B'Tselem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
B'Tselem
Geschiedenis
Opgericht 1989
Structuur
Voorzitter Hagai Elad
Plaats Jeruzalem
Media
Website http://www.btselem.org/

B'Tselem (בצלם, "in het beeld van", zoals in de Genesis 1:27) is een Israëlische NGO, "het Israëlische Informatiecentrum voor mensenrechten in de door Israël bezette gebieden". De organisatie is opgericht op 3 februari 1989 door een groep bekende Israëli's, waaronder advocaten, academici, journalisten en leden van de Knesset. De directeur is Jessica Montell.[1]

De aangegeven doelen van B'Tselems zijn "het documenteren en inlichten van het Israëlische publiek en beleidsmakers over de schendingen van mensenrechten in de bezette gebieden, en het bestrijden van de ontkenning alomtegenwoordig bij het Israëlische publiek, en het creëren van een mensenrechtencultuur in Israël".[2] Voor de Nederlandse mensenrechtenprijs De Tulp in 2015 was de organisatie in race, maar werd voorbijgestreefd door My Israel die opriep op andere kandidaten te stemmen waardoor van de 65.677 stemmen er 48.582 uit Israël kwamen.

Hoofdactiviteiten[bewerken]

De focus op documentatie weerspiegelt B'Tselems doel om zo veel mogelijk informatie ter beschikking te stellen aan het Israëlische publiek, aangezien informatie noodzakelijk is voor het nemen van actie en voor het maken van besluiten. Lezers van publicaties van B'Tselem kunnen ervoor kiezen om niets te doen, maar ze kunnen niet zeggen "We wisten van niets". Veel beeldmateriaal bevat geweld van kolonisten tegenover Palestijnse boeren, geweld van het Israëlisch leger tegenover burgers en illegale uitzettingen.

Relatie met de staat Israël[bewerken]

B'Tselem staat vanwege zijn rapporten en documenten over de mensenrechtenschendingen en de Israëls bezettingspolitiek in de Palestijnse gebieden sterk onder kritiek van Israël.

In september 2017 waarschuwde de organisatie premier Benjamin Netanyahu en andere Israëlische topfunctionarissen dat zij persoonlijk aansprakelijk gesteld zouden worden als zij voor het plegen van oorlogsmisdaden als zij Palestijnse gemeenschappen als Khirbet Susiya en Khan al-Ahmar in het C-gebied (Oslo-akkoorden) zouden verwoesten.[3].

In zijn eerste toespraak in de Veiligheidsraad drong het hoofd van B'Tselem, Hagaï El-Ad, ter wille van de Palestijnen, aan op maatregelen tegen Israëls politiek jegens de Palestijnen. Daarbij doelde hij op de nederzettingenpolitiek van Israël, waarbij hij de regering beschuldigde van een opzettelijke "opsplitsing van een gehele bevolking, fragmentatie van hun land en verscheuring van hun leven."[4] Door Danny Danon, de afgevaardigde van Israël bij de Verenigde Naties, werd hij uitgemaakt voor 'Collaborateur'. Ook Netanyahu en Likoedlid Tzipi Hotovely lieten zich hierover in felle bewoordingen uit.[5] In oktober 2016 had hij reeds in een forum tegenover leden van de Veiligheidsraad de realiteit van de bezetting uiteengezet.[6]

Onderscheiding[bewerken]

Referenties[bewerken]