Bankrun

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Poster voor het Broadway melodrama The War of Wealth uit 1896, waarin een typische 19e-eeuwse bankrun in de VS verbeeld wordt.
Bankrun op de Britse bank Northern Rock in 2007.
George Banks, bankemployee en vader, ontmoet Mary Poppins.

Een bankrun (ook wel run op de bank genoemd) is het verschijnsel dat zeer veel rekeninghouders bij een bank tegelijkertijd al hun spaargeld (willen) opnemen, waardoor voor de bank een acuut liquiditeitsprobleem ontstaat. Een run op de bank leidt vaak tot lange rijen mensen voor de loketten die hun geld proberen op te nemen. Het is echter ook goed mogelijk dat de mensen online hun geld proberen over te boeken naar een andere bank. Soms gaat een bankrun gepaard met paniekachtige taferelen of zelfs agressie, waardoor de bank de hulp van de beveiliging of zelfs de politie moet inroepen.

Oorzaak[bewerken]

Een bankrun kan ontstaan als veel rekeninghouders of investeerders al dan niet terecht vermoeden, dat hun bank op het punt staat failliet te gaan. Wanneer dit het geval is zijn zij namelijk in principe slechts concurrente schuldeisers en blijft er na betaling van de bevoorrechte schulden vaak weinig of niets meer voor hen over. Het gerucht versterkt zich doordat de media aandacht aan de run geven of doordat de run opvalt vanaf de straat, zodat nog meer mensen verontrust worden en hun geld opnemen.

Ook een bank die financieel gezond is kan ernstig in de problemen komen als een bankrun optreedt. Vaak is er onvoldoende liquiditeit beschikbaar om in een keer al het geld terug te betalen, omdat het geld al is geïnvesteerd in andere projecten. Bovendien kan de run ertoe leiden dat er uiteindelijk te weinig werkkapitaal overblijft. Los daarvan is een bankrun zeer slecht voor de reputatie van de bank, waardoor ook andere partijen geen zaken meer met de bank willen doen en bij genoteerde banken de aandelenkoers sterk zal dalen. Het gerucht dat de bankrun veroorzaakt is hierdoor een self-fulfilling prophecy: naarmate de run voortduurt wordt de kans groter dat de bank daadwerkelijk failliet gaat.

Soortgelijke verschijnselen kunnen ontstaan wanneer geruchten de kop opsteken dat een onderneming er financieel slecht voorstaat: wederpartijen weigeren zaken te doen of krediet te geven, banken draaien de geldkraan dicht, en personeel stapt over naar een andere werkgever. Ook hier kan dit de onderneming in ernstige financiele problemen brengen, ook als het gerucht onjuist is.

Preventie[bewerken]

Er bestaan verschillende manieren waarop bankruns kunnen worden voorkomen of tegengehouden.

  • Om de kans op een bankrun te verkleinen is in Nederland het depositogarantiestelsel ingesteld. Door het depositogarantiestelsel hoeven "kleine" spaarders niet bang te zijn dat zij hun tegoeden (geheel of gedeeltelijk) kwijtraken bij een faillissement van een bank.
  • Een centrale bank kan financieel bijspringen. In de volksmond 'ligt de bank aan het infuus'.
  • Transparantie zorgt ervoor dat investeerders en rekeninghouders beter weten hoe de toestand is en niet in paniek raken.
  • De bank kan een reserve aanhouden zodat er een zekere buffer is.
  • De bank kan voorkomen dat bepaalde geruchten uitlekken. Een zeer simpele oplossing is bijvoorbeeld de afstand van het loket tot de straat te vergroten door bijvoorbeeld een grote lobby, zodat paniekgedrag niet waarneembaar is vanaf de straat.
  • De bank kan onttrekkingen aan de rekeningen (tijdelijk) bevriezen. Een dreigement van de kant van de bank om dit te doen is soms voldoende om de run te stoppen, maar een dergelijk dreigement kan geruchten dat de bank in moeilijkheden verkeert ook juist voeden.
  • De bank kan producten aanbieden waarbij klanten zich contractueel verplichten het geld langere tijd te investeren, zoals een termijndeposito.
  • De bank zelf kan overeind gehouden worden met een reddings- of saneringsplan, bijvoorbeeld door het opkopen van de slechte assets door een asset-magagement company.

DSB-bank 2009[bewerken]

Op 1 oktober 2009 deed Pieter Lakeman een oproep om alle spaartegoeden van DSB Bank op te nemen, om de bank failliet te laten gaan. In 10 dagen werd vervolgens ruim 600 miljoen euro opgenomen door verontruste rekeninghouders. Uiteindelijk leidde de bankrun tot een noodregeling op verzoek van De Nederlandsche Bank. Op 19 oktober 2009 ging de bank inderdaad failliet. Dit was volgens Lakeman onontkoombaar, en daarom vond hij het nodig alle spaarders te waarschuwen omdat de bank uiteindelijk toch failliet dreigde te gaan.

Cyprus betalingsverkeer 2013[bewerken]

Op 17 maart 2013 is het betalingsverkeer op Cyprus stilgelegd, nadat Panicos Demetriades de president van de Centrale Bank van Cyprus dat heeft bevolen. Aanleiding was een reddingspakket voor Cyprus waartoe de leiders van de eurozone besloten. Spaarders zouden flink mee moeten gaan betalen aan het reddingspakket. Daardoor kwam er een bankrun op gang. Honderden mensen probeerden hun rekening leeg te halen.[1] Zie ook akkoord over steunpakket Cyprus.

Mary Poppins[bewerken]

In de film Mary Poppins komt een bankrun voor, als het jongetje Michael op hoge toon zijn tuppence (2 pence) terugeist van de stokoude President-directeur van de bank waar zijn vader werkt, maar deze oude man het hem niet wil teruggeven. De mensen horen dat Michael zijn geld terugeist en gaan massaal over tot het opnemen van hun saldo omdat ze denken dat de bank in de problemen zit en daarom Michael niet wil terugbetalen. De paniek breidt zich uit naar de straat, en de bank wordt bestormd door rekeninghouders. Uiteindelijk stopt de bank de run door tijdelijk te sluiten.

Bronnen, noten en/of referenties