Baruch Goldstein

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Baruch Goldstein (Hebreeuws: ברוך גולדשטיין) (Brooklyn, 9 december 1956Hebron, 25 februari 1994) was een Israëlische terrorist van Amerikaanse komaf. Hij woonde in de Israëlische nederzetting Kirjat Arba en diende als arts in het Israëlische Defensieleger. Op 25 februari 1994 richtte hij een bloedbad aan onder biddende Palestijnen in de Ibrahimi moskee in Hebron. Hij werd buiten de moskee zelf gedood.

Achtergrond[bewerken | brontekst bewerken]

Goldstein was lid van Kach en de Jewish Defense League en liet zich inspireren door extremisten als rabbijn Meir Kahane. De daad van Goldstein werd door veel Israëli's afgekeurd, onder wie toenmalig premier Yitzak Rabin. Extremistische rabbijnen echter spraken vol lof over de aanslag.[1][2][3]

Aanslag[bewerken | brontekst bewerken]

In oktober 1993 een maand na de Oslo-akkoorden, had Goldstein zuur op gebedskleedjes in de Ibrahimi-moskee gegoten, waardoor er grote gaten ingebrand waren, en had hij zes biddende Palestijnen aangevallen. Een brief hierover van het moslimbestuur (“These daily violations in the Ibrahimi mosque cannot be given silent treatment.") gericht aan de Israëlische premier Yitzak Rabin, was niet beantwoord en de Israëlische autoriteiten hadden er geen actie op ondernomen.[4]

Op 24 februari 1994, tijdens de Ramadan, drong Goldstein gekleed in een militair uniform de Ibrahimi moskee in Hebron binnen en opende het vuur op een grote groep biddende moslims. Hierbij werden negenentwintig moslims gedood en honderdvijfentwintig gewond. Bij hun vlucht naar buiten en op weg naar het ziekenhuis werden nog eens 19 Palestijnen gedood door Israëlische militairen.[5] Goldstein zelf werd doodgeslagen door de menigte.

Goldstein gebruikte voor zijn actie een Galil-aanvalsgeweer.[6]

Nasleep[bewerken | brontekst bewerken]

Tijdens het joodse Poerimfeest dansen militante en extremistische joden uit de Israëlische nederzetting Kirjat Arba en uit wijken van Oost-Jeruzalem rond het graf van Goldstein. Daarbij zingen ze liederen waarin Goldsteins daden bejubeld worden en lezen ze gebeden.[7][8]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]