Ayn Rand

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Ayn Rand
Portret van Ayn Rand
Portret van Ayn Rand
Algemene informatie
Volledige naam Alissa Zinovievna Rosenbaum
Pseudoniem(en) Ayn Rand
Geboren 2 februari 1905
Geboorteplaats Sint-Petersburg
Overleden 6 maart 1982
Overlijdensplaats New York
Land Verenigde Staten
Beroep Schrijfster
Handtekening Handtekening
Werk
Stroming Objectivisme
Libertarisme
Bekende werken The Fountainhead, Atlas Shrugged
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Ayn Rand, geboren als Али́са Зино́вьевна Розенба́ум (Alissa Zinovievna Rosenbaum), (Sint-Petersburg, 2 februari 1905New York, 6 maart 1982) was een Russisch-Amerikaans romanschrijfster en filosofe. Ze was de grondlegster van het Objectivisme, een filosofische stroming. Ze groeide op in Rusland en emigreerde in 1926 naar de VS. Voortbouwend op de theorieën van Aristoteles was ze op politiek vlak een groot pleitbezorger van het laissez-faire-kapitalisme. Ze heeft de meeste bekendheid verkregen met haar romans The Fountainhead en Atlas Shrugged.

Levensloop[bewerken]

Achtergrond[bewerken]

Ayn Rand heette eigenlijk Alissa Zinovievna Rosenbaum (Russisch: Алиса Зиновьевна Розенбаум). Haar vader en moeder waren Zinovy Zakharovich Rosenbaum en Anna Borisovna Rosenbaum. Zij was de oudste dochter en had twee zussen, Natasha (1907) en Eleanora (1910, roepnaam 'Nora'). Haar ouders en zus Natasha hebben de Tweede Wereldoorlog niet overleefd. Haar zus Nora heeft zij pas in 1973 opnieuw ontmoet. Tot die tijd leefde Ayn Rand in de veronderstelling dat ook zij dood was. Nora stierf in 1999 in Rusland. Haar ouders hadden een Joodse achtergrond maar waren agnostisch. Alissa werd al op jonge leeftijd atheïst.

Jeugd en studie[bewerken]

Alissa ontwikkelde op jonge leeftijd een enorme interesse in boeken en films en begon al vroeg met schrijven. Haar jeugdhelden waren de schrijvers Walter Scott, Alexandre Dumas, Victor Hugo en andere schrijvers uit de romantiek. Vanwege de Russische revolutie in 1917 vluchtte het gezin Rosenbaum naar de Krim, maar toen dat schiereiland in 1921 in handen van de bolsjewieken viel, keerden ze terug naar St. Petersburg, waar Alissa filosofie en geschiedenis ging studeren. Hier kwam ze in aanraking met de werken van Edmond Rostand, een schrijver uit de Franse romantiek, en Friedrich Schiller, die ze geweldig vond vanwege zijn grootse heroïsche stijl. Ook Friedrich Nietzsche bewonderde zij om zijn verheerlijking van het heroïsche en het onafhankelijke individu, maar ze verafschuwde het altruïsme in "Aldus sprak Zarathoestra". In 1924 rondde zij haar opleiding af en begon met een studie toneelschrijven.

Emigratie[bewerken]

Toen zij een visum kreeg om haar familie in de Verenigde Staten te bezoeken zag ze haar kans schoon. Bij aankomst in New York werd ze vrijwel meteen verliefd op de skyline van de "Big Apple". Later zou ze er onder andere in haar boeken nog vaak op terugkomen. Zo zegt een van de personages in The Fountainhead: "I would give the greatest sunset in the world for one sight of New York's skyline. Particularly when one can't see the details. Just the shapes. The shapes and the thought that made them. The sky over New York and the will of man made visible. What other religion do we need? [...] I feel that if a war came to threaten this, I would like to throw myself into space, over the city, and protect these buildings with my body." (De mooiste zonsondergang ter wereld verruil ik met liefde voor één enkele aanblik van de skyline van New York. Vooral als je de details niet kunt zien. Alleen de vormen. De vormen en het denkwerk dat daarvoor nodig was. De hemel boven New York en de wil van de mens zichtbaar gemaakt. Welke religie heb je dan nog nodig? [...] als dat door een oorlog gevaar zou lopen, zou ik denk ik wat graag de ruimte in springen, boven deze stad, en deze gebouwen met mijn lichaam beschermen.).[1]

De Hollywood-jaren[bewerken]

Na een paar maanden bij familie in Chicago verbleven te hebben vertrok ze richting Hollywood om daar scriptschrijfster te worden. In deze periode nam ze de naam Ayn Rand aan, gebaseerd op de manier waarop haar achternaam Rosenbaum in het Cyrillisch alfabet geschreven stond op haar diploma. De theorie dat ze haar naam ontleende aan de Remington Rand typemachine kan niet juist zijn, omdat ze de naam al gebruikte voordat dit apparaat op de markt kwam.

In Hollywood ontmoette ze Cecil B. DeMille en kreeg in 1927 een piepklein rolletje in King of Kings. Daarnaast kreeg ze ook baantjes op bijvoorbeeld de kostuumafdeling van een filmstudio. Op de set van King of Kings leerde zij de acteur Frank O'Connor kennen, met wie zij trouwde.

Eerste successen[bewerken]

Haar succes als schrijfster begon langzaam. Ze verkocht haar eerste script, Red Pawn, in 1932 aan Universal, maar het is nooit verfilmd. In 1934 kwam ze met het toneelstuk The Night of January 16th dat Broadway haalde en in 1941 verfilmd werd.

Later zouden het script You Came Along, het op Chris Massies boek gebaseerde Love Letters en enkele van haar eigen boeken verfilmd worden. In 2004 werd de televisieserie Ideal uitgebracht dat gebaseerd is op haar boek The Fountainhead.

Haar succesvolle boeken[bewerken]

In 1936 kwam Rand met het enigszins autobiografische We The Living en twee jaar later met Anthem. We The Living werd vanwege de felle anti-communistische toon met gemengde gevoelens ontvangen in de VS. De jaren van de grote depressie (ook wel 'The Red Decade' genoemd) waren bij het verschijnen van het boek op hun dieptepunt en er leefde een grote sympathie voor het socialisme onder de Amerikaanse bevolking.

Voor Anthem, een boek waarin een futuristische maatschappij wordt beschreven en waarin het collectivisme triomfeert, kon ze in de VS geen uitgever vinden en het werd uitgegeven in het Verenigd Koninkrijk. Haar grote succes kwam in 1943 met de bestseller The Fountainhead (in het Nederlands vertaald onder de titel De eeuwige bron). Het boek was reeds door twaalf uitgevers afgewezen. Ze vonden het te intellectueel en niet aansluiten bij de mainstream. Nummer dertien (Bobbs-Merrill Company Publishing House) hapte echter wel toe. Het boek zou een wereldwijd succes worden en zo'n 6 miljoen stuks verkopen. In 1949 werd het boek verfilmd met in de hoofdrol Gary Cooper. In 1957 verscheen Atlas Shrugged (in het Nederlands vertaald als Wereldschok en Atlas In Staking) dat insloeg als een bom en intellectueel Amerika op zijn kop zette. Atlas Shrugged werd in 2012 opnieuw uitgegeven door Luitingh Sijthoff als 'De kracht van Atlantis'.

Het Objectivisme[bewerken]

Behalve romanschrijfster is Rand ook grondlegger van het Objectivisme. Zo kwam ze regelmatig samen met de jonge psychologiestudent Nathan Blumenthal (later Nathaniel Branden), diens vrouw Barbara, Barbara's neef Leonard Peikoff, Alan Greenspan en een aantal anderen (de groep werd schertsend aangeduid als "The Collective") op. Deze kleine kring van vertrouwelingen die ze om zich heen verzamelde groeide uit tot een denktank, en kreeg later de allures van een sekte. In 1954 werd Rands nauwe relatie met de jongere Nathaniel Branden een romantische affaire, met de toestemming van hun echtgenoten. Het Nathaniel Branden Institute (NBI) verspreidde boeken, artikelen en presentaties over het Objectivisme. The Collective ging ten onder aan ruzie en jaloezie.[2] In 1968 kwam er een breuk in de samenwerking tussen het echtpaar Branden en Rand. Branden ging hierop zijn eigen weg en ontwikkelde zijn eigen theorieën. Hij bekritiseerde Rands verwaarlozing van emoties (‘een emotie is geen argument en zodoende niet bruikbaar voor het redeneren’). Een kijk op deze gebeurtenissen is uitgebreid te lezen en zien in het boek en de film 'Ayn Rand: A sense of Life', een andere visie in te lezen in het boek 'The Passion of Ayn Rand's Critics'.

Politieke invloed[bewerken]

Haar boek De deugd van het egoïsme (The virtue of selfishness) is zeer invloedrijk in de Verenigde Staten.[3] Dit boek bevat essays van Rand en Branden over uiteenlopende onderwerpen, zoals genot, internationale politiek, racisme en popmuziek. Er is eveneens een college over de ethiek van het Objectivisme in opgenomen, dat Rand in februari 1961 aan de Universiteit van Wisconsin hield. Onder meer Alan Greenspan, voormalig voorzitter van het Federal Reserve System (The Fed), behoorde tot The Collective. Hij was destijds in grote lijnen een aanhanger van haar gedachtegoed.[4] Er is echter ook kritiek dat zijn beleid niet bij het vrijemarktdenken van het Objectivisme past.[5] Ook de republikeinse vicepresidentskandidaat Paul Ryan zegt geïnspireerd te zijn door haar ideeën[6], al deed hij wel afstand van Rands ideeën toen hij hierom in opspraak raakte.[2] Zij wordt wel een van de belangrijkste inspiratoren van het libertarisme genoemd, hoewel ze zelf zeer kritisch was op het libertarisme[7].

Haar laatste jaren[bewerken]

Graf van Frank O'Connor en Ayn Rand.

Na haar breuk met de Brandens viel The Collective uiteen en gingen veel van haar vrienden hun eigen weg. Uit The Collective bleef slechts Leonard Peikoff met haar bevriend tot aan haar dood in 1982. Hij werd voorzitter van het Ayn Rand Institute. Ze werkte gedurende de jaren zeventig aan een script voor een tv-serie van Atlas Shrugged en een nieuwe roman, "To Lorne Dieterling", maar heeft beide projecten nooit kunnen afronden. Eerst vanwege de dood van haar man Frank in 1979 en uiteindelijk door haar eigen dood in 1982.

Rand was een zware roker; in 1974 onderging ze een longoperatie. Hoewel haar boeken bleven verkopen, maakte Rand vanaf 1976 gebruik van een soort leefloon en ziekte-uitkering. Dit kwam haar op kritiek te staan, omdat zij het principe achter dergelijke uitkeringen altijd had gehekeld. Zolang zij maar bleef pleiten voor de afschaffing ervan, vond zij echter niet dat haar hypocrisie kon worden verweten. "Naast de krenking die zij door toedoen van anderen ondergaan hoeven de slachtoffers [van socialistisch beleid] niet ook nog eens de martelaar te gaan uithangen; zij hoeven de rovers niet dubbel te laten profiteren door hen het geld uitsluitend te laten verdelen onder de parasieten die het luidkeels hebben opgeëist."[8] Een aantal leden van The Collective kwam wel naar haar begrafenis, onder wie Alan Greenspan.[2]

Gedachtegoed[bewerken]

Het Objectivisme van Ayn Rand stelt dat de werkelijkheid onafhankelijk bestaat van interpretaties door individuen; de werkelijkheid 'is zoals zij is.' Deze werkelijkheid kunnen we objectief kennen wanneer we op de juiste manier gebruik maken van de menselijke rede. Met betrekking tot ethiek dient het individu zijn rationele eigenbelang na te streven om zo zijn eigen geluk te bereiken. Met betrekking tot politieke theorie vereist deze morele code de afwezigheid van geweld-initiatie. Op basis daarvan worden individuele rechten geformuleerd; hierbij is het de taak van een nachtwakersstaat om deze rechten te verdedigen. Het politiek-economische systeem dat hierbij hoort is het laissez-faire kapitalisme. Kunst hoort een ode aan het leven te zijn.[9]

Binnen de ethiek zijn voor Rand de belangrijkste waarden de rede, doelmatigheid en zelfwaardering. Deze waarden hangen direct samen met belangrijke deugden, respectievelijk rationaliteit, productiviteit en trots. Productief werk dient hierbij het centrale doel in het leven te zijn, rationaliteit is een voorwaarde van productief werk en trots zijn op jezelf is het resultaat. Moraliteit is volgens Rand niet bedoeld om te jezelf op te offeren voor andere mensen, maar om gelukkig te worden in het leven. Door op een deugdzame manier rationele doelen na te streven kan men die doelen bereiken en zodoende gelukkig worden - het hoogste doel in het leven.

Rand is voorstander van een republiek die individuele rechten beschermt (zie ook nachtwakersstaat). Om deze reden is ze gekant tegen elke vorm van collectivisme, waaronder democratie, begrepen als louter de heerschappij van de meerderheid: "Democratie is kortom een vorm van collectivisme die individuele rechten ontkent: de meerderheid kan ongebreideld doen wat ze wil. In principe is de democratische regering almachtig. Democratie is een totalitaire manifestatie; zij is geen vorm van vrijheid."

Trivia[bewerken]

  • In de VS werd Atlas Shrugged door lezers van de Book-of-the-Month Club tweede in de lijst met boeken die de grootste impact hebben gehad op hun leven, na de bijbel (1991). Van de 5.000 aangeschreven lezers waren er 2032 respondenten; hiervan vermeldden 778 mensen één of meer boeken die hun leven had beïnvloed. Rands boek is totaal 17 keer genoemd, meer dan twee maal vaker dan de nummer drie op de lijst (8 stemmen).[10]

Bibliografie[bewerken]

Fictie[bewerken]

Non-fictie[bewerken]

Externe links[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. Ayn Rand (1943), The Fountainhead. Londen: Penguin Classics. pp. 463-464. ISBN 978-0-141-18862-1 [herdruk, 2007]
  2. a b c Inge Schelstraete, ‘Bye bye, solidariteit’, op: De Standaard, 7 juli 2014
  3. (en) Top 100 invloedrijke non-fictie boeken
  4. (en) New York Times: Greenspan shrugged
  5. (en) Bubble Boy: Alan Greenspan’s Rejection of Reason and Morality [1]
  6. (en) Ryan shines as GOP seeks vision, JSOnline.com
  7. Goddess of the Market: Ayn Rand and the American Right / Jennifer Burns. - New York, Oxford University Press, 2009. - isbn=978-0-19-532487-7
  8. (en) The Voice of Reason, The Question of Scholarship [2]
  9. Peikoff, Leonard, Objectivism: The Philosophy of Ayn Rand, Meridian, 1993. ISBN 978-0452011014.
  10. Bible Ranks 1 of Books That Changed Lives, Los Angeles times, 2 december 1991