Astronoom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Afbeelding van een astronoom in een Chinees boek

Een astronoom is een wetenschapper die de astronomie beoefent.

In tegenstelling tot de meeste wetenschappers kunnen astronomen het object van hun onderzoek, de hemellichamen niet rechtstreeks onderzoeken, maar zijn zij aangewezen op nauwkeurige observatie als middel van onderzoek. Astronomen maken daarvoor gebruik van telescopen, astrofotografie, en radiosterrenkunde.

Enkele beroemde astronomen[bewerken]

Astronoom Bijdrage
Liu Xin Bepaalde de omloopbanen van een aantal planeten en berekende de synodische maand, een lengte van 29 43/81 dagen en een tijdsduur van 19 jaar. Volgens hem duurde een jaar 365 385/1539 dagen, slechts elf minuten langer dan de tegenwoordige waarde.
Zhang Heng Corrigeerde de Chinese kalender en vond de eerste seismograaf uit, die aardbevingen kon melden op 500 km afstand. Hij construeerde een draaiende hemelglobe en in één van zijn publicaties (ling xiàn), een samenvatting van astronomische theorieën, benaderde hij het getal pi als 730/232 (ongeveer 3,1466).
Hipparchus en Ptolemaeus Bepaalden de posities van ongeveer 1000 heldere sterren, probeerden de raadselen van de astronomie te verklaren zonder het geocentrische model los te laten, en classificeerden sterren naar magnitude.
Aristarchus De eerste pleitbezorger van de heliocentrische theorie als model van de kosmos.
Nasir al-Din al-Tusi Deze Perzische astronoom beschreef als eerste de trigonometrie voor plat vlak en bol. Stelde zeer nauwkeurige tabellen op voor de beweging van de planeten en gaf vele sterren een naam. Zijn planetaire systeem was het meest geavanceerde van die tijd en werd alom gebruikt tot de komst van het heliocentrische model. Hij leverde ook een bijdrage aan de ontwikkeling van het astrolabium.
Galileo Galilei Gebruikte als eerste een telescoop voor waarnemingen. Werd door de Inquisitie veroordeeld tot huisarrest. Zijn veroordeling werd pas 359 jaar later door Paus Johannes Paulus II herroepen.
Johannes Kepler Stelde de elliptische banen van planeten voor, en formuleerde zijn beroemde Wetten van Kepler.
Isaac Newton Publiceerde Philosophiae Naturalis Principia Mathematica (1687), met daarin de Wetten van Newton, die fundamenteel zijn in de mechanica, en die een verklaring gaven voor de Wetten van Kepler. Voorspelde de banen van de planeten.
Subramanyan Chandrasekhar Diepgaand onderzoek van de fysica van sterren, in het bijzonder voor wat betreft het effect van de speciale relativiteitstheorie op sterren. Berekende de Chandrasekhar-limiet, tijdens een boottochtje en zonder rekenmachine.
Henrietta Swan Leavitt Categoriseerde veranderlijke sterren (zgn. Cepheïden) in de Magelhaense wolken. In 1912 ontdekte zij de relatie tussen luminositeit en periodociteit in Cepheïden, en gaf daarmee de aanzet tot het latere werk van Hertzprung.
Ejnar Hertzsprung Bepaalde de afstand tot een aantal Cepheïden. Met behulp van Cepheïden die in andere melkwegstelsels, zoals de Andromedanevel, werden ontdekt, konden de afstanden tot deze melkwegstelsels worden bepaald.
Edwin Hubble Ontdekte de uitdijing van het heelal. De Hubble Space Telescope is naar hem vernoemd.

Zie ook[bewerken]