Bahai-kalender

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De bahai-kalender, ook de badí-kalender genoemd, gebruikt in het bahai-geloof, is een zonnekalender met regelmatige jaren van 365 dagen (in schrikkeljaren 366 dagen). De jaren zijn samengesteld uit 19 maanden van 19 dagen elk, plus een extra periode van "schrikkeldagen" ("Ayyám-i-Há", 4 in normale jaren en 5 in schrikkeljaren).

De jaren in de kalender beginnen op de lente-equinox (Naw-Rúz, 20 of 21 maart)[1][2] en de laatste maand is de vastenmaand.

De jaren worden geteld met de datumaanduiding “B.E.” (Bahá'í Era), met 21 maart 1844 als eerste dag van het eerste jaar.[3] De periode vanaf 20 maart 2020 tot 19 maart 2021 is jaar 177 BE.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

De bahai-kalender begon als de oorspronkelijke badí-kalender, die door de Báb werd ontworpen. Bahá'u'lláh keurde deze kalender goed, maakte Naw-Rúz (bahai-nieuwjaar) de eerste dag van het jaar en gaf ook de schrikkeldagen een vaste plaats.

Maanden[bewerken | brontekst bewerken]

De namen van de bahai-maanden reflecteren eigenschappen van God. Op de eerste dag van iedere maand vindt lokaal het Negentiendaagsfeest plaats.

Arabische naam Arabisch schrift Vertaling Gregoriaanse data (als Naw-Rúz op 21 maart valt)[2]
Bahá’ بهاء Pracht 21 maart - 8 april
Jalál جلال Heerlijkheid 9 april - 27 april
Jamál جمال Schoonheid 28 april - 16 mei
‘Aẓamat عظمة Grootheid 17 mei - 4 juni
Núr نور Licht 5 juni - 23 juni
Raḥmat رحمة Barmhartigheid 24 juni - 12 juli
Kalimát كلمات Woorden 13 juli - 31 juli
Kamál كمال Volmaaktheid 1 augustus - 19 augustus
Asmá’ اسماء Namen 20 augustus - 7 september
‘Izzat عزة Macht 8 september - 26 september
Mashíyyat مشية Wil 27 september - 15 oktober
‘Ilm علم Kennis 16 oktober - 3 november
Qudrat قدرة Kracht 4 november - 22 november
Qawl قول Spraak 23 november - 11 december
Masá’il مسائل Vragen 12 december - 30 december
Sharaf شرف Eer 31 december - 18 januari
Sulṭán سلطان Soevereiniteit 19 januari - 6 februari
Mulk ملك Heerschappij 7 februari - 25 februari
Ayyám-i-Há' ايام الهاء Schrikkeldagen 26 februari - 1 maart
‘Alá’ علاء Verhevenheid 2 maart - 20 maart (vastenmaand)

Heilige dagen[bewerken | brontekst bewerken]

Er zijn elf heilige dagen in de bahai-kalender, op negen ervan wordt niet gewerkt. Het Feest van Ridván, een twaalfdaags feest herdenkt Bahá'u'lláhs aankondiging van zijn missie en is het heiligste bahai-feest en wordt het "Grootste Feest" genoemd.

Naam Gregoriaanse data[2]
Naw-Rúz (bahai-nieuwjaar) 20 of 21 maart
Eerste dag van Riḍván 20 of 21 april
Negende dag van Riḍván 28 of 29 april
Twaalfde dag van Riḍván 1 of 2 mei
Verkondiging van de Báb 22 of 23 mei
Heengaan van Bahá'u'lláh 28 of 29 mei
Marteldood van de Báb 8 of 9 juli
Geboortedag van de Báb Eerste van de Tweeling Heilige dagen; gevierd op de eerste dag na de achtste nieuwe maan na Naw-Rúz; half oktober tot half november
Geboortedag van Bahá'u'lláh Tweede van de Tweeling Heilige dagen; gevierd op de tweede dag na de achtste nieuwe maan na Naw-Rúz; half oktober tot half november

Andere bijzondere dagen[bewerken | brontekst bewerken]

Name Gregoriaanse data[2]
Dag van het Verbond 25 of 26 november
Heengaan van 'Abdu'l-Bahá 27 of 28 november

Verder lezen[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Bronnen[bewerken | brontekst bewerken]

Noten[bewerken | brontekst bewerken]