Naar inhoud springen

Athenar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Athenar bermani

Athenar is een geslacht van plantenetende sauropode dinosauriërs, behorende tot de Diplodocoidea, dat tijdens de late Jura leefde in het gebied van het huidige Noord-Amerika. De enige benoemde soort is Athenar bermani.

Vondst en naamgeving

[bewerken | brontekst bewerken]

In 1909 zond het Carnegie Museum of Natural History de verzamelaar Earl Douglass uit naar Utah om skeletten van sauropoden te zoeken. In 1913 vond hij in de Carnegie Quarry, tegenwoordig deel van het Dinosaur National Monument, een van de belangrijkste Amerikaanse publieksattracties op paleontologisch gebied, het schedeldak en hersenpan van een dinosauriër. Pas in 1978 werd het stuk kort beschreven door John Stanton McIntosh en David Samuel Berman in dezelfde geruchtmakende publicatie die stelde dat Brontosaurus een jonger synoniem was van Apatosaurus, wat tot 2015 de heersende leer zou zijn. Beslissend hierbij was de identificatie van de weinige en daarbij losse sauropodenschedels die toen bekend waren. In dit proces speelde het stuk uit 1913 een belangrijke rol. Het werd toegewezen aan Diplodocus als enige bekende hersenpan van dat taxon en zou mede bewijzen dat Apatosaurus, hoewel sterk op Diplodocus gelijkend, hiervan verschilde en dus een geldig geslacht was.

In de loop der jaren echter noopte de steeds verder toenemende kennis over de Diplodocidae tot een herbezinning. Een meer gedetailleerde studie kwam tot de conclusie dat het een aparte soort vertegenwoordigde, die helemaal geen lid was van de Diplodocidae.

In 2025 werd de typesoort Athenar bermani benoemd en beschreven door John A. Whitlock, Juan Pablo Garderes, Pablo Gallina en Matthew Carl Lamanna. De geslachtsnaam verwijst naar de artiestennaam van de musicus Jamie Walters die optreed in verschillende Cleveland heavymetalband en waarvan de muziek vaak op de achtergrond te horen was als Whitlock het fossiel bestudeerde. Die meende ook dat een gebroken schedel het beste het optreden van de musicus uitdrukte. De soortaanduiding eert Berman. Omdat naam gepubliceerd werd in een elektronisch tijdschrift waren Life Science Identifiers nodig voor de geldigheid ervan. Deze zijn 6315E694-4BA7-44A4-B192-CB43F9D88B58 voor het geslacht en 2F58D0D4-3044-400B-B7AB-2CFA66F3D8A8 voor de soort.

Het holotype, CM 26552, is gevonden in een laag van de Morrisonformatie die dateert uit het Tithonien. Het bestaat uit een hersenpan en een stuk schedeldak waarin de voorhoofdsbeendernen en de wandbeenderen. Het holotype vertegenwoordigt een jongvolwassen dier.

Het achterhoofd moet een breedte gehad hebben van zo'n twintig centimeter. Gekoppeld aan de jonge individuele leeftijd zou dit de lichaamslengte op ruim twintig meter brengen als het specimen inderdaad aan Diplodocus toebehoorde. De andere positie in de evolutionaire stamboom wijst echter op een meer gedrongen bouw met vooral een kortere nek en staart wat de lengte kan terugbrengen naar rond de vijftien meter. De beschrijvers schatten de volwassen lengte boven die van Suuwassea, welke geschat is op veertien à vijftien meter.

De beschrijvers wisten slechts één onderscheidend kenmerk vast te stellen. Het is een autapomorfie, een unieke afgeleide eigenschap, in dit geval ten opzichte van de Dicraeosauridae als geheel. De beennaad tussen het wandbeen en het opisthoticum toont een "tand".

Dat Athenar tot de Dicraeosauridae behoort, zou blijken uit acht synapomorfieën. Er zijn vensters achter de wandbeenderen en op de grens van de wandbeenderen en voorhoofdsbeenderen. Het basioccipitale wordt van de bovenrand van de achterhoofdsknobbel gedrongen door de exoccipitalia. Het squamosum heeft een opvallend puntig uitsteeksel. Het voorhoofdsbeen draagt bij aan de rand van het bovenste slaapvenster. De crista prootica is verbreed. Er is een vrije bovenrand van de processus antoticus. Er is een beenplateau dat het foramen voor de nervus trigeminus overhangt. De rand van het achterste uiteinde van de processus paroccipitalis is plat.

Athenar werd in de Dicraeosauridae geplaatst, zij het zonder exacte cladistische analyse.