Barnsteen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Barnsteen
Amber Bernstein many stones.jpg
Mineraal
Chemische formule C10H16O
Kleur honinggeel, oranje, geelwit, hyacintrood, zelden blauw, groenachtig en zwart
Streepkleur wit
Hardheid 2-2,5
Glans vetglans, mat
Breuk schelpvormig
Kristaloptiek
Brekingsindices 1,537-1,545
Dubbele breking geen
Dispersie geen
Fluorescentie blauwachtig wit, geelgroen, birmiet
Luminescentie blauwachtig, geel
Pleochroïsme geen
Overige eigenschappen
Veredeling verhitten in olie, persen na verwarming
Bijzondere kenmerken wordt door wrijving elektrisch geladen
Lijst van mineralen
Portaal  Portaalicoon   Aardwetenschappen
Barnsteen
Barnsteen met ingesloten insecten
Barnsteen met ingesloten insect
Sieraden van barnsteen

Barnsteen is een fossiele hars die afkomstig is van naaldbomen. Deze bomen werden veelal aangeduid met de wetenschappelijke soortnaam Pinus succinifera, een nog levende dennensoort. De hars is miljoenen jaren geleden uit de bomen gedropen en daarna versteend. Barnsteen stamt uit het Mesozoïcum tot aan het Kwartair. Barnsteen is meestal warmgeel tot donkerrood van kleur, maar er bestaan ook meer groen-, blauw- of zelfs zwartgekleurde soorten. Doorzichtige barnsteen wordt algemeen het mooist gevonden en is het kostbaarst.

Mineralogisch bezien heeft barnsteen een amorfe structuur. Het is vrij zacht, de hardheid bedraagt 2-2,5.

Etymologie[bewerken]

Het woord barnsteen - in het Duits Bernstein - is afkomstig van het Nedersaksische woord börnen dat branden betekent. Inderdaad is deze halfedelsteen brandbaar.

Barnsteen heet in het Engels amber en dit woord wordt ook in vertalingen wel aangetroffen. In het Nederlands wordt met amber meestal een substantie uit de darmen van de potvis bedoeld. Deze substantie geurt sterk en wordt in parfums gebruikt. Het Engelse woord amber duidt ook op een oranje kleur en wordt gebruikt voor de gele lamp van verkeerslichten. Het woord amber voor barnsteen bestaat al sinds de middeleeuwen en staat in Van Dale als gangbaar synoniem. Dat barnsteen wel gele amber heet, naast de grijze amber van de potvis, komt waarschijnlijk doordat ze beide voornamelijk op stranden worden gevonden.

Een algemene groep landslakken zijn de Barnsteenslakken. Zij zijn zo genoemd vanwege de barnsteengele kleur van het slakkenhuis. De wetenschappelijke naam van een barnsteenslakkensoort luidt Succinea putris.

Barnsteen wordt elektrisch geladen door het langs een diervacht te wrijven. Om deze reden is de term elektriciteit afgeleid van het Griekse woord voor barnsteen, elektron (Latijn: electrum).[1]

Ontstaan[bewerken]

Het feit dat veel insecten in barnsteen worden aangetroffen ontging ook de Romeinen niet. Zij verklaarden dit (correct) door aan te nemen dat barnsteen vloeibaar was toen het de insecten bedekte. Derhalve noemden zij de steen succinum ofwel gum-steen. De naam komt nu nog voor in succinaat, de naam van zouten en esters van barnsteenzuur, en in de wetenschappelijke naam voor de dennensoort Pinus succinifera en ook in succinite, een naam die door James Dwight Dana werd gegeven aan een bepaald type barnsteen dat uit het Oostzeegebied afkomstig is.[2]

Zoals ook nog bij de tegenwoordige dennen het geval is, loopt er uit kleine beschadigingen van de schors hars uit de boom. Deze hars beschermt de boom tegen insecten en schimmels. In vroegere tijden zijn door de bomen in het Oostzeegebied grote hoeveelheden hars geproduceerd. Na de ijstijd is het barnsteen uit de grond gespoeld en in zee terechtgekomen. Jongere, niet gefossiliseerde barnsteen heet 'kopal'. Het voelt vettig aan.

Chemische samenstelling[bewerken]

Barnsteen bestaat voornamelijk uit koolwaterstoffen. Ze bestaan uit koolwaterstoffen omdat ze uit organisch materiaal zijn ontstaan; dit bestaat voornamelijk uit koolhydraten. Tijdens de "verstening" van de hars zijn de koolhydraten alle zuurstofatomen kwijtgeraakt. De koolwaterstoffen kunnen zeer lange ketens vormen, zogenaamde macromolecules. Doordat het barnsteen uit koolwaterstoffen bestaat is het niet vreemd dat barnsteen brandbaar is.

Fossielen in barnsteen[bewerken]

Soms komt er een insect in de hars terecht. Dit fossiel blijft in de versteende barnsteen zichtbaar. Door de ouderdom verdwijnen de kleuren van het insect en wordt het zwart. In tegenstelling tot wat in de film Jurassic Park wordt gesuggereerd, is het niet mogelijk om DNA van dieren zoals dinosauriërs uit door fossiele insecten opgezogen bloed te halen.[3]

Vindplaatsen[bewerken]

De voornaamste vindplaats van barnsteen is het Oostzeegebied. Het schiereiland Samland in het Russische gebied Kaliningrad is goed voor 90% van de wereldproductie. Barnsteen wordt echter ook gevonden op het strand. Vooral in Denemarken spoelt het nog aan, maar ook bijvoorbeeld op de Nederlandse waddeneilanden. Vroeger bestond Denemarken uit zee met eilandjes erin. Daarom wordt in Denemarken ook op het land barnsteen gevonden. Men vindt ook kleine hoeveelheden in Syrië, Libanon, Thailand, Vietnam, Canada, de VS en Duitsland. Blauwe barnsteen (blauwe amber) vindt men in de Dominicaanse Republiek.

Gebruik van barnsteen[bewerken]

Uit alle perioden van de prehistorie is het gebruik van barnsteen als kralen, hangers en knopen bekend. De rendierjagers van de Hamburgcultuur, die omstreeks 11000 v.Chr., aan het eind van de laatste ijstijd rondtrokken gebruikten barnsteen. Barnsteen is in hun kampen in Nederland opgegraven bij Ureterp en Vledder. Klei en veen zijn gunstig voor de conservering van barnsteen. In de zandgronden verweert het echter snel en neemt het een zandkleur aan. Waarschijnlijk is het daarom vrij weinig gevonden in mesolithische nederzettingen op de Nederlandse zandgronden. In een skeletgraf bij Swifterbant uit 4000 v.Chr., werd op het voorhoofd van een dode man een snoer van vijf grote barnstenen kralen gevonden. Ook werd barnsteen aangetroffen in enkele hunebedden. Ook in het Kralensnoer van Exloo is barnsteen verwerkt.

Barnsteen in de mythologie[bewerken]

In de Griekse mythologie liet de god Helios op een dag zijn zoon Phaeton de zonnewagen besturen. Maar Phaeton kon de paarden niet in toom houden, waardoor de zon hemel en aarde verschroeide. Zo kregen de mensen in Ethiopië hun donkere kleur. Om de aarde te redden gooit Zeus zijn bliksemschicht naar Phaeton waardoor deze dood ter aarde valt. De zusters van Phaeton, de Heliaden, bewenen hem. Hun tranen druppelen neer en stollen tot barnsteen.

De Griekse mythologische figuur Elektra wordt vereenzelvigd met barnsteen. Het Griekse woord voor barnsteen is "elektron" (ηλεκτρον) waarvan ons woord "elektriciteit" afkomt, omdat een stuk barnsteen dat met een dierlijke vacht wordt gewreven statisch geladen wordt.

Barnsteen was volgens de Grieken afkomstig van de barnsteeneilanden, die men situeerde in de monding van de legendarische Barnsteenrivier in het hoge Noorden, de Eridanos.

Barnsteenroutes[bewerken]

In de oudheid werd barnsteen met veel winst verhandeld. Verscheidene karavaanwegen hebben enkele eeuwen voor Christus de vindplaatsen aan de Oostzee (Estland) en Noordzee (Denemarken) verbonden met de afnemers in het Middellandse Zeegebied via verschillende barnsteenroutes.

Barnsteen wordt regelmatig aangetroffen in archeologische opgravingen in het Middellandse Zeegebied en het Midden-Oosten. Aangezien het gehalte aan barnsteenzuur bij barnsteen uit het Baltische gebied een aantal malen hoger is dan van andere bronnen kan met zekerheid gezegd worden dat de herkomst de kusten van Oostzee is. Er zijn vondsten uit het gebied van de Myceense beschaving maar ook in het gebied van de Late Bronstijd en Vroege IJzertijd van de Levant. In Myceens Griekenland was er zelfs een re-di-na-to-mo, een beroepsmatige 'harssnijder' die sieraden uit de fossiele hars sneed.

Ook in Mesopotamië, vooral Assyrië worden barnstenen voorwerpen aangetroffen. Bij toeval werd eer een beeldje ontdekt van niet minder dan 28 cm grootte, gesneden in een Assyrische stijl die laat zien dat het in het tijdvak van tussen Assurnasirpal II en Tiglat-Pileser III gesneden moet zijn. Een en ander laat zien dat ruwe barnsteen verhandeld werd over verrassend lange afstanden. Dit verklaart mogelijk ook de verbijsterende vondst van de god van Šernai: een Kanaänitisch beeldje in Litouwen, hoewel er natuurlijk niet bewezen kan worden dat het niet veel later daar terechtgekomen is. Taalkundig is er echter ook een opmerkelijke zaak. Het woord voor barnsteen in Assyrisch (Akkadisch) is elmešu en dat moet een leenwoord zijn. (In het Hebreeuws geldt hetzelfde voor hašmal.) Er wordt vermoed dat het verwant is aan het Estische woord helmes dat nu kraal betekent, maar vroeger met barnsteen geassocieerd werd, bijvoorbeeld in het Lijfs: betekent el'maz barnsteen. Echter helmes is ook geen erfwoord in de Fins-Oegrische talen. Het is waarschijnlijk ouder en komt van een substraattaal. [4]

Externe link[bewerken]