Autofagie (biologie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De opmaak van dit artikel is nog niet in overeenstemming met de conventies van Wikipedia. Mogelijk is ook de spelling of het taalgebruik niet in orde. Men wordt uitgenodigd deze pagina aan te passen.

Mechanisme van autofagie

Autofagie (Griekse αυτο: "zelf" en φαγειν "eten") of autolyse is een natuurlijk en katabool proces, dat zowel bij dieren als bij planten voorkomt, waarbij eigen celcomponenten door middel van lysosomale machines worden afgebroken en naar de lysosomen worden gevoerd, de hergebruikvaten van de cel. Dit proces gebeurt vanaf 6 uur na de laatste opname van voedsel en en kan tot 72 dagen duren; bij de gemiddelde mens ongeveer 30 dagen. Door het afbreken van celcomponenten houdt het lichaam zich in leven, tot er weer voedsel wordt opgenomen.

Proces[bewerken]

Celafbraak

Na het eten van voedsel zet het lichaam glucose om in glycogeen dat wordt gebruikt als energiebron voor het hele lichaam. 25% van de glucose is voor de hersenen terwijl de andere 75% wordt gebruikt voor rode bloedcellen en spiervezels. Na ongeveer zes uur is het glucosegehalte laag, waarna de maag het sein geeft aan de hersenen dat er opnieuw voedsel moet worden opgenomen: het lichaam krijgt honger.

Uiteindelijk komt het lichaam in de ketosefase. Dit hangt af van de hoeveelheid vetten die het lichaam heeft opgeslagen. Het lichaam breekt alle opgeslagen vetten af in één glycerolmolecuul en drie vetzuurketens. Het grootste gedeelte van het lichaam is in staat vetzuren te gebruiken als alternatieve bron van energie, in een proces genaamd beta-oxidatie. De hersenen kunnen geen vetzuren gebruiken voor energie, omdat deze de bloed-hersenbarrière niet kunnen passeren. Het vetzuur wordt in kleinere moleculen afgebroken. De hersenen kunnen hierop niet volledig overleven, aangezien het nog steeds 25% glucose nodig heeft. Hierdoor wordt het moeilijker om zich te concentreren, men voelt zich suf en moe en beweging gaat moeilijker.[bron?] Veel mensen die een dieet volgen, mensen die niet veel eten of die een zware sport of job uitvoeren komen vaak in dit proces.

Wanneer het lichaam bijna al zijn vetten omgezet heeft in vetzuur, schakelt het over naar de spieren. Deze worden afgebroken in proteïnen die bestaan uit polymere ketens van aminozuren. Aminozuur kan worden omgezet in glucose, waardoor de hersenen weer glucose krijgen als energiebron. Het lichaam verliest spiervezels. De hersenen hebben per dag ongeveer 120 gram glucose nodig. Om het lichaam te laten overleven zakt die waarde naar 30 gram per dag. Het lichaam probeert zichzelf op deze manier in stand te houden, totdat het geen energie meer kwijt wil/kan aan niet-essentiële functies in het lichaam. Uiteindelijk stopt de toevoer van energie. Dit leidt onder andere tot botten die verzwakken en bij vrouwen zou de menstruatiecyclus worden uitgeschakeld. Binnen een aantal weken is het immuunsysteem zonder vitaminen en mineralen zo verzwakt dat men sterft door ziektes. De meest voorkomende dood is cardiac arrhythmia of hartritmestoornis. Er zijn ook studies verricht naar dit proces met positieve uitkomsten voor het lichaam. Zie ook https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3328387/#bib1