Bartholomeus Eggers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het reliëf aan de kaaswaag in Gouda

Bartholomeus Eggers (Amsterdam, ca. 1637 – Amsterdam, voor 23 februari 1692) was een Nederlands beeldhouwer.

Bartholomeus Eggers was een leerling van Pieter Verbruggen (I) in Antwerpen. Begin jaren 50 vestigde hij zich in Amsterdam. Hij werkte er mee aan de decoratie van het nieuwe stadhuis onder leiding van Artus Quellinus, de zwager van Verbruggen. Mogelijk was hij ook betrokken bij de vervaardiging van het grafmonument voor Feldmarschall Otto von Sparr in de Marienkirche in Berlijn, een opdracht aan Quellinus uit 1663. In 1663 trad hij toe tot het gilde in Amsterdam, en vestigde toen ook een zelfstandige werkplaats.

In 1665 verhuisde hij naar Den Haag, waar hij lid van het gilde werd. Hij maakte er het grote grafmonument voor Jacob van Wassenaer Obdam in de Grote Kerk (1665-1667) naar een ontwerp van Cornelis Mininckx. Ook schiep hij het reliëf aan de waag in Gouda en voegde hij een beeld toe aan het grafmonument van Rombout Verhulst in de kerk van Midwolde.

De meeste opdrachten ontving hij echter van Frederik Willem, keurvorst van Brandenburg. Hij maakte voor hem onder andere vierentwintig marmeren portretbustes van Romeinse keizers en hun echtgenotes (Berlijn, tuinen van het Schloss Charlottenburg) en veertien marmeren standbeelden van de keurvorsten van Brandenburg (Potsdam, Schloss Sanssouci). Ook graaf Johan Maurits van Nassau-Siegen, de bouwer van het Mauritshuis in Den Haag, was een belangrijke opdrachtgever.

Bartholomeus Eggers was de belangrijkste concurrent van Rombout Verhulst, maar kwalitatief blijft zijn werk duidelijk achter bij dat van zijn rivaal.

Zie ook[bewerken]