Naar inhoud springen

Bad Dürrenberg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Bad Dürrenberg
Stad in Duitsland Vlag van Duitsland
Wapen van Bad Dürrenberg
Bad Dürrenberg (Saksen-Anhalt)
Bad Dürrenberg
Situering
Deelstaat Vlag van de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt Saksen-Anhalt
Landkreis Saalekreis
Coördinaten 51° 17 NB, 12° 4 OL
Algemeen
Oppervlakte 36,15 km²
Inwoners
(31-12-2020[1])
11.499
(318 inw./km²)
Hoogte 104 m
Burgemeester Christoph Schulze (CDU)
Overig
Postcode 06231
Netnummer 03462
Kenteken SK
Gemeentenr. 15 0 88 020
Website Officiële website
Locatie van Bad Dürrenberg in Saalekreis
Kaart van Bad Dürrenberg
Foto's
Borlach- en Witzleben-torens (zoutmuseum)
Borlach- en Witzleben-torens (zoutmuseum)
Portaal  Portaalicoon   Duitsland

Bad Dürrenberg is een gemeente (zelfstandige stad) in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt, gelegen in de Landkreis Saalekreis. De gemeente telde op de peildatum van de meest recente statistiek 11.499 inwoners.[1]

De gemeente draagt de officiële benaming Solestadt Bad Dürrenberg . Het was in het verleden een kuuroord. Daaraan heeft de plaats het voorvoegsel Bad vóór de plaatsnaam te danken. Tegenwoordig heeft de gemeente nog wel de status Staatlich anerkannter Erholungsort.

Plaatsen in de gemeente

[bewerken | brontekst bewerken]

De gemeente bestaat uit vier stadsdelen, te weten:

  • Bad Dürrenberg in engere zin, met:
    • Balditz, Goddula, Goddulasiedlung,
    • Vesta, Keuschberg, Kirchdorf,
    • Fährendorf, Lennewitz,
    • Klein- en Großostrau,
    • Porbitz en Poppitz
  • Nempitz, met:
    • Oetzsch en Treben
  • Oebles-Schlechtewitz
  • Tollwitz, met:
    • Ellerbach, Kauern, Ragwitz
    • Teuditz en Zöllschen.

In 2011 had het stadsdeel Nempitz circa 300 inwoners, Oebles-Schlechtewitz circa 200, en Tollwitz in totaal ruim 1.100. Recentere bevolkingscijfers, uitgesplitst per stadsdeel, waren niet bekend.

Geografie en infrastructuur

[bewerken | brontekst bewerken]

Naburige gemeentes

[bewerken | brontekst bewerken]

Verkeer en vervoer

[bewerken | brontekst bewerken]

De stad ligt aan de rivier de Saale, die hier op papier voor kleine vrachtschepen bevaarbaar is. Bij de stad ligt in de Saale een sluis. Door de vele stuwen en sluizen tussen Bad Dürrenberg en Halle is dit stuk van de rivier in de praktijk alleen voor plezierbootjes en kano's bevaarbaar.

Afrit 18 van de Autobahn A 9 bevindt zich enkele kilometers ten oost-zuidoosten van Bad Dürrenberg, bij stadsdeel Nempitz.

Bad Dürrenberg heeft sinds 1856 een station, thans nog slechts een spoorweghalte, aan een spoorlijn tussen Leipzig Hauptbahnhof en Großkorbetha, lijn S6 van de S-Bahn Mitteldeutschland.

Van Halle-Ammendorf, via Schkopau[2], Merseburg, en Leuna naar Bad Dürrenberg v.v. loopt sedert 1902 een tramlijn met een spoorbreedte van één meter. Het is lijn 5 van de Tram van Halle.

De stad bestaat van het kuurbedrijf en het toerisme. In Bad Dürrenberg wonen veel woonforensen, mensen, die een werkkring elders hebben, bijvoorbeeld in Leipzig of Leuna.

Ongeveer tussen 7000 en 6600 v.Chr. ontstond het Mesolithisch vrouwengraf van Bad Dürrenberg. Op deze plaats werd samen met een baby een vrouw begraven, die een zeer vooraanstaand persoon is geweest binnen een groep westelijke jagers-verzamelaars. Het graf werd in 1934 tijdens graafwerk in het kuurpark van Bad Dürrenberg ontdekt, en de menselijke resten daaruit geborgen. In 1989 begon een reeks vervolgonderzoeken, die anno 2024 nog niet geheel zijn afgerond. Wel is gebleken, dat deze grafvondst wetenschappelijk van internationale betekenis is. Tegenwoordig bevindt zich op de vindplaats weer een stadspark. De beenderen en grafvondsten van deze zogenaamde vrouwelijke sjamaan van Bad Dürrenberg zijn te bezichtigen in het Landesmuseum für Vorgeschichte te Halle aan de Saale.

De plaatsen, waaruit de gemeente Bad Dürrenberg bestaat, zijn in de middeleeuwen als kleine boerendorpen ontstaan. Het gebied behoorde lange tijd, tot 1815, tot het Prinsbisdom Merseburg. In de 16e eeuw werd de Reformatie doorgevoerd; sindsdien is de overgrote meerderheid van de christenen in dit gebied evangelisch-luthers. Tenzij anders vermeld, geldt dit tot op de huidige dag ook voor de in dit artikel vermelde kerkgebouwen.

In 1741 begon de mijnbouwingenieur (Bergrat) Johann Gottfried Borlach bij Keuschberg boringen naar keukenzout, die 22 jaar later succesvol bleken. Sedert 1763 vloeit een zoutwaterbron omhoog, met een zoutgehalte van ruim 10½%. Het water werd aanvankelijk met behulp van een ingebouwde watermolen op de Saale omhooggepompt. Dit zouthoudende water wordt in het Duits Sole genoemd. Een hoge boortoren, de nog steeds bestaande Borlachturm, kwam boven de bron gereed in 1765. De nog bestaande schacht onder de Borlachturm is 223 meter diep. Van 1811-1816 liet een opvolger van Borlach, er een tweede boortoren naast bouwen, de Witzlebenturm; de schacht onder deze toren is dichtgegooid en bestaat dus niet meer. De beide oude torens zijn ingericht als museum voor de zoutwinning en het kuurbedrijf in de stad. Dit museum is verreweg de belangrijkste bezienswaardigheid te Bad Dürrenberg.

Van omstreeks 1830 tot 1935 werd op verscheidene locaties in de huidige gemeente, vooral te Tollwitz, op kleine schaal bruinkool gewonnen, zowel in dagbouw al in ondergrondse mijnschachten.

In 1836 werd ten gerieve van het zoutwinningsbedrijf van een naburige bruinkoolmijn bij Tollwitz, waarvan de kolen de zoutziederij stookten en de gebouwen verwarmden, een bijna 5 km lang goederenspoorlijntje aangelegd. Aanvankelijk, tot 1908, werden de treinwagons door paarden getrokken, later door op 500 Volt gelijkstroom werkende locomotieven. Bijzonder is, dat in dit spoorlijntje een circa 133 meter lange tunnel is aangelegd, naar men ter plaatse zegt, de oudste spoorwegtunnel van geheel Duitsland. In 1935 werd dit spoorlijntje gesloten. In de Tweede Wereldoorlog diende de tunnel de plaatselijke bevolking tot schuilkelder. Incidenteel biedt tijdens rondleidingen de gids aan toeristen de gelegenheid, door het tunneltje heen te lopen. In 1856 verkreeg Bad Dürrenberg aansluiting op het reguliere spoorwegnet.

Van 1949 tot 1990 lag Bad Dürrenberg in de DDR.

Het kuurbedrijf, waarbij het zoute water gebruikt werd om in te baden, in een gradeerwerk in te ademen, en te drinken, ontstond geleidelijk gedurende de 19e eeuw; een eerste badhuis werd in 1845 geopend; in 1846 werd het zoute water voor het eerst als medicijn door kuurartsen voorgeschreven. Pas in 1935 mocht Dürrenberg het woordje Bad vóór de plaatsnaam zetten. In 1946 verkreeg Bad Dürrenberg stadsrechten. In 1963 werd de productie van keukenzout voor huishoudelijk en industrieel gebruik beëindigd, in 1964 ook het kuurbedrijf. Dit hing samen met bepaalde ontwikkelingen rond de chemische industrie te Leuna. In 2000 werd een nieuwe zoutwaterbron aangeboord, en in 2003 werden de kuurinrichtingen in ere hersteld. De Saksen-Anhaltse Landesgartenschau, een op de Nederlandse Floriade gelijkend evenement, vond in 2024 in Bad Dürrenberg plaats. Het 10 hectare grote kuurpark werd toen ook opgeknapt.

Partnergemeentes

[bewerken | brontekst bewerken]

Bad Dürrenberg onderhoudt jumelages met:

Bekende personen in relatie tot de gemeente

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Johann Gottfried Borlach (geboren op 24 mei 1687 in Dresden; overleden op 4 juli 1768 in Kösen), geoloog en mijnbouwingenieur; hij liet te Artern, Bad Dürrenberg en Kösen zoutwinningsinstallaties (Salinen) bouwen. De naar hem genoemde Borlachturm is afgebeeld in het stadswapen van Bad Dürrenberg.
  • Karl baron Von Fritsch (1838-1906; overleden te Goddula), belangrijk Duits geoloog, en van 1895-1906 voorzitter van de Leopoldina; studies van zijn hand over het eiland Tenerife en het Gotthardmassief werden in Duitsland standaardwerken.
  • Andreas Ihle (Bad Dürrenberg, 1979), succesvol kanovaarder
[bewerken | brontekst bewerken]
Zie de categorie Bad Dürrenberg van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.