August Witte
| August Witte | ||
|---|---|---|
| Algemene informatie | ||
| Geboortedatum | 1840 | |
| Geboorteplaats | Aken | |
| Overlijdensdatum | 1883 | |
| Overlijdensplaats | Aken | |
| Begraafplaats | Ostfriedhof Aachen | |
| Werk | ||
| Beroep | goudsmid | |
| Werkgever(s) | August Witte GmbH | |
| Familie | ||
| Kinderen | Bernhard Witte, Robert Bernhard Witte | |
| Persoonlijk | ||
| Talen | Duits | |
August Witte (Aken, 20 januari 1840 − Aken, 12 juli 1883) was een Duits edelsmid en restaurator, gespecialiseerd in kerkelijke kunst. Hij was de oprichter van het atelier "August Witte GmbH", dat een internationale reputatie verwierf. Het bedrijf werd na zijn vroegtijdige dood voortgezet door zijn zonen Bernhard Witte en August (II) Witte.
Levensloop
[bewerken | brontekst bewerken]August Witte was de zoon van schoenmaker Wilhelm Witte uit Osnabrück en diens vrouw Anna Margaretha Beckers uit Selfkant. Hij begon zijn opleiding aan de Provinciale Handelsschool van Aken en liep tegelijkertijd stage in het graveeratelier van Jacob Cronenberg. Hij verfijnde zijn edelsmeedvaardigheden verder in de werkplaats van Everhard Besco. Na Besco's vroege dood in 1865 als gevolg van een beroepsgerelateerde ziekte, nam de nog jonge Witte diens atelier aan de Harskampstraße in Aken over en specialiseerde zich in religieuze kunst. Op 18 oktober 1872 werd hij door het domkapittel van Aken benoemd tot kapittelgoudsmid (Stiftsgoldschmied) en nam hij zijn intrek in het aan die functie verbonden woonhuis met atelier aan de Klosterplatz in Aken, direct naast de Dom van Aken. Net als zijn collega-edelsmeden in Aken, Martin Vogeno (1821-1888) en Reinhold Vasters (1827-1909), werd hij gesteund door de kanunnik en kunsthistoricus Franz Bock door middel van opdrachten. Witte verwierf een uitstekende reputatie in de "kunst van de stilistische imitatie", waardoor hij ook restauratiewerkzaamheden in onder andere Maastricht en Fritzlar kreeg toevertrouwd. Voor zijn verdiensten werd hij later onderscheiden met de Orde van de Rode Adelaar, 4e klasse.
August Witte was getrouwd met Margarethe Pohl (1838-1912), een zus van de beeldhouwer Wilhelm Pohl, met wie hij vijf zonen en een dochter kreeg. Toen duidelijk werd dat drie van zijn zonen ook het edelsmidsvak wilden leren en in het atelier van hun vader wilden werken, hernoemde hij zijn bedrijf tot August Witte GmbH, een besloten vennootschap. Witte overleed op 43-jarige leeftijd aan de gevolgen van het inademen van kwikdampen. Hij liet zijn vrouw met zes minderjarige kinderen achter. Hij werd bijgezet in de familiegrafkelder op de begraafplaats Ostfriedhof in Aken, waar later ook enkele van zijn nakomelingen werden bijgezet.
Voortzetting August Witte GmbH
[bewerken | brontekst bewerken]
In afwachting van het moment dat de oudste zoon Bernhard zijn leertijd had voltooid, werd het atelier August Witte GmbH geleid door een broer van de weduwe Witte en een gezel. Daarna namen de zonen het bedrijf over:
- Bernhard Witte (1868-1947), nam in 1887 het bedrijf van zijn vader over en werd het meest succesvolle lid van de familie. In 1895 ontving hij van paus Leo XIII de eretitel "goudsmid van de Heilige Stoel en de pauselijke paleizen".
- Wilhelm Witte (1870-1894), volgde ook een opleiding tot edelsmid. Vanwege de hevige concurrentie in Aken verhuisde hij naar Luik, waar hij in 1894 op 24-jarige jaar overleed. Hij werd begraven in de familiecrypte in Aken.
- August (II) Witte (1875-1908), leerde eveneens het edelsmedenvak en werkte enkele jaren in de werkplaats van zijn vader voordat hij in 1899 een filiaal in Den Haag oprichtte. Ook hij stierf jong, op 33-jarige leeftijd, en werd in Aken begraven. Het filiaal in Den Haag werd vervolgens door zijn broer Bernhard gesloten. De volgende werken worden toegeschreven aan August Witte (II):[1]
- vanaf 1892: ontwerp en doorlopende levering van de versierselen van de nieuw opgerichte Orde van Oranje-Nassau (opgericht in 1892)
- 1896–1900: figuren van heiligen, bisschoppen en zittende figuren, evenals reliëfs met scènes uit het leven van Sint-Quirinus voor het Quirinusschrijn in de Quirinusmunsterkerk in Neuss; het schrijn zelf was ontworpen door zijn broer Bernhard
- Carl Witte (1879-1950) was pastoor van de Sint-Clemenskerk in Schwarzrheindorf (bij Bonn). In 1945, na de verwoesting van de bedrijfswerkplaats in Aken, bood hij zijn broer Bernhard en diens gezin onderdak in zijn pastorie. Een plaatselijke straat, de Wittestraße, is naar hem vernoemd.
- Robert Bernhard Witte (1881-1946) werd architect en beeldhouwer. Hij werkte voornamelijk in de omgeving van Dresden en publiceerde in 1939 onder andere een boek over edelsmeedtechnieken.
Werken (Selectie)
[bewerken | brontekst bewerken]- 1871/72: geëmailleerde lijst voor de Pala d'oro in de Dom van Aken, in overleg met Franz Bock en geschonken door keizer Wilhelm I ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van de Karlsverrein (Karel de Grote Vereniging); verwijderd
- 1872: reliekhouder voor de lendendoek van Jezus in de schatkamer van de Dom van Aken
- 1873: restauratie van de kroon van de Karlsbüste (reliekbuste van Karel de Grote)
- 1874: zilveren reliekhouder voor de buste van paus Leo III
- 1874: reliekhouder met een relikwie van een van de "onnozele kinderen" (gedood door Herodes)
- ca. 1874/75: neogotisch altaarkruis, neoromaans ostensorium en zuilvormige reliekhouder met fragmenten van de geselzuil van Jezus voor de schatkamer van de Sint-Petruskerk in Aken
- 1874 en 1881: versierde sloten voor het Mariaschrijn in de Dom van Aken ter gelegenheid van de heiligdomsvaart van Aken; voorheen waren dit eenvoudige hangsloten zonder versieringen.
- 1882: hoogaltaar van de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht (het bijbehorende baldakijn werd in 1891 voltooid door zijn zoon Bernhard)[2]
- jaartal onbekend: bisschopsstaf gewijd aan Sint-Joris, bewaard in de domschatkamer van Aken
- Kroon Karelsbuste (restauratie), domschatkamer van Aken
- Hoofdaltaar, Sint-Servaasbasiliek, Maastricht
- Idem, detail
- Idem, detail
- Idem, detail
- Idem, detail
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel August Witte (Goldschmied) op de Duitstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- ↑ Van enkele werken uit het begin van de 20e eeuw wordt slechts aangegeven dat ze door "August Witte" zijn vervaardigd, soms met de toevoeging "Aken". Vermoedelijk betreft dit werkstukken van Bernhard Witte, de bedrijfsleider van de Akense vestiging van August Witte GmbH. Zie opmerkingen bij Bernhard Witte#Werken (Selectie).
- ↑ (de) Renate Kroos (1985): Der Schrein des heiligen Servatius in Maastricht und die vier zugehörigen Reliquiare in Brüssel, p. 400. Zentralinstitut für Kunstgeschichte, München. ISBN 3422007725.