Auschwitzherdenking

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Auschwitzherdenking in 1989 op de Nieuwe Oosterbegraafplaats te Amsterdam.

De Auschwitzherdenking is een Nederlandse herdenking van de bevrijding van het concentratiekamp Auschwitz op 27 januari 1945. De Auschwitzherdenking vindt jaarlijks op de laatste zondag in januari plaats te Amsterdam.

Het Nederlands Auschwitz Comité organiseert deze plechtigheid die sinds 1993 plaatsvindt bij het Auschwitzmonument in het Wertheimpark. Dit monument is gemaakt door Jan Wolkers. Daarvoor vond de herdenking plaats op de Nieuwe Oosterbegraafplaats.

Geschiedenis[bewerken]

De eerste Auschwitzherdenking werd in 1952 in Polen georganiseerd door de regering van dat land. Onderdeel ervan was het vullen van een urn met as uit de crematieovens in Auschwitz door verscheidene nationale delegaties.[1] De urn werd in juni van dat jaar opgesteld op de Oosterbegraafplaats in Amsterdam. Het leidde tot een enorme publieke belangstelling en duizenden burgers liepen langs de urn.[2] Deze werd de volgende dag bijgezet en niet veel later voorzien van een steen met het opschrift "Nooit meer Auschwitz".

Opzet[bewerken]

De herdenking begint met een stille tocht die wordt geformeerd vanuit de Boekmanzaal in het Amsterdamse stadhuis, naar het Spiegelmonument Nooit Meer Auschwitz dat zich in het Wertheimpark aan het einde van de Muiderstraat bevindt. Tijdens de plechtigheid worden toespraken gehouden door onder meer de burgemeester van Amsterdam en een rabbijn spreekt het Jizkor en Kaddisj uit. Tevens wordt er muziek gemaakt door Roma en Sinti. Als einde van de plechtigheid worden er bloemen en kransen neergelegd bij het monument.

De herdenking wordt voortgezet met een bijeenkomst in de RAI.

Status[bewerken]

De Auschwitzherdenking heeft niet een officiële status zoals bijvoorbeeld de Nationale Dodenherdenking die wel heeft. Het Nederlands Auschwitz Comité pleit ervoor om de Auschwitzherdenking ook de status van nationale herdenking te verlenen.[3] De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport reageerde in juni 2011 voorlopig afwijzend, maar beloofde begin 2012 wel inspanningen om het herdenken een groter maatschappelijk belang te geven.[4]