Naar inhoud springen

Bank van Noorwegen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Bank van Noorwegen
Norges Bank (no)
Noregs Bank (nn)
Bank van Noorwegen
Hoofdkantoor van de bank
Hoofdkantoor van de bank
Centrale bank van Noorwegen
Hoofdkantoor Vlag van Noorwegen Oslo
Oprichting 14 juni 1816
Gouverneur Ida Wolden Bache
Valuta Noorse kroon
NOK (ISO 4217)
Reserves 78 999 miljoen dollar[1]
Doelrente 4,00% (september 2025)[2]
Website www.norges-bank.no

De Bank van Noorwegen (Bokmål: Norges Bank; Nynorsk: Noregs Bank) is de centrale bank van Noorwegen.

Noorwegen was tot 1914 lid van de Scandinavische Monetaire Unie. Het land is geen lid van de Eurozone maar heeft een eigen munt: de Noorse kroon (NOK). Taak van deze centrale bank is de bepaling van de basisrente en de uitgifte van de Noorse kroon.

De bank heeft belangen in Nederlandse[3] en Belgische[4] bedrijven.

Daarnaast is Norges Bank verantwoordelijk voor het beheer van een deel van de staatsfondsen.

De geschiedenis van de Noorse centrale bank gaat terug tot 1816, toen, twee jaar na de afscheiding van Denemarken en de unie met Zweden, Norges Bank werd opgericht bij wet van het Storting (het Noorse parlement) op 14 juni. De bank besloot dat de munteenheid de speciedaler (rixdollar) zou zijn, verdeeld in 120 skillings of vijf ort ("rigsort") van elk 24 skillings.[5]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het hoofdkantoor van Norges Bank in 1940 tijdelijk verplaatst naar Londen,[6] toen de Noorse regering in ballingschap een nieuwe raad van bestuur aanstelde. De goudreserves van de bank werden via Åndalsnes, Molde en Tromsø geëvacueerd naar Londen,[7] en vervolgens naar New York en Ottawa. Dit goud en de andere deviezenreserves van de bank stonden onder beheer van de raad van bestuur in Londen. Ondertussen zette de bank haar activiteiten in Noorwegen voort onder nazi-leiderschap tot het einde van de oorlog en het aftreden van de raad van bestuur in Londen. Een naoorlogse onderzoekscommissie concludeerde dat het management van de bank in Oslo een vastberaden en correct standpunt had ingenomen tegenover de nazi-autoriteiten.[8]

In 1962 werden de Noorse Munttoezichthouder en de Koninklijke Munt van de staat overgedragen aan Norges Bank.[9]

In maart 2025 kondigde Norges Bank Investment Management de overname van een belang van 49% van RWE aan in twee offshore windparken in aanbouw in Denemarken en Duitsland voor € 1,4 miljard ($ 1,5 miljard). Deze overname omvat belangen in de windmolenprojecten Nordseecluster en Thor van RWE, die naar verwachting een gecombineerde capaciteit van 2,64 gigawatt zullen hebben, genoeg om meer dan 2,6 miljoen huishoudens van stroom te voorzien. De operatie verlaagt de netto-investeringen van RWE met ongeveer € 4 miljard, terwijl RWE de bouw en exploitatie zal blijven verzorgen.[10]

Noorse Pensioenfondsen

[bewerken | brontekst bewerken]

De Noorse Pensioenfondsen zijn twee van elkaar onafhankelijke sovereign wealth funds, ontstaan uit financiële overschotten van de Noorse aardolie-inkomsten, met name via Equinor. Tot januari 2006 werd het dan ook het Oliefonds (Oljefondet) genoemd, of Petroleum Fund of Norway.

Internationaal Pensioenfonds

[bewerken | brontekst bewerken]

Het belangrijkste staatspensioenfonds, het Statens pensjonsfond Utland (SPU; Engels: Government Pension Fund Global), wordt beheerd door het Norges Bank Investment Management (NBIM), een tak van Norges Bank, de Noorse nationale bank. Sedert 2011 is het het grootste pensioenfonds ter wereld, groter dan bijvoorbeeld CalPERS, het Californische pensioenfonds en een van de grootste in de Verenigde Staten. Toch is het geen pensioenfonds in de conventionele zin, omdat het zijn inkomsten genereert uit oliewinsten, niet uit pensioenbijdragen. In 2019 bedroeg de marktwaarde van het fonds meer dan 10.000 miljard NOK,[11] of – met een bevolking van ruim 5 miljoen mensen – bijna 180.000 euro per Noorse burger.

Binnenlands Pensioenfonds

[bewerken | brontekst bewerken]

Het veel kleinere binnenlandse fonds Statens pensjonsfond Norge (SPN) of Government Pension Fund Norway, wordt beheerd door Folketrygdfondet. Het fonds, met een waarde van ongeveer 250 miljard NOK in 2020, belegt uitsluitend in Noorse bedrijven, vooral via de Noorse effectenbeurs in Oslo.

Lijst van gouverneurs

[bewerken | brontekst bewerken]
Rang Namm Mandaat
1 Karl Gether Bomhoff (1893–1920)
2 Nicolai Rygg (1920–1946)
3 Arnold C. Ræstad (filiaalmanager Londen, 1940–1945)
4 Gunnar Jahn (1946–1954)
5 Erik Brofoss (1954–1970)
6 Knut Getz Wold (1970–1985)
7 Hermod Skånland (1985–1993)
8 Torstein Moland (1994–1995)
9 Kjell Storvik (1996–1998)
10 Svein Gjedrem (1999–2010)
11 Øystein Olsen (2011–2022)
12 Ida Wolden Bache (Sinds 2022)
Zie de categorie Norges Bank van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.