Autochroom Lumière

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Auguste en Louis Lumière
Autochroom Lumière, Paris, 1925

Autochroom is het eerste procedé in de fotografie dat kleurenfotografie mogelijk maakt. De broers Auguste en Louis Lumière vroegen hiervoor een patent aan in 1903. In 1907 begonnen ze met het commercieel gebruik. Er werden eerst kleurfoto's gemaakt en daarna kwam de subtractieve kleurfilm in het midden van de jaren 1930.

Geschiedenis[bewerken]

Lumierebox.jpg
  • 17 december 1903: Aanvraag patent voor het autochroom.
  • 30 mei 1904: Louis Lumière presenteert de technische autochroom aan de Academie van Wetenschappen in Parijs.
  • 10 juli 1907: De autochroom wordt gemaakt en verkocht. Fabrieken produceerden zo’n 6000 autochroomplaten per dag. In totaal zijn er zo’n 50 miljoen exemplaren geproduceerd.
  • Midden van jaren 1930: De subtractieve kleurfilms worden gemaakt.
  • 1935: De autochroom werd geleidelijk vervangen door de Kodachrome.

Structuur[bewerken]

Lumrast 1.jpg

Autochroom is een additief kleurproces op een "mozaïeken schermplaat". Het middel bestaat uit een glazen plaat die aan een kant bedekt is met een willekeurig mozaïek van microscopische aardappelzetmeelkorrels in de kleuren rood-oranje, groen, blauw-violet die als kleurfilters dienen. De kleuren zijn een ongewone, maar functionele variant van de standaard rood, groen en blauwe additieve kleuren. Koolstofpoeder vult de plaats op tussen de korrels, en een zwart-wit panchromatische zilverhalogenide-emulsie wordt op de filterlaag aangebracht.

Anders dan bij gebruikelijke zwart-witplaten werden de autochroomplaten in de camera geplaatst met de glaszijde naar de lens gericht, zodat het licht eerst door de mozaïeken filterlaag ging voor het de emulsie bereikte. Het gebruik van een aanvullend speciaal oranje-geel filter in de camera was nodig om het ultraviolet licht te blokkeren en het effect van violet en blauw licht te beperken, want voor die delen van het spectrum waren de emulsie overgevoelig. Door het lichtverlies ten gevolge van al het filteren, moesten autochroomplaten langer belicht worden dan de zwart-wit platen en films. Dit betekende dat een statief of andere houder gebruikt moest worden en dat was niet gemakkelijk om bewegende beelden te fotograferen. De plaat werd omgekeerd verwerkt tot een diapositief. Dit wil zeggen dat de plaat eerst werd ontwikkeld tot een negatief beeld, maar niet werd gefixeerd. Dan werd het zilver dat het negatieve beeld vormde, chemisch verwijderd. Vervolgens werden de resterende zilverhalogeniden blootgesteld aan licht en ontwikkeld. Zo werd een positief beeld gevormd.

Het luminantiefilter (zilverhalogenide laag) en het mozaïeken chrominantie filter (de gekleurde aardappelzetmeelkorrelslaag) bleven precies uitgelijnd en werden tegelijk verdeeld zodat het licht ter plekke werd gefilterd. Elke zetmeelkorrel bleef uitgelijnd met het overeenkomstig microscopisch kleine gebiedje van de zilverhalogenide-emulsie die eroverheen was aangebracht. Wanneer het gereedgekomen beeld bekeken werd met doorgelaten licht, werkte iedere korrel van het zilverbeeld als een microfilter, waardoor er meer of minder licht door de overeenkomstige gekleurde zetmeelkorrel ging. Aldus werd de oorspronkelijke verhouding van de drie kleuren gereconstrueerd. Bij normale kijkafstand zal het licht dat tussen de individuele korrels doorkomt en met elkaar samenvalt in het oog, de reconstructie geven van de kleur van het licht dat is vastgelegd door de filterkorrels.

Techniek[bewerken]

De fabricagetechniek bestaat uit het aanbrengen op een dunne glazen plaat van een coating van miljoenen microscopisch kleine deeltjes (5 tot 10 micrometer) - aardappelzetmeel korrels – met de kleuren rood-oranje, groen en blauw-violet, vastgezet in hars. De ruimte tussen de korrels wordt opgevuld met fijn koolstofpoeder (carbon black). De plaat werd vervolgens bekleed met schellak om de voor vocht gevoelige korrels en kleurstoffen te beschermen tegen de op waterbasis gebaseerde gelatine-emulsie, die op de plaat werd aangebracht nadat de schellak was opgedroogd.

Het ontwikkelen van de glasplaten is complex, omdat het beeld moet omkeren. Het zijn twee opeenvolgende chemische ontwikkelprocessen met een tussentijdse blootstelling aan licht. De gevoeligheid van de platen is laag, omdat in tegenstelling tot de gewone fotografische platen het licht eerst door de glasplaat moet voor het op de gevoelige lagen valt. Zelfs met een goede emulsie, vermindert de aanwezigheid van het filter de effectieve gevoeligheid tot 4-8 ISO. De autochroomtechniek vereist dus lange belichtingstijden, wat maakte dat hij niet interessant was voor het fotograferen van bewegende onderwerpen, maar meer voor landschappen en stillevens.

Belangrijke Autochrome Collecties[bewerken]

Tussen 1909 en 1931 werd een verzameling van 72.000 autochroom foto’s verzameld om het leven te documenteren, op dat moment in 50 landen over de hele wereld. Die werden gemaakt door de Franse bankier Albert Kahn. De collectie, die een van de grootste is in zijn soort in de wereld, is gevestigd in het Albert Kahn Museum aan de rand van Parijs. Een nieuwe compilatie van beelden van de Albert Kahn-collectie werd gepubliceerd in 2008.

De National Geographic Society maakte uitgebreid gebruik van autochromen en andere mozaïek kleurenscherm platen over meer dan twintig jaar. 15.000 originele autochroomplaten zijn nog steeds bewaard in de archieven van het genootschap. In de Amerikaanse bibliotheek Library of Congress hangen foto's van het werk van de Amerikaanse fotograaf Arnold Genthe. 384 van zijn autochroomplaten behoorden tot de bedrijven met ingang van 1955.