Augustijnenklooster (Gent)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het Augustijnenklooster op de linkeroever van de Lieve

Het Augustijnenklooster in Gent werd op 24 november 1296 gesticht toen de augustijnen zich met de zegen van de bisschop van Doornik ook in Gent vestigden. Met het klooster is ook de Sint-Stefanuskerk verbonden.

Het klooster ligt tussen de Augustijnenkaai aan de Lieve en de Academiestraat. Het klooster werd op 20 september 1958 beschermd als monument van onroerend erfgoed.

Geschiedenis[bewerken]

De Augustijnen hadden zich reeds in 1295 in de stad Gent gevestigd in het huis "ter Capelle", dat hen werd geschonken door de familie Gerelmus BORLUUT (zoon van Boudewijn en Margriet Rijnvisch) . Bij het huis lag de Sint-Stefanuskapel, die als eerste kloosterkerk in gebruik werd genomen. Deze "ter Capelle" bevond zich op de hoek van de nu (Lange) Steenstraat en de straat, die naar de Oudburg leidt, en dit is de tegenwoordige de Geldmunt. En dààr stond inderdaad een kapel die was toegewijd aan de H. martelaar Sint-Stefanus. Vandaar kreeg de kerk die vervolgens later bij het klooster werd gebouwd als patroonheilige de Heilige Stefanus. Kerk rechterlijk werd het klooster opgericht in 1296.

Het klooster werd geplunderd en vernield bij de Beeldenstorm in 1566 en een tweede en nog heviger maal op aansteken van het calvinistisch stadsbestuur van Gent in 1578 en werd verkocht in 1582. De orde werd evenwel in 1584 al terug hersteld en de kloostergebouwen werden herbouwd, op kosten van de stad Gent. De kerk in 1606, een college waar de augustijnen twee eeuw lang onderwijs zouden inrichten in 1609, het klooster zelf van 1621 tot 1622. De Fransen schaften de orde af in 1796, maar al een jaar later konden de paters de kloostergebouwen terugkopen. Van 1809 tot 1810 werd het klooster een militair hospitaal, vanaf 1815 verhuurden de paters ruimte aan katoenfabrieken. Het klooster werd kanoniek heropgericht in 1834.[1] Tot heden is de orde actief in Gent, met weliswaar een deel van het klooster ingericht als studentenkamers en een deel van het klooster ter beschikking voor congressen en andere evenementen) .

Gedurende de nacht van 19 en 20 januari 1938, brandden klooster en kerk geheel af. De herstelde kerk werd heropend in 1841