus zei: 'Ik ben het'.
  • De soldaten schrokken en vielen op de grond.
Verzet Matteüs 26:51–54
  • Een ongenoemde discipel trok zijn zwaard.
  • Hij hakte een hogepriesterdienaar een oor af.
  • Jezus zei: 'Steek je zwaard terug op zijn plaats. Want wie naar het zwaard leeft, zal door het zwaard omkomen.'
  • Jezus zei dat zijn Vader twaalf legioenen engelen paraat heeft, maar de Schriften moeten vervuld worden.
Marcus 14:47
  • Een ongenoemde discipel trok zijn zwaard.
  • Hij hakte een hogepriesterdienaar een oor af.
  • [Geen reactie van Jezus]
Lucas 22:49–51
  • Discipelen vroegen Jezus om gewapend verzet.
  • Een onbekende discipel hakte een hogepriesterdienaar zijn rechteroor af.
  • Jezus zei: 'Houd daarmee op. Zo is het genoeg!' en genas het oor.
Johannes 18:10–11
  • Petrus trok zijn zwaard en hakte Malchus een oor af.
  • Jezus zei: 'Steek je zwaard in de schede. Zou ik de beker die de Vader mij gegeven heeft niet drinken?'
Overgave Matteüs 26:55–56
  • Jezus verweet de schare hem als misdadiger te behandelen en vroeg waarom zij hem niet reeds in de Tempel hadden gearresteerd.
  • Maar Jezus zei dat de geschriften moeten worden vervuld.
  • Alle discipelen vluchtten.
Marcus 14:48
  • Jezus verweet de schare hem als misdadiger te behandelen en vroeg waarom zij hem niet reeds in de Tempel hadden gearresteerd.
  • Maar Jezus zei dat de geschriften moeten worden vervuld.
  • Alle discipelen vluchtten; een discipel probeerde te blijven, maar werd gegrepen en vluchtte naakt.
Lucas 22:47–48
  • Jezus verweet de groep hem als misdadiger te behandelen en vroeg waarom zij hem niet reeds in de Tempel hadden gearresteerd. 'Maar dit is uw uur, het uur van de macht van de duisternis.'
  • [Geen vermelding dat geschriften moeten worden vervuld]
  • Jezus werd gevangengenomen.
  • [Geen vermelding wat de discipelen deden]
Johannes 18:12
  • [Geen reactie van Jezus tegen de soldaten]
  • Jezus werd gevangengenomen.
  • [Geen vermelding wat de discipelen deden]

Interpretatie[bewerken]

Geleerden en theologen redetwisten al sinds de eerste eeuw over de vraag waarom Judas, die een van de Twaalf Discipelen van Jezus was, besloot om zijn eigen meester uit te leveren aan de autoriteiten, hetgeen uiteindelijk leidde tot zijn kruisiging.

  • Alleen het Evangelie volgens Matteüs vertelt (26:14–16) dat Judas vooraf een beloning van dertig zilverlingen (sikkels) uitbetaald kreeg van de hogepriesters om Jezus uit te leveren. Judas kreeg echter berouw nadat hij zag dat Jezus ter dood veroordeeld was en bracht de zilverlingen terug naar de hogepriesters. Toen die het geld echter niet terug wilden nemen, smeet Judas de zilverstukken de tempel in, vluchtte weg en hing zichzelf op (27:3–5).
  • Volgens Marcus ging Judas naar de hogepriesters die hem geld beloofden voor de uitlevering van Jezus, al wordt er verder geen motief gegeven (14:10–11). Of hij uitbetaald werd en hoe het met hem afliep, staat niet geschreven.
  • In het Evangelie volgens Lucas nam Satan bezit van Judas en daardoor wendde hij zich tot de hogepriesters, die hem geld beloofden (22:3–6). Of hij uitbetaald werd en hoe het met hem afliep, staat niet geschreven.
  • In Johannes 13 nam de duivel bezit van Judas en zette hem ertoe aan om Jezus te verraden (13:2, 27). Of hij uitbetaald werd en hoe het met hem afliep, staat niet geschreven.
  • In de Handelingen van de apostelen 1:16–20 vertelt Petrus dat met de uitlevering van Jezus door Judas 'het schriftwoord in vervulling moest gaan' en dat hij 'deel had aan de taak' van de discipelen. Toch noemde Petrus de uitlevering een 'schanddaad' en gaf aan dat Judas een beloning kreeg waarvan hij een stuk grond kocht, waar hij echter plots ten val kwam en zijn buik werd opengereten. Hoe en waarom dat gebeurde, staat niet geschreven.

In de kunst[bewerken]

Schilderkunst[bewerken]

Films[bewerken]

Filmmakers die de arrestatie van Jezus probeerden te verbeelden, moesten keuzes maken in hoe ze de contradicties tussen de verschillende evangeliën zouden oplossen om er een coherent maar Bijbelgetrouw verhaal van te maken.

  • De film Jesus (1979) koos ervoor om zo trouw mogelijk te blijven aan alleen het Evangelie volgens Lucas en de andere evangeliën te negeren. Te zien is dat Jezus bloed zweet, Judas Jezus bijna kust, maar Jezus onderbreekt hem met: "Is het met een kus dat je de Mensenzoon uitlevert?" Een discipel vraagt Jezus om gewapend verzet, waarop Petrus een dienaar het rechteroor afhakt, waarop Jezus 'Genoeg!' roept en het weer geneest, enzovoort.[9]
  • Mel Gibson koos er in zijn film The Passion of the Christ (2004) voor om de vier evangeliën zo veel mogelijk met elkaar te harmoniseren en alle gebeurtenissen in een enkel verhaal te verwerken. Te zien is dat Jezus doodsangst ervaart terwijl hij God verzoekt zijn lot te veranderen, boos wordt op Petrus en de andere discipelen omdat ze in slaap zijn gevallen, de aankomende soldaten eenmaal vraagt wie ze zoeken ('Jezus van Nazareth') en antwoordt: 'Ik ben het'. De soldaten schrikken echter niet zodanig dat ze op de grond vallen. In plaats daarvan wordt Judas naar voren geduwd om Jezus te kussen, blijkbaar omdat Jezus' antwoord onvoldoende voor ze was om zijn identiteit te bevestigen. Hij kust Jezus met de woorden 'Gegroet, rabbi!', waarop Jezus antwoordt met 'Judas, lever je de Mensenzoon uit met een kus?' enzovoort.[10]

Zie ook[bewerken]