Autoschip

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Autoschip van WWL
Overslag van Volkswagens in 1969
NYK Galaxy Leader aan de kade in Bremerhaven met de achterklep open voor de laden en lossen van voertuigen
Autoschip Cougar Ace met zware slagzij na een fout van de bemanning bij het verpompen van ballastwater (juli 2006). Slechts een klein deel van het schip zit onder de waterlijn.[1]

Een autoschip is een speciale versie van het roll-on-roll-offschip. Ze zijn speciaal ontworpen om voertuigen over zee te vervoeren. De schepen hebben een doosachtige vorm om zoveel mogelijk voertuigen te kunnen vervoeren en zijn voorzien van laad- en losbruggen waarover de voertuigen op eigen kracht het schip in- of uit kunnen rijden.

Geschiedenis[bewerken]

In de jaren 1960 kwamen de eerste speciale schepen voor het vervoer van voertuigen in de vaart. Het leger maakte al tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruik van landingsvaartuigen waarmee voertuigen op eigen kracht aan land kwamen, maar voor commerciële doeleinden werden gewone vrachtschepen gebruikt. Voertuigen werden door middel van kranen de ruimen van schepen in- of uitgeladen en dit proces kostte veel tijd.

Vanaf de jaren 1970 nam het internationale zeetransport van voertuigen sterk toe. De grote Japanse automobielfabrikanten richtten zich op exportmarkten en een grote stroom van voertuigen naar Amerika en Europa kwam op gang. In 1970 nam K-Line de Toyota Maru No. 10 in de vaart welke volledig was ingericht op het vervoer van auto’s, de eerste zogenaamde pure-car-carrier (PCC).[2] Het schip had ruimte voor 4.200 voertuigen.

Andere typen zijn in de vaart gekomen die het mogelijk maakt naast auto’s ook andere lading mee te nemen, zoals:

  • vrachtvoertuigen (pure-car-truck-carrier of PCTC);
  • passagiers (roll-on-roll-off passengers of ROPAX);
  • containers (container roll-on-roll-off of CONRO).

Beschrijving[bewerken]

De autoschepen zijn duidelijk herkenbaar vanwege de hoekige, doosachtige opbouw boven de gehele romp. Deze vorm leidt tot een groot volume waardoor er veel capaciteit is voor voertuigen. Alles is overdekt waardoor alle voertuigen droog staan. Intern zijn vele dekken aangebracht, waarvan sommigen in hoogte verstelbaar zodat lading met verschillende afmetingen, bijvoorbeeld personen- en vrachtwagens, meegenomen kan worden. De voertuigen rijden op eigen kracht in of uit het vaartuig en hiervoor zijn aan de achterzijde en soms ook aan de zijkanten laadkleppen aangebracht. De dekken zijn intern met elkaar verbonden met bruggen waardoor voertuigen van het laaddek naar de diverse parkeerdekken kunnen rijden.

Vanwege de vorm vangen de schepen veel wind. Dit kan een probleem opleveren bij in varen in smalle kanalen of bij bruggen. Bij de Calandbrug in Rotterdam is een speciaal windscherm gebouwd zodat autoschepen ook bij veel zijwind de brug kunnen passeren.

De ruimte in het schip heeft een open karakter. Er zijn diverse dekken maar deze zijn zo open mogelijk om veel voertuigen te vervoeren en het laden en lossen te bespoedigen. In geval van een ongeval kan het zeewater snel binnendringen en het schip tot zinken brengen.[3]

Het grootste autoschip van 2011 tot 2015 tot de ingebruikname van de MS Höegh Target was de MV Tønsberg van de Noorse rederij Wallenius Wilhelmsen Logistics's. Dit schip kan 8.000 voertuigen vervoeren.[4] Het is 265 meter lang, 32 meter breed en steekt 11 meter diep.[4] Alle dekken hebben in totaal een oppervlakte van 50.000 m² en een volume van 138.000m³.[4]

Markt[bewerken]

In 2013 werden wereldwijd iets meer dan 80 miljoen personenwagens geproduceerd. Hiervan worden ongeveer 15 miljoen met zeeschepen naar de klanten vervoerd.[5] De twee belangrijkste exporteurs zijn achtereenvolgens Japan en Zuid-Korea. Zij nemen ongeveer de helft van het aantal vervoerde voertuigen voor hun rekening.[5] Andere landen, als Thailand, China en India, breiden hun productiecapaciteit uit en hier neemt ook de uitvoer van voertuigen over zee toe. In 2003 werden zo’n 8,5 miljoen voertuigen verscheept, waarvan 4,3 miljoen uit Japan en 1,8 miljoen uit Zuid-Korea.[5]

De grootste rederijen met autoschepen zijn Japanse bedrijven. In 2013 was de MOL Group met circa 120 schepen onder beheer de grootste direct gevolgd door NYK op een kleine achterstand.[6] Op de vierde tot zesde plaats staan, K-Line, EUKOR, Höegh en Wallenius Wilhelmsen Logistics's (WWL).[6] WWL heeft circa 50 autoschepen in de vaart.