Baardmos

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Baardmos
Usnea australis
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Ascomycota
Klasse:Lecanoromycetes
Onderklasse:Lecanoromycetidae
Orde:Lecanorales
Familie:Parmeliaceae
Geslacht
Usnea
(Dill.) Adans. (1763)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Baardmos op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels
Baardmossen in een boom
Baardmos

Baardmos (Usnea, soms ook wel 'oudemansbaard' genoemd) is een geslacht van korstmossen dat behoort tot de ascomyceten. Ze komen voor in vochtige bossen over de hele wereld, waar ze meestal aan boomtakken hangen. In zeldzame gevallen worden ze ook op de bodem of op rotsen aangetroffen. Het geslacht behoort tot de familie van Parmeliaceae. Baardmossen worden gekenmerkt door een struikachtige bouw en een centrale as vanwaaruit vertakkingen ontspringen. In gebieden die vrij zijn van luchtverontreiniging kunnen ze 10-20 cm lang worden.

Net als alle korstmossen is baardmos een symbiose van een schimmel en een alg. De schimmel behoort tot de Ascomycota.

Soorten[bewerken | brontekst bewerken]

Er zijn een groot aantal soorten beschreven, een monografie door Józef Motyka uit 1947 onderscheidde 451 soorten. Veel van deze worden nu als morfologische variëteiten en aanpassingen aan lokale omstandigheden gezien. De taxonomische indeling is nog lang niet opgelost. Het aantal soorten dat in Finland voorkomt wordt om deze reden door onderzoekers steeds kleiner geschat. In 1951 werden 34 soorten genoemd, in 1963 werd dat gereduceerd tot 25 en in 2000 was er sprake van slechts 12 soorten.

Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

Volgens de inventarisatie-gegevens van de Bryologische en Lichenologische Werkgroep(BLWG) komen in Nederland negen soorten baardmossen voor (Usnea articulata, U. cornuta, U. esperantiana, U. filipendula, U. flavocardia, U. fulvoreagens, U. hirta, U. subfloridana en U. wasmuthii). Vijf soorten zijn de afgelopen eeuw in Nederland uitgestorven. Baardmossen zijn erg gevoelig voor luchtvervuiling, met name voor zwaveldioxide. Door zowel zwaveldioxide- als ammoniakbelasting zijn vrijwel alle soorten baardmossen van de Veluwe verdwenen, terwijl dit gebied vroeger bekendstond om zijn vele soorten en grote exemplaren. In Nederland komen baardmossen door verbetering van de luchtkwaliteit sinds het begin van de 21e eeuw weer vaker voor, zelfs in steden, en er worden tegenwoordig ook weer grotere exemplaren gevonden. U. hirta en U. subfloridana zijn de meest algemene soorten. Ook enkele zeldzame soorten lijken aan een voorzichtig herstel te zijn begonnen.

Glanzend baardmos Usnea glabrata (Ach.) Vain staat op verspreidingsatlas als (in Nederland) verdwenen, maar is vanaf 2018 in Poortugaal bij Rotterdam waargenomen.

Chemie[bewerken | brontekst bewerken]

Baardmos wordt al minstens 1000 jaar medicinaal gebruikt als antibioticum, de werkzame stof is de secundaire metaboliet usninezuur (C18H16O7). Usninezuur veroorzaakt een gelige kleur van de baardmossen. Enkele soorten hebben een rood of roze pigment, de aard van deze stof is nog onbekend. Baardmos is eetbaar en rijk aan vitamine C.

Bronnen en externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Wikispecies heeft een pagina over Usnea.
Zie de categorie Usnea van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.