Autopsie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Autopsie (Grieks: "met eigen ogen zien" ), ook wel inwendige lijkschouw(ing), sectie of obductie, is het inwendig onderzoeken van het lichaam van een overleden persoon om doodsoorzaak en ziekteprocessen te onderzoeken en vast te stellen. Een weinig gebruikt begrip is 'lijkopening'.

Onderscheiden worden obducties en gerechtelijke secties. Een obductie is een klinische sectie die bedoeld is voor bijvoorbeeld het beoordelen van de kwaliteit van de verleende zorg, onderzoek of onderwijs, of ter uitsluiting van een genetisch defect. Er is in deze gevallen geen vermoeden van een strafbaar feit. Obducties worden, na toestemming van de nabestaanden van het slachtoffer, vooral aangevraagd door ziekenhuizen of huisartsen.

Indien er bij het overlijden van een persoon een vermoeden is van een strafbaar feit, kan er een gerechtelijke sectie worden gelast door de officier van justitie of de procureur, en familie kan dit ook niet verhinderen. Deze is bedoeld om de doodsoorzaak te achterhalen in het kader van het opsporingsonderzoek en de mogelijke vervolging van het strafbare feit.[1]

Autopsie in niveaus[bewerken]

Een autopsie wordt verricht op meerdere niveaus:

  • Bekijken van het gehele lichaam in zijn samenhang.
  • Bekijken van gehele organen.
  • Onderzoek in het orgaan.
  • Microscopisch onderzoek.

Waar vindt autopsie plaats?[bewerken]

De autopsie heeft plaats in de sectieruimte van een mortuarium, veelal een ziekenhuismortuarium.
Een forensische sectie kan plaatsvinden in de sectieruimte van een mortuarium, maar vindt in Nederland meestal plaats in het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

Wie verrichten de autopsie?[bewerken]

In de meeste gevallen wordt een autopsie verricht door twee personen.

  • Obductieassistent: Neemt meestal de organen uit.
  • (Forensisch) patholoog-anatoom: Verricht onderzoek op de uitgenomen organen.

Specialisatie[bewerken]

Een autopsie wordt verricht door een gespecialiseerde arts: een patholoog-anatoom of een forensisch patholoog-anatoom. De bekendste Nederlandse patholoog anatoom was dokter Jan Zeldenrust (1907 - 1990). Hij werd in 1951 de eerste directeur van het Gerechtelijk Geneeskundig Laboratorium, dat samen met Gerechtelijk Laboratorium (opgericht 30 juli 1945) in 1999 fuseerde tot het Nederlands Forensisch Instituut.

Uitspraak autopsié of autópsie?[bewerken]

Tegenwoordig hoort men steeds vaker de uitspraak autópsie, met de klemtoon op de tweede lettergreep, net als vakántie, inténtie, prodúctie, enzovoort. Deze laatste woorden komen echter uit het Latijn, terwijl autopsie uit het Grieks komt. De juiste uitspraak is dan ook autopsié, met de klemtoon op de laatste lettergreep, net als bij geriatrié, psychologié, orthopedié, enzovoort.[2]

Zie ook[bewerken]