Barokviool

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een barokviool is een viool dat is opgebouwd zoals een viool in de barokperiode van de muziek.

De term omvat:

  • authentieke originele instrumenten uit de barokperiode die ongewijzigd zijn (zeldzaam)
  • teruggebouwde, ooit gemoderniseerde oude instrumenten
  • latere instrumenten die aangepast werden in een opstelling zoals in de barokperiode
  • moderne replica's: nieuw gebouwd volgens oude principes (ook authentiek: de oude violen van nu waren toen nieuw)

Barokviolen worden de laatste decennia vaak gebruikt dankzij de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk, waarbij violisten terugkeren naar oudere modellen van het instrument om een authentiek geluid te bereiken.

De verschillen tussen een barokviool en een moderne viool zien we in onder meer de omvang en de aard van de hals, toets en staartstuk. Barokviolen zijn bijna altijd uitgerust met darmsnaren, in tegenstelling tot de meer gebruikelijke metalen en synthetische snaren op een modern instrument. Barokviolen worden bespeeld met een strijkstok of boog, dat vervaardigd is zoals in de barokperiode, in plaats van de moderne Tourte-strijkstok. Barokviolen zijn niet uitgerust met een kinhouder en worden bespeeld zonder een schoudersteun.

Bronnen[bewerken | brontekst bewerken]