Automatische knipperlichtinstallatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Voormalige AKI model 1980 bij de overweg Noord Kraaijertsedijk in Goes
Voormalige AKI (zonder driehoekig schild) (model 1955) op het terrein van het Spoorwegmuseum in Utrecht

Een automatische knipperlichtinstallatie (AKI) is een beveiliging voor overwegen in Nederland die sinds april 2007 bijna niet meer gebruikt wordt.

Een AKI bestaat uit knipperende lampen en bellen die voor een trein waarschuwen. Er zijn geen overwegbomen. Het overwegtype wordt om die reden voornamelijk gebruikt bij wat rustiger overwegen, buiten de stad.

Uiterlijk[bewerken | brontekst bewerken]

Oorspronkelijk was er alleen een oranje knipperlicht, dat altijd aan was. Later werd de vorm een vijfhoek, met drie kleuren lichten. Boven in de punt kon een stilstaand oranje licht te zien zijn, en dat betekende storing. Onder links zat een rood knipperlicht, en onderaan rechts een wit knipperlicht. De modernere AKI, vanaf 1955, bevat drie lampen, twee rode (onder) en een witte (boven). De twee rode gaan snel knipperen als er een trein in aantocht is. Als de rode lichten uit zijn knippert het witte licht rustig, ten teken dat de overweg veilig is om over te steken. Vanaf 1955 werd pas een bel toegevoegd. Vanaf de jaren tachtig werd achter de lichten een driehoekig schild met afgeronde hoeken geplaatst. De overweg bevat aan beide kanten van de rails een AKI-aal, die aan beide kanten lichten heeft. Opvallend is dat het "maanwitte" licht achter een blauwe lens zit. Het licht lijkt daardoor wit. Dat die lens lichtblauw is zie je normaal gesproken niet; alleen van heel dichtbij is dat te zien.

Een AKI wordt voorafgegaan door een verkeersbord type J11 (zie het plaatje rechts).

Verschijnen[bewerken | brontekst bewerken]

Het testen van de AKI-overweg met 3 kleuren lichten bij Steenwijk (1936)

In Nederland werd in 1936 bij overweg op de Meppelerweg in de voormalige gemeente Steenwijkerwold de eerste AKI neergezet. Dit betrof een kwikknipperinstallatie. Het knipperen van de lichten werd tot stand gebracht met behulp van een U-vormig buisje waarin zich kwik bevond. Aan het ene uiteinde van de buis bevond zich gas dat verwarmd werd en waardoor het kwik aan het schommelen werd gebracht, aan het andere uiteinde maakte het kwik door de schommelingen contact en daarna daalde het kwik weer, waardoor het contact onderbroken werd.[1] Deze kwikknipperinstallaties hebben tot 2006/2007 dienstgedaan. De STAR beschikt nog over een AKI met kwikknipperinstallatie.

Verdwijnen[bewerken | brontekst bewerken]

Omdat bij een met een AKI beveiligde overweg, door het ontbreken van overwegbomen en daardoor meer gevaarlijk gedrag, een tien keer grotere kans op ongelukken is,[2] heeft de Nederlandse overheid besloten ze om te bouwen tot mini-AHOBs die wél (korte) overwegbomen hebben. Van 2001 tot en met 2007 zijn vrijwel alle 600 AKI's in Nederland tot mini-AHOB omgebouwd en enkele opgeheven. Dit is gebeurd in het AKI-AHOB-ombouwprogramma van ProRail. In 2005 zijn de laatste overwegen met AKI aan dit traject gesloten, of omgebouwd tot mini-AHOBs. In 2006 is de laatste overgebleven AKI van het traject Amersfoort - Zwolle, aan de Tintelersteeg in Nijkerk, afgesloten.

Op 2 april 2007 is de laatste AKI op het traject Enschede - Zwolle liggende in de Dwarsdijk in het buitengebied tussen Wierden en Nijverdal gesloten en ontmanteld. Een kleine twintig AKI's in Nederland zijn hierna blijven bestaan, omdat de overwegen te breed zijn voor overwegbomen (haven- of industriegebieden) of omdat er weinig trein- en wegverkeer op sommige industrielijnen is of omdat ze niet van ProRail zijn (bijvoorbeeld museumlijnen). Bijvoorbeeld op de Museumtramlijn bij Amsterdam (echte driehoek, met ingebouwde lampen) (drie overwegen) (uniek type, komt alleen daar voor). En bij Ouddorp (RTM)(NS-type) (de witte lampen schijnen bij de RTM niet gebruikt te worden); op rangeerterrein Kijfhoek (ook een ander type), en op een dienstweg tussen Den Haag HS en CS. Automatische rode knipperlichten zonder witte lamp zijn er o.a. in De Efteling, Walibi, Dierenpark Amersfoort, bij de RTM, bij de Maasoeverspoorweg, en het Zuiderpark in Den Haag. Bij die laatste en in het spoorwegmuseum zijn er ook mini-aki's mét witte lamp. De Museumtramlijn bij Amsterdam heeft ook overwegen met rode lichten, maar die moeten ter plaatse in- en uitgeschakeld worden. Op de industrielijn voorbij station Delfzijl zouden in 2021 nog drie AKI-overwegen in gebruik zijn. En bij Geleen Lutterade bij ingang van Chemelot zou in 2021 nog een "ouderwetse" AKI in gebruik zijn (model 1955). En daar dichtbij aan een fietspad is er ook nog een van dat model, maar wel met nieuwe bellen. En verder op het terrein daar zijn er ook AKI's aanwezig. Op een dienstweg bij Zevenbergschen Hoek en bij Breda schijnt in 2021 ook nog een AKI actief te zijn.

In België waren er in 2007 nog bijna 300 AKI's, waarbij die op tramwegen waarschijnlijk niet meegeteld zijn.[3] Er zijn in 2021 AKI's op MIVB-tramlijn 44 (met bellen), op lijn M1 bij Anderlues, op lijn 3 te Zwijndrecht en op veel plaatsen in Gent. In Gent vaak zonder wit licht. Het witte licht zit in België onderaan. De bel is ook anders dan in Nederland; hij hebben een scherp doorgaand gerinkel. Bij overwegen zonder slagbomen blijven ze doorrinkelen tot de trein of tram voorbij is. Ze worden vervangen door dezelfde elektronische bellen als in Nederland. In het verleden waren er vele AKI's op de voormalige streektramlijnen van de NMVB/SNCV. Zoals op lijn 90 tussen Charleroi en La Louvière, tot 1993. Tussen Charleroi en Anderlues zijn er nog twee in gebruik. Op de Kusttram-lijn kwamen ze tot 1998 op diverse locaties voor. Tot 2011 nog op twee plaatsen, en daarna nog één, in De Panne. In 2021 is ook die laatste vervangen door verkeerslichten.

Onder andere in de voormalige Oostblok-landen inclusief Rusland komen nog veel AKI's met en zonder wit licht voor.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]