Associatie van gewone dophei

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Associatie van gewone dophei
Associatie van gewone dophei met gewone dophei en veenmos
Associatie van gewone dophei met gewone dophei en veenmos
Syntaxonomische indeling
Klasse:Oxycocco-Sphagnetea (Hoogveenbulten en natte heiden)
Orde:Ericetalia tetralicis (Dophei-orde)
Verbond:Ericion tetralicis (Dophei-verbond)
Associatie
Ericetum tetralicis
Schwick., 1933

De associatie van gewone dophei of dophei-associatie (Ericetum tetralicis) is een associatie van het dophei-verbond (Ericion tetralicis), een plantengemeenschap gekenmerkt door een natte heidevegetatie met overwegend gewone dophei.

Naamgeving en etymologie[bewerken]

  • Synoniem: Ericetum tetralicis
  • Nederlands: Dophei-associatie, Associatie van gewone dophei
  • Duits: Glockenheide-Gesellschaft

De naam Ericetum tetralicis is afgeleid van de wetenschappelijke namen van de meest dominante soort binnen de associatie, de gewone dophei (Erica tetralix).

Kenmerken[bewerken]

Algemeen[bewerken]

De dophei-associatie vinden we op vochtige tot natte, voedselarme zandgronden in de heide, voornamelijk rond vennen en laagtes in het terrein, soms heel lokaal in kleine depressies. Het grondwaterpeil is hoog en weinig wisselend. In de winter kan het peil zelfs hoger staan dan het maaiveld en is de bodem volledig met water verzadigd.

Deze associatie is op lange termijn enkel stabiel op de oevers van vennen en langs de rand van het hoogveen. Op andere plaatsen wordt zij op den duur verdrongen door bos. De meeste dopheidevegetaties zijn dus niet natuurlijk, zij worden al vanaf de Middeleeuwen in stand gehouden door de mens, door het kappen van het bos en het afplaggen van de bodem.

Structuur[bewerken]

Dopheivegetaties worden gekenmerkt door de volledige afwezigheid van de boomlaag. De struiklaag is wel vertegenwoordigd, onder de vorm van dwergstruiken, zoals de gewone dophei zelf.

De kruidlaag bestaat voornamelijk uit grassen en grasachtige planten. De meest opvallende soort in de kruidlaag is echter beenbreek (Narthecium ossifragum), die op natte plaatsen dominant kan zijn.

De moslaag is bijzonder goed ontwikkeld en bestaat uit bladmossen, waaronder verschillende veenmossen, en lichenen.

Waar het terrein droger wordt, kan de dopheide-associatie geleidelijk overgaan in de associatie van struikhei en stekelbrem. Op die plaatsen komen dophei en struikhei naast elkaar voor. Dikwijls zijn dit ook de plaatsen waar beide soorten het best floreren.

Onderverdeling[bewerken]

In de dophei-associatie worden in Nederland en België nog vier sub-associaties onderscheiden.

Sub-associatie typicum[bewerken]

Dit is de klassieke dophei-vegetatie gekenmerkt door de dominantie van gewone dophei en veenbies. Deze sub-associatie komt voor op vochtige tot natte, voedselarme zandgronden, met een hoge grondwaterstand, uitgesproken podzol-profiel met een humeuze toplaag.

Sub-associatie cladonietosum[bewerken]

Deze sub-associatie is een open dwergstruikenvegetatie op een wat drogere en humusarme bodem. Op dergelijke plaatsen zijn vooral korstmossen aspectbepalend, en de soortendiversiteit van deze mossen kan bijzonder hoog zijn. Deze situatie komt wel voor wanneer de dophei het door externe factoren (plaggen, natte winters, insectenplaag) even moeilijk heeft.

Sub-associatie sphagnetosum[bewerken]

Deze sub-associatie is daarentegen een overgangsvorm naar de plantengemeenschappen van het hoogveenmos-verbond. Ze komt voornamelijk voor op de natste plaatsen in het terrein, zoals rond vennen en op de grens van het hoogveen, waar continu een hoge waterstand is. Het is een zeer zeldzame gemeenschap, met soorten als lavendelhei, eenarig wollegras en kleine veenbes.

Sub-associatie orchietosum[bewerken]

Een zeldzame sub-associatie gekenmerkt door de aanwezigheid van soorten zoals het heidekartelblad, de liggende vleugeltjesbloem en de gevlekte orchis.

Soortensamenstelling[bewerken]

De associatie heeft voor België en Nederland als belangrijkste soorten:

Boomlaag[bewerken]

Geen soorten

Gewone dophei

Struiklaag[bewerken]

Kensoort Diff.soort Abundantie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
kK D Gewone dophei Erica tetralix
kV dS O Lavendelhei Andromeda polifolia sub-associatie sphagnetosum
Veenbies
Beenbreek
Ronde zonnedauw

Kruidlaag[bewerken]

Kensoort Diff.soort Abundantie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
kA A/F Veenbies Scirpus cespitosus
kV A/F Trekrus Juncus squarrosus
kK A/F Beenbreek Narthecium ossifragum
kK F/O Ronde zonnedauw Drosera rotundifolia
dV F Blauwe zegge Carex panicea
dV Z Klokjesgentiaan Gentiana pneumonanthe
D/O Pijpenstrootje Molinia caerulea
dS Pilzegge Carex pilulifera sub-associatie cladonietosum
dS F/O Eenarig wollegras Eriophorum vaginatum sub-associatie sphagnetosum
dS F/O Kleine veenbes Oxycoccus palustris sub-associatie sphagnetosum
dS O Gevlekte orchis Dactylorhiza maculata sub-associatie orchietosum
dS O Heidekartelblad Pedicularis sylvatica sub-associatie orchietosum
dS O Liggende vleugeltjesbloem Polygala serpyllifolia sub-associatie orchietosum
Veen-knopjesmos
Slank veenmos
Cladonia

Moslaag[bewerken]

Kensoort Diff.soort Abundantie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
kA F Goudklauwtjesmos Hypnum imponens
kA A/F Kussentjesveenmos Sphagnum compactum
kA A/F Zacht veenmos Sphagnum tenellum
kV A/F Broedkelkje Gymnocolea inflata
kV A/F Heideviltwier Zygogonium ericetorum
kK A/F Roodviltmos Aulacomnium palustre
dV F/O Slank veenmos Sphagnum recurvum
dS Gebogen rendiermos Cladonia arbuscula sub-associatie cladonietosum
dS Cladonia Cladonia sp. sub-associatie cladonietosum

Fauna[bewerken]

De natte heide is vooral interessant voor amfibieën zoals de heikikker (Rana arvalis), de bruine kikker (Rana temporaria) en de rugstreeppad (Epidalea calamita).

Ook reptielen als de levendbarende hagedis (Zootoca vivipara) en de adder (Vipera berus) hebben een voorkeur voor vochtige heide.

Verder vormt de vochtige heide een ideale biotoop voor allerlei insecten. Zo is de klokjesgentiaan een waardplant voor het gentiaanblauwtje (Maculinea alcon), die de eitjes afzet op de ongeopende bloemen. Het zeldzame heideblauwtje (Plebeius argus) komt enkel op dopheidevegetaties voor.

Verspreiding en voorkomen[bewerken]

De verspreiding van de dophei-associatie is beperkt tot de Atlantische provincie: de kuststrook van West-Europa, Groot-Brittannië en Ierland. Het is een typische vegetatie die zich thuis voelt in streken met een maritiem klimaat, met hoge luchtvochtigheid, niet te warme zomers en geen strenge winters.

In België is ze te vinden in de heidegebieden van de Antwerpse Kempen (onder andere in de Kalmthoutse Heide in Kalmthout, het Groot Schietveld in Brasschaat en het Turnhouts Vennengebied), en in Limburg (onder andere in de Hoge Kempen).

Bedreiging en bescherming[bewerken]

De meeste dophei-associaties zijn geen climaxvegetatie en vragen dus regelmatig beheersmaatregelen om te blijven bestaan, zo niet treedt vrij snel verbossing op. De verwaarlozing van dit beheer is een eerste belangrijke bedreiging.

Een tweede bedreiging is verdroging door de continue of regelmatige verlaging van de grondwaterspiegel, door het oppompen van grondwater als drinkwater of voor de landbouw, of door klimaatwijzigingen. Ontwatering leidt meestal tot vergrassing van de heide en een dominantie van pijpenstrootje.

De derde belangrijke bedreiging is de overbemesting van de heide door nabijgelegen landbouwgronden en door atmosferische stikstofdepositie. Ook hier zal een verhoogd voedselaanbod leiden tot vergrassing, met pijpenstrootje als de voornaamste overblijver.

Voor de instandhouding van de dophei-associatie zijn twee soorten beheersmaatregelen nodig:

  • de beheersing van de grondwaterstand door waterbouwkundige maatregelen;
  • het tegengaan van de verbossing en de eutrofiëring door verschillende ingrepen zoals het kappen van de boomopslag, regelmatig maaien van de kruidlaag en/of het plaggen van de toplaag van de bodem.

Indien goed uitgevoerd, zal binnen enkele jaren na het plaggen de dopheidevegetatie terug herstellen, met als mogelijke (interessante) tussenstap de associatie van moeraswolfsklauw en snavelbies.