Béjar
| Gemeente in Spanje | |||
|---|---|---|---|
| Situering | |||
| Autonome regio | Castilië en León | ||
| Provincie | Salamanca | ||
| Coördinaten | 40° 23′ NB, 5° 46′ WL | ||
| Algemeen | |||
| Oppervlakte | 46 km² | ||
| Inwoners (2025) |
11.993 (261 inw./km²) | ||
| Provincie- en gemeentecode |
37.046 | ||
| Website | www | ||
| Detailkaart | |||
| Ligging in de provincie Salamanca | |||
| Locatie in Castilië en León | |||
| Foto('s) | |||
| |||
Béjar is een gemeente in de Spaanse provincie Salamanca in de regio Castilië en León met een oppervlakte van 45,74 km². Béjar telt 11.993 inwoners (2025).
Geschiedenis
[bewerken | brontekst bewerken]De plaats werd omstreeks 400 v.Chr. gesticht door de Vettones, een volk dat zich voornamelijk bezighield met veeteelt. Hun nederzetting besloeg het zuidelijk deel van de latere stad (La Antigua). Aan het begin van de eerste eeuw v.Chr. kwam het gebied onder controle van de Romeinen. De Romeinse weg waarlangs zilver uit het binnenland naar de kust werd vervoerd, liep langs Béjar.
Rond 713 veroverden de moslims het gebied en het bleef onder islamitische controle tot het midden van de twaalfde eeuw. Aan het einde van de elfde eeuw werd de stad versterkt: de citadel (Alcazaba) en de stadsmuren werden toen gebouwd. Nog eeuwen na de Reconquista leefden er nog moslims en ook Joden in Béjar. In de dertiende eeuw kwam er lakennijverheid in Béjar. Tegelijk verloor de veehandel aan belang; koning Alfons X van Castilië besliste dat de Cañada Real, de koninklijke route waarlangs vee werd gedreven, niet door Béjar zou lopen. In 1310 werd er een franciscanenklooster gesticht in de stad.[1]
In 1396 kwam Béjar, tot dan een koninklijke stad, in feodaal bezit.[2] Diego López de Zúñiga en zijn nakomelingen zouden meer dan vijfhonderd jaar Béjar in haar bezit houden. Zij droegen de titel van hertog van Béjar. Zij stelden in de vijftiende eeuw een jaarmarkt in, die elke zomer gedurende een maand werd gehouden en economische welvaart bracht. Door protectionistische wetten in Castilië bloeide ook de textielindustrie in Béjar. Deze zou in de zeventiende eeuw een grote vlucht nemen met de oprichting van de Fábrica de Paños (lakenfabriek) en de komst van gespecialiseerde Zuid-Nederlandse textielarbeiders.
In de zestiende eeuw kreeg de stad een hospitaal, Santo Hospital. De hertogen van Béjar lieten een paleis bouwen op de plaats van de Moorse citadel en lieten ook een klein paleis met vijver en tuinen bouwen als zomerresidentie (El Bosque de Béjar). Tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog had de plaats regelmatig te lijden onder oorlogsgeweld. Zo staken Franse troepen het hertogelijk paleis in brand.[1]
Demografische ontwikkeling
[bewerken | brontekst bewerken]
- Bron: INE; 1857-2011: volkstellingen
- Opm.: In 1970 werd Palomares aangehecht
Bezienswaardigheden
[bewerken | brontekst bewerken]- El Bosque de Béjar, paleis met tuinen, beschermd als Bien de Interés Cultural
- Stierenarena (Plaza de toros), een van de ouste van Spanje waarin een eerste gedocumenteerd stierengevecht in 1711 doorging[1]
- Hertogelijk paleis
- El Bosque de Béjar
- Plaza de toros
- Stadhuis
- Santa María la Mayor-kerk
Verkeer en vervoer
[bewerken | brontekst bewerken]
Béjar ligt aan de autoweg N-630, die verbinding geeft met de A-66.
Béjar heeft geen treinstation meer; de spoorlijn Gijón–Sevilla werd opgedoekt. Er is een busstation met verbindingen onder andere naar Madrid en Salamanca.[3]
Geboren in Béjar
[bewerken | brontekst bewerken]- Laudelino Cubino (1963), wielrenner
- Roberto Heras (1974), wielrenner
- 1 2 3 (es) Historia de Béjar. i-Béjar. Geraadpleegd op 19 september 2026.
- ↑ (es) Béjar, Un encuentro con la historia en el corazón de la sierra. Turismo Béjar. Geraadpleegd op 19 september 2026.
- ↑ (es) Cómo llegar a Béjar: Guía completa para tu viaje. i-Béjar. Geraadpleegd op 19 september 2026.