Balfour-verklaring

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Dit artikel gaat over de Balfour-verklaring van 1917. Zie Balfour-declaratie voor het artikel over de verklaring over de positie van de dominions ten opzichte van het Verenigd Koninkrijk.

De Balfour-verklaring betrof een brief, geschreven op 2 november 1917 door de Britse minister van Buitenlandse Zaken Arthur James Balfour aan Lord Rothschild, een leider van de Joodse gemeenschap in Groot-Brittannië. De brief was bestemd voor de Zionistische Federatie en kwam tot stand na intensieve lobby door Chaim Weizmann.

Totstandkoming[bewerken]

De wortels van de Balfour-verklaring liggen in de Eerste Wereldoorlog, waarbij Frankrijk en Engeland in een uitzichtloze loopgravenoorlog waren beland. Zowel de geallieerden als de Centrale mogendheden hadden grote Joodse bevolkingsgroepen en de zionistische beweging had zich in de Eerste Wereldoorlog neutraal opgesteld. In 1916 ondernam Lord Robert Crewe, minister van buitenlandse zaken, actie om de Zionisten aan de kant van de geallieerden te krijgen. Hij meldde:[1]

"It is clear that the Zionist idea has in it the most far reaching political possibilities.... We might hope to use it in such a way as to bring over to our side the Jewish forces in America, the East and elsewhere which are not largely, if not preponderantly hostile to us"

De Balfour-verklaring was voorafgegaan door een Franse verklaring aan de Russische zionist Nahum Sokolov, waarin Frankrijk steun toezegde voor de hergeboorte van de Joodse nationaliteit in Palestina.[2] Op dat ogenblik heerste het Ottomaanse Rijk in Palestina. Tijdens de Eerste Wereldoorlog legden Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk in de geheime Sykes-Picotverdrag van 16 mei 1916 de toekomstige grenzen vast, al was dat tegenstrijdig met toezeggingen aan de Arabieren die vastgelegd waren in de Hoessein-McMahoncorrespondentie.

In de Balfour-verklaring werd het standpunt uiteengezet waarover het Brits kabinet akkoord was geraakt tijdens haar bijeenkomst op 31 oktober 1917. Dit standpunt hield in dat Groot-Brittannië de zionistische plannen voor een Joods nationaal tehuis in Palestina ondersteunde, alhoewel niets mocht worden gedaan om aan de rechten van de bewoners afbreuk te doen.

De exacte woorden van de Balfour-verklaring werden later opgenomen in het Verdrag van Sèvres tussen de geallieerden en Turkije en het mandaat voor Palestina.

Brief annex Verklaring[bewerken]

Balfour declaration

De brief/verklaring luidt als volgt:

Foreign Office
November 2nd, 1917
Dear Lord Rothschild,
I have much pleasure in conveying to you, on behalf of His Majesty's Government, the following declaration of sympathy with Jewish Zionist aspirations which has been submitted to, and approved by, the Cabinet.
"His Majesty's Government view with favour the establishment in Palestine of a national home for the Jewish people, and will use their best endeavours to facilitate the achievement of this object, it being clearly understood that nothing shall be done which may prejudice the civil and religious rights of existing non-Jewish communities in Palestine, or the rights and political status enjoyed by Jews in any other country."
I should be grateful if you would bring this declaration to the knowledge of the Zionist Federation.
Yours sincerely,
Arthur James Balfour

Nederlandse vertaling van de declaratie:

"Zijne Majesteits Regering staat welwillend tegenover de vestiging in Palestina van een nationaal tehuis voor het Joodse volk, en zal zijn beste krachten aanwenden de verwezenlijking van dit doel te bevorderen, waarbij het duidelijk moet zijn dat niets zal worden ondernomen dat de burgerlijke en godsdienstige rechten van niet-Joodse gemeenschappen in Palestina zou kunnen aantasten, of de rechten en de politieke status die Joden genieten in enig ander land."

Kanttekeningen[bewerken]

De notities die werden gemaakt tijdens de besprekingen van de verklaring verduidelijken sommige details over het woordgebruik. Het woord tehuis in plaats van staat werd opzettelijk gebruikt en de Britten deden in de jaren die volgden heel wat moeite om te ontkennen dat de oprichting van een Joodse staat ooit de bedoeling was geweest, onder meer via de Churchill White Paper van 1922. Privé gaven Britse functionarissen, waaronder Balfour, wel toe dat de interpretatie van de zionisten het uiteindelijke resultaat zou zijn.

Via de tekst wilde men ook duidelijk maken dat het Joods tehuis niet het hele Palestina zou bestrijken. Edwin Montagu, minister van Buitenlandse Zaken van India en een antizionistische Jood, zorgde ervoor dat de tekst rekening hield met de rechten van de niet-Joodse gemeenschappen in Palestina en ook met de positie van Joden in andere landen, omdat hij wilde vermijden dat de verklaring anders wellicht tot antisemitische acties zou kunnen leiden.

Uit onderzoek van Jonathan Schneer blijkt, dat de Britse regering (een deel van) Palestina heeft aangeboden aan vier partijen: aan de Fransen (Sykes-Picotverdrag), de Arabieren (Hoessein-McMahoncorrespondentie), de zionisten (Balfour-verklaring) en de Turken. De Turken zouden de soevereiniteit over Palestina mogen behouden als ze zich zouden terugtrekken uit de oorlog, waar ze niet op in gingen. De andere drie aanbiedingen bleven formeel van kracht.

Literatuur[bewerken]

  • Schneer, Jonathan. The Balfour Declaration: The Origins of the Arab-Israeli Conflict (Random House, 2010) 464pp; ISBN 978-1-4000-6532-5

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Friedman, Isaiah. The question of Palestine: British-Jewish-Arab Relations, p. 57. London, Routledge & Kegan Paul, 1973
  2. Morris, Benny. Righteous Victims: A History of the Zionist-Arab Conflict 1881-1999, p. 74. New York, Alfred A. Knopf, 1999