Attische komedie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Dit artikel gaat over attische komedie.

Terracotta beeldje van een acteur met geit

Ontstaan en evolutie[bewerken]

  • naar de etymologie te oordelen heeft dit letterkundige genre een directe relatie tot de "kómos" / "κώμος", de uitgelaten optocht (→ ons carnaval??) ter ere van Dionysus, zoals die reeds in de archaïsche periode overal rondtrok: een uitgelaten menigte verklede personen zongen hierbij geïmproviseerde, schunnige liederen waarin scherts en spot de hoofdtoon vormden
  • geleidelijke overgang van improvisatie naar meer samenhang en structuur
  • Epicharmus / Επίχαρμος (Sicilië, 6e/5e eeuw v.Chr.), schreef in het Dorisch dialect
  • te Athene, sinds 486 v.Chr.: aparte wedstrijd voor komedieschrijvers tijdens de "Grote Dionysia" - grote overeenkomst met de gelijktijdige tragedie inzake
    • structuur: met 'epeisodia', koorpassages, ...
    • voorstellingswijze: maskers en andere benodigdheden
    • koor: levendig aan de actie deelnemen

De "Oude Komedie"[bewerken]

  • algemene kenmerken van de Oude Komedie
    • de handeling is vrij verzonnen (fantasiewereld / parodie)
    • personages zijn karikaturen
    • de toneelhandeling wordt functioneel aangewend om ongenadige kritiek te spuien op alles wat beschouwd werd als een bedreiging voor het gemeenschapsleven of als een afwijking van de gevestigde waarden (gehekelde personen werden soms op het toneel uitgebeeld)
    • in taal en gebarenspel werden de grenzen van het fatsoen regelmatig overschreden
    • specifieke eigenheid in de structuur: de "parábasis" = het koor zet even de maskers af en richt zich zéér direct en persoonlijk (voor rekening van de auteur!) tot het publiek, om meestal ongezouten kritiek op personen of toestanden te uiten (vaak weinig verband met de handeling). De parabasis herinnerde aan de prille oorsprong: de uitgelaten komos mocht ongeremd spotten met de toeschouwers
  • men kent een 40-tal komediedichters bij naam: de beste reputatie hebben Cratinus (Κρατῖνος, ?5e eeuw v.Chr.), Eupolis (Εὔπολις, 446-411 v.Chr.), het schrijversduo Phrynichus en Amipsias, en Aristophanes (Ἀριστοφάνης, 445-388 v.Chr.)

De "Midden-Komedie"[bewerken]

  • Na de nederlaag van Athene tegen Sparta in de Peloponnesische Oorlog evolueerde de komedie tot een intrigekomedie.
  • De belangstelling van de burger voor de grote politieke problemen verminderde, en de komediedichters zagen af van de toespelingen op de actualiteit en van de hekelende aanvallen op personen. Ook het koor verliest aan belang: koorliederen verwaterden tot muzikale intermezzo's zonder samenhang met de rest van het stuk. Het parodiëren van mythen werd gemeengoed in de komedie.

De "Nieuwe Komedie"[bewerken]

  • Deze fase in de ontwikkeling van de Attische komedie begon met de regering van Alexander de Grote, toen Athene zijn politieke vrijheid definitief had verloren. Er bleef nog alleen de vrijheid om te lachen met de eigen komische situatie in het alledaagse leven, dat slechts door de verbeelding van de dichter werd opgewarmd.
  • De onderwerpen werden niet meer gezocht in het openbare leven of in de mythologie, maar in het particuliere leven van de stedelijke bourgeoisie. De motieven werden ontleend aan het dagelijkse leven: de liefde, de verwaarlozing of het te vondeling leggen van baby's, van wie de herkenning later tot een gelukkige ontknoping leidt.
  • De belangrijkste vertegenwoordigers waren: Diphilus (4e eeuw v.Chr.), Philemon (361-262 v.Chr.) en Menander (342-291 v.Chr.

Gerelateerd onderwerp[bewerken]