Arthur van Schendel (schrijver)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Arthur van Schendel (1874-1946))
Ga naar: navigatie, zoeken
Arthur van Schendel
Arthur van Schendel (dubbelportret door Willem Witsen, 1899)
Arthur van Schendel
(dubbelportret door Willem Witsen, 1899)
Algemene informatie
Volledige naam Arthur François Emile van Schendel
Geboren 5 maart 1874, Batavia (Nederlands-Indië)
Overleden 11 september 1946, Amsterdam
Land Nederland
Beroep schrijver
Werk
Stroming neo-romantisch (Vroege periode), realisme
Bekende werken Een zwerver verliefd, Het fregatschip Johanna Maria, Een Hollands drama en De wereld een dansfeest
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Arthur François Emile van Schendel (Batavia (Nederlands-Indië), 5 maart 1874Amsterdam, 11 september 1946) was een Nederlandse schrijver van een omvangrijk oeuvre. Tot zijn bekendste romans behoren Een zwerver verliefd, Het fregatschip Johanna Maria, Een Hollands drama en De wereld een dansfeest.

Leven[bewerken]

Van Schendel verloor op jonge leeftijd zijn vader, luitenant-kolonel van het Indische leger Charles George Henri François van Schendel. Na zijn hbs-opleiding te Amsterdam werd hij eerst opgeleid voor het toneel, daarna voor het onderwijs. Vervolgens was hij enige tijd docent in Engeland en leraar Engels in Nederland. Na drie jaar huwelijk verloor Van Schendel zijn eerste vrouw; hij hertrouwde in 1908, vestigde zich als literator eerst te Ede en later in Sestri Levante, Italië, tot 1945.[1]

Van Schendel was een bewonderaar van Gorter. Hij had veel vrienden in de literaire wereld: naast Gorter onder andere Willem Witsen, Willem Kloos en Albert Verwey. Later maakte hij kennis met Jan Toorop en Aart van der Leeuw (met wie hij een uitgebreide correspondentie voerde over stijlkwesties), Henriette Roland Holst en haar man Richard Roland Holst.

Opvallend is dat Van Schendel zijn in Italië spelende romans in Nederland schreef en zijn in Nederland spelende romans in Italië.

In 1938 werd Van Schendel door drie hoogleraren Nederlandse letterkunde - N.A. Donkersloot, P.N. van Eyck en C.G.N. de Vooys - officieel voorgedragen voor de Nobelprijs voor Literatuur.

Na de bevrijding van Italië ging Van Schendel de straat op en kreeg daar een hersenbloeding. Vanaf dat moment was hij gedeeltelijk verlamd. Hij werd naar Nederland vervoerd, maar bleef sukkelen met zijn gezondheid en overleed in 1946 te Amsterdam.

Postuum werd Arthur van Schendel de eerste P.C. Hooftprijs (1947) toegekend voor zijn proza.

Zijn zoon, ook Arthur F.E. van Schendel (1910-1979) genoemd, was hoofddirecteur van het Rijksmuseum Amsterdam; zijn kleinzoon, ook Arthur van Schendel, was jarenlang directeur van het Amsterdamse UitBuro en hoofd Communicatie van de Gemeente Amsterdam.

Werk[bewerken]

Arthur van Schendel, borstbeeld van Jobs Wertheim in Amsterdam

Vroege (Italiaanse) periode[bewerken]

Al in zijn eerste publicatie, het middeleeuwse verhaal Drogon (1896, met illustraties van Marius Bauer), toonde Van Schendel zich een onafhankelijk auteur: een vroege symbolist in een tijdvak van heersend naturalisme. Zowel de gekozen periode als de sfeer van noodlot, voorgevoel, mysterieuze mogelijkheden enzovoort, wekte de bewondering. Na Drogon volgden de korte neoromantische romans Een zwerver verliefd (1904) en Een zwerver verdwaald (1907), die Van Schendel zijn eerste bekendheid gaven. Beide zwerverromans zijn in hun bijna plaats- en tijdloze avontuurlijkheid te zien als verbeeldingen van een volstrekt vrij bestaan, vol geluksverlangen, eenzaamheid en melancholie. Het symbolische karakter ervan is onmiskenbaar.

Hollandse periode[bewerken]

Na de sfeer van de zwerverromans nog eenmaal, zij het somberder, te hebben verbeeld in Merona. Een edelman (1927), begon Van Schendel met Het fregatschip Johanna Maria (1930) een nieuwe periode, gekenmerkt door een voorkeur voor de negentiende eeuw en aanwending van een meer concrete, realistische stijl. Het boek bezorgde de 55-jarige schrijver de aanmoedigingsprijs van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, en een grote lezerskring. Na deze roman volgen nog een aantal qua stijl en thematiek vergelijkbare 'Hollandse' romans, waaronder Jan Compagnie (1932), De Waterman (1933), Een Hollands drama (1935) en De grauwe vogels (1937). In een bijna kroniekachtige weergave beschrijft hij daarin het lot van Hollandse burgers, schippers, handelaars en tuinders, wier kleine bestaan wordt beheerst door de wijsgerig-religieuze problematiek van het determinisme of de vrije wil, noodlot of toeval, erfelijkheid of omstandigheden, menselijke zonde en Gods genade. In de toonzetting van een rustig-epische stijl keren daarbij allerlei grondvragen van het naturalisme opnieuw terug.

Jan Compagnie, gevelpaneel in Gouda

Late periode[bewerken]

In zijn late werken (door biograaf Van Heerikhuizen ook wel zijn "fantastische" periode genoemd), introduceert Van Schendel een opnieuw gewijzigd mensbeeld: in De wereld een dansfeest (1938) doet hij afstand van een alwetend schrijverschap. Hij geeft zijn figuren een dimensie van onkenbaarheid door ze voornamelijk te laten bestaan in de wisselende verhalen van hun omgeving, of in de algemene wetmatigheden van de generaties. Goed voorbeeld hiervan is Het oude huis (1946). Na het wezen van de mens eerst te hebben gezien en verbeeld als verlangen, daarna als kruispunt van wetmatigheid en geweten, eindigt Van Schendel hiermee met een visie van veelvuldige schijn rondom een kern van ondoorgrondelijkheid.

Novellen[bewerken]

Van Schendel was ook novellist. Tot zijn eerste periode behoort Maneschijn. In de jaren dertig schreef hij talloze bijdragen in het Haagse dagblad Het Vaderland, waarin de kenmerken zowel van de tweede als van de derde periode duidelijk aanwijsbaar zijn. Samengebracht in talrijke bundels, vertegenwoordigen zij "een groot schrijverschap in een klein bestek"[2].

Prijzen[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

  • 1896 - Drogon
  • 1904 - Een zwerver verliefd
  • 1907 - Een zwerver verdwaald
  • 1908 - De schoone jacht
  • 1910 - Shakespeare
  • 1913 - De berg van droomen
  • 1916 - De mensch van Nazareth
  • 1919 - Pandorra
  • 1920 - Tristan en Isolde
  • 1921 - Der liefde bloesems
  • 1922 - Rose Angélique, de droomers van de liefde
  • 1922 - Safija
  • 1923 - Angiolino en de lente
  • 1923 - Blanke gestalten
  • 1924 - Oude Italiaansche steden
  • 1925 - Verdichtsel van zomerdagen
  • 1926 - Verlaine
  • 1927 - Maneschijn
  • 1927 - Merona, een edelman
  • 1928 - Fratilamur
  • 1929 - Florentijnsche verhalen
  • 1930 - Het fregatschip Johanna Maria (roman)
  • 1931 - Een eiland in de Zuidzee
  • 1932 - Jan Compagnie
  • 1933 - De waterman
  • 1934 - Herinneringen van een dommen jongen
  • 1935 - Een Hollandsch drama
  • 1936 - De rijke man
  • 1936 - Avonturiers (verhalenbundel)
  • 1937 - De grauwe vogels
  • 1938 - De wereld een dansfeest
  • 1938 - Nachtgedaanten
  • 1939 - Anders en eender
  • 1939 - De zeven tuinen (roman)
  • 1940 - Mijnheer Oberon en Mevrouw
  • 1941 - De menschenhater (roman)
  • 1941 - De fat, de nimf en de nuf (verhalenbundel)
  • 1942 - Een spel der natuur
  • 1942 - De wedergeboorte van Bedelman (verhalenbundel)
  • 1946 - De Nederlanden (gedicht)
  • 1946 - Het oude huis (roman)
  • 1948 - Voorbijgaande schaduwen
  • 1951 - De pleiziervaart (verhalenbundel)
  • 1976 - Verzameld werk (1976-1978)
  • 1989 - Jeugdherinneringen. Een document

Over Arthur van Schendel[bewerken]

  • Hans Anten, Wilbert Smulders, Joke van der Wiel, Nawoord. In: Hans Anten, Wilbert Smulders, Joke van der Wiel (ed.), Arthur van Schendel, Drie Hollandse romans. De waterman, Een Hollands drama, De grauwe vogels. Amsterdam, 2010, p. 495-552. (Deltareeks).
  • Beschouwingen over Arthur van Schendel, Amsterdam, 1976 ISBN 90-290-0803-2
  • Henk Buurman, Over Een Hollands drama van Arthur van Schendel, Amsterdam, 1979 ISBN 90-6287-874-1
  • Henricus Petrus Antonius van Eijk, Mededelingsvormen bij Arthur van Schendel. Een stilistisch onderzoek, Assen, 1965 (proefschrift)
  • G.H. 's-Gravesande, Arthur van Schendel. Zijn leven en werk, Amsterdam, 1949
  • F.W. van Heerikhuizen, Arthur van Schendel. Pessimist tegen wil en dank, Leiden, 1969
  • Frederik Wilhelm van Heerikhuizen, Het werk van Arthur van Schendel. Achtergronden, karakter en ontwikkeling, Amsterdam, 1961 (proefschrift)
  • R. Pulinckx, Arthur van Schendel. Zijn werk en zijn beteekenis, Diest, 1944
  • L. Turksma, Het goede leven. Het werk van Arthur van Schendel. Een nieuwe analyse met samenvattingen van de inhoud en commentaren, Amersfoort, 1987
  • Sonja Vanderlinden, De dansende burger. A. van Schendels sociale visie, Louvain-la-Neuve, 1980 (proefschrift)
  • Charles Vergeer, Arthur van Schendel, 's-Gravenhage, 1983 ISBN 90-6291-144-7
  • Charles Vergeer, Gewezen en gemaskerd. Over de jonge Arthur van Schendel, Leiden, 1988 ISBN 90-6412-071-4

Externe links[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Zie over zijn late Italiaanse periode: Dina Aristodemo, 'Arthur en Corinna van Schendel in Sestri Levante', in: De Parelduiker 20 (2015) 1, p. 39-57.
  2. Cf. Van Heerikhuizen, 1969