Aryavarta

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Aryavarta is in de geschiedenis van het hindoeïsme de naam voor het land of gebied waar de riten en geboden van de Veda's worden gevolgd. Dit gebied gold als "puur", maar kon deze status verliezen als bewoners zich niet langer aan de Vedische voorschriften hielden. In sommige interpretaties kan een goede hindoe slechts zijn eigen reinheid bewaren door in Aryavarta te blijven.

In de tijd van de Veda's zelf (rond 1500 v.Chr.) was Aryavarta beperkt tot het westelijke deel van de Indus-Gangesvlakte in het noorden van India. Later breidde het gebied zich als gevolg van de aryanisatie oostwaarts uit over de gehele Gangesvlakte, grofweg langs twee "corridors", een ten noorden en een ten zuiden van de Ganga. Dit gebied was rond 500 v.Chr. verdeeld over vele kleine koninkrijkjes (mahajanapada's) en republiekjes (gana-sangha's), die ook beschreven worden in de boeddhistische Pali-canon en jainistische teksten.

Rond 200 v.Chr. zou de aryanisatie tot in het zuiden van India verspreid zijn, maar veel moeilijk toegankelijke gebieden zoals woestijnen, dichte jungle en heuvelland bleven "onzuiver". De oorspronkelijke bewoners van deze gebieden werden als "mleccha's" beschouwd, onreine kastelozen. Omdat de plaatsen die in religieuze teksten genoemd werden in het oorspronkelijke Aryavarta lagen, bleef dit gebied (grofweg de Indus-Gangesvlakte) een bijzondere plek in de verbeelding van hindoes innemen. Vaak werden plaatsen ook vernoemd naar die gebieden, om zodoende een "eigen versie" dichtbij te hebben, zodat een lange pelgrimstocht niet langer noodzakelijk was voor een bedevaart. Toen in de Middeleeuwen het hindoeïsme zich ook over Zuidoost-Azië verspreidde vond daar een vergelijkbaar effect plaats.

Migranten die uit andere delen van de wereld het Indisch Subcontinent binnendrongen, zoals de Indo-Grieken en Indo-Scythen in de eerste eeuwen v.Chr., de Hunnen in de 6e eeuw of de Turks-Afghaanse invallers in de 11e en 12e eeuw, golden ook als mleccha's. Zolang ze de religieuze voorschriften niet kenden, vreemde goden aanbaden en niet in het kastensysteem waren opgenomen deed hun aanwezigheid zelfs af aan de "puurheid" van het land. Om die reden werd het land dat in de eerste eeuwen n.Chr. door oorspronkelijk niet-Indische groepen bewoond werd, zoals de Westelijke Satrapen van Gujarat of de Kushana's in het uiterste noorden, niet langer als Aryavarta beschouwd. Pas nadat de nieuwkomers door brahmaanse rituelen in het kastenstelsel werden opgenomen kon het land weer als "puur" beschouwd worden.

Bronnen