Balseming

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Klik op foto voor meer details.

Balseming is het vertragen of verhinderen van het vergaan van stoffelijke overschotten door het gebruik van conserveringsmiddelen. Dit kan worden toegepast om het lichaam langer toonbaar te houden ten behoeve van een uitvaartceremonie; of indien de overledene bijgezet dient te worden, zoals geestelijken of leden van het Koninklijk Huis.

Een lichaam zal vaak ook gebalsemd moeten worden wanneer het naar een ander land vervoerd wordt.

Bij een balseming wordt een conserveringsmiddel toegediend, dit is meestal formaline, een oplossing van formaldehyde in water. De ingewanden worden tegenwoordig niet verwijderd, zoals dat vroeger wel gebeurde bij Egyptische mummificatie.

In Nederland[bewerken]

In Nederland was balseming van lijken tot 31 december 2009 verboden, zo volgt uit artikel 71 van de Wet op de lijkbezorging. Sindsdien kan er in uitzonderlijke gevallen ontheffing worden verleend. Een uitzondering bestond al voor het Koninklijk Huis. Leden daarvan zijn de enige die zelf mogen bepalen of ze gebalsemd willen worden. Daarnaast wordt er nog een uitzondering gemaakt voor de stoffelijk overschotten van personen die in het buitenland begraven willen worden. [1]

De stoffelijke overschotten van overledenen die zich ter beschikking van de wetenschap hebben gesteld kunnen worden gebalsemd omdat deze buiten de Wet op de lijkbezorging vallen: ze zijn studieobjecten.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties