Baljuwschap land van Blois

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Baljuwschap van Blois
Onderdeel van het Graafschap Holland
 Graafschap Holland ca. 1313 – 1795 Departement van Tessel 
Departement van de Delf 
Hainaut Modern Arms.svg
Regering
Regeringsvorm Baljuwschap
Staatshoofd Baljuw

De naam baljuwschap land van Blois was van toepassing op twee gebieden in het voormalige graafschap Holland.

Baljuwschap Blois bij Gouda[bewerken | brontekst bewerken]

Oorspronkelijk maakten ook de steden Schoonhoven en Gouda deel uit van de landen van Blois. De hoofdresidentie van de graven was Schoonhoven. Na de hereniging met Holland bestond het land uit de volgende ambachtsheerlijkheden:

  1. Vlist en Bonrepas
  2. een klein deel van Stolwijk (de rest maakte deel uit van het baljuwschap Zuid-Holland)
  3. een klein deel van 's-Heeraartsberg (de rest maakte deel uit van de hoge heerlijkheid Bergambacht, 's-Heeraartsberg en Ammerstol)

Het kleine baljuwschap werd gecombineerd uitgeoefend: Baljuw van Schoonhoven, Haastrecht en de Landen van Blois.

Heren van Gouda & Schoonhoven[bewerken | brontekst bewerken]

Naam Functie Periode Afbeelding
Diederik Van der Goude (alleen) heer van Gouda - 1272
Jan van der Lede &
Hugo Botter van Schoonhoven
stichter van een kasteel te Schoonhoven.
veerdienst te Schoonhoven bezitter
- 1272
circa 1272
Nicolaas van Kats sr. heer van Gouda en Schoonhoven 1272-1293 Kats wapen.svg
Nicolaas van Kats jr. burggraaf van Gouda en Schoonhoven 1293- Kats wapen.svg
Hendrik van Kats burggraaf van Gouda en Schoonhoven 1300 -1306 Antonie F. Zürcher - Anno 1304. Nicolaas van Cats aan een stormram vastgebonden - SA 5047 - Amsterdam Museum.jpg
Jan van Beaumont heer van Gouda en Schoonhoven aug 1306-maart 1352 JanBeaumont.jpg
Jan II van Blois heer van Gouda en Schoonhoven maart 1352- 1381 Chatillon, Jean de, comte de Blois (Recueil d'Arras, f. 40).jpg
Gwijde II van Blois heer van Gouda en Schoonhoven 1381-1391 Blason Blois-Châtillon.svg

Baljuwschap Blois bij Beverwijk[bewerken | brontekst bewerken]

De goederen en rechten van Gerard van Velsen, Gerard van Crayenhorst en Willem van Zaenden zijn in één goederencomplex ondergebracht en in 1297 in handen gekomen van Wolfert van Borsele, heer van Veere. Het goederencomplex werd een rentmeesterschap. Na de dood van Wolfert van Borsele (1299) keerden deze goederen terug in 's-gravenboezem. In 1308 is het goederencomplex door graaf Willem III aan zijn broer Jan van Henegouwen, heer van Beaumont, overgedragen om daarmee het erfdeel van zijn vader tegenover broer Jan af te lossen. Johanna, de dochter van Jan van Beaumont huwde Lodewijk van Châtillon, graaf van Blois. Jan van Beaumont overleefde zijn dochter en schoonzoon en na zijn dood in 1356 kwamen zijn bezittingen bij testament aan zijn tweede kleinzoon Jan van Châtillon. Na de dood van Jan in 1381 volgde zijn jongere broer Guy hem op. Na de kinderloze dood van Guy van Châtillon in 1397 vielen de bezittingen terug aan de graaf van Holland. Tot die bezittingen behoorden onder andere Gouda, Schoonhoven (sinds 1310), Noordwijk, Beverwijk, Wijk aan Zee, Krommenie, Westzaan, Texel en Tholen. Schoonhoven was het centrum van het Hollands-Zeeuwse rijk van de graven van Blois. Hier werd dan ook in 1346 een Karmelietenklooster gesticht.

In 1313 werd het rentmeesterschap tevens een baljuwschap door de hoge jurisdictie, die door Willem werd verleend aan het gebied/goederencomplex. In 1425 werd Noordwijk van het baljuwschap afgescheiden, waarmee het Baljuwschap van Beverwijk rest. Dit baljuwschap heeft voortbestaan tot 1795[1].

De volgende ambachtsheerlijkheden en rechten behoorden bij het baljuwschap:

  1. Wiic (stad) de molen, het wanthuis, de waag, de markttol, de scheepstol, de tiende, smaltiende
  2. Wiic op de Zee (ambacht)
  3. Noortwiic (ambacht), het schot, de molen, het duingebied met aan het hoofd een duinwaarder
  4. Bergen, de biertol
  5. Westzanen (ambacht), het schot en de tiende
  6. Oestzanen, de tiende en smaltiende
  7. Wermer, de tiende en smaltiende
  8. Hadel, de tiende en smaltiende
  9. Crommenie (ambacht)
  10. Schotenredamme (ambacht)
  11. Zanenderhoorn (ambacht)
  12. Spaernewoude (ambacht) de korentiende, het veer, de tol
  13. Katwoude (ambacht)
  14. Niewelant, de tiende
  15. Enichborch, de tiende
  16. Valken coech, de tiende
  17. Haerlem de markttol, met aan het hoofd een gaarder

Met de stichting van de Bataafse Republiek in 1795 kwam er einde aan beide baljuwschappen.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]