Bandvink

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bandvink
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2012)
Bandvink.JPG
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Aves (Vogels)
Orde:Passeriformes (Zangvogels)
Familie:Estrildidae (Prachtvinken)
Geslacht:Amadina
Soort
Amadina fasciata
(Gmelin, 1789)
Afbeeldingen Bandvink op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Bandvink op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De bandvink (Amadina fasciata) is een tot de familie van de prachtvinken (Estrildidae) behorende zangvogel uit Noord- en Oost-Afrika en Transvaal. De vogel wordt in Nederland vaak in gevangenschap gehouden.

Kenmerken[bewerken]

De bandvink is 11 tot 12 cm lang van kop tot staartpuntje. De kop en de nek zijn lichtbruin gestreept; bovenzijde bruin, donkerbruin gestreept; de staart is donkerbruin met wit; de vleugels zijn dofbruin zwart en roodbruin getekend. De wangen en de ogen, keel en kin zijn wit. Van hals naar keel heeft de bandvink een karmijnrode band, daaronder geelbruin, van af de borst is hij iets gestreept. Het vrouwtje is minder gestreept dan het mannetje en mist de rode band.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

Er komen in Afrika vier ondersoorten voor met ieder een eigen verspreidingsgebied:[2]

Het is een vogel van savannegebieden, dus in droge terreinen met verspreid staande grote bomen. De vogel wordt vaak waargenomen zittend in hoge kale takken. In de droge tijd komen deze vinken vaak in groepjes voor samen met andere vinkachtigen. Ze vormen soms kleine zwermen bij waterlopen.[3]

Status[bewerken]

De bandvink heeft een groot verspreidingsgebied en daardoor alleen al is de kans op de status kwetsbaar (voor uitsterven) gering. De grootte van de populatie is niet gekwantificeerd. De trends in aantallen lijken stabiel. Om deze redenen staat de bandvink als niet bedreigd op de Rode Lijst van de IUCN.[1]

Volière[bewerken]

De vogel is heel goed geschikt voor een buitenvolière en kan ook het best met grotere vogels samen gehouden worden. Ze gaan over het algemeen gemakkelijk over tot broeden. Ze kunnen lastig zijn voor andere soorten in de volière. Ze stelen namelijk nestmateriaal uit nesten van andere vogels, zelfs als deze eitjes en of jongen hebben. .