Baruch Spinoza

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Baruch Spinoza
Het Haagse portret van Baruch Spinoza, ca. 1665.
Het Haagse portret van Baruch Spinoza, ca. 1665.
Persoonsgegevens
Naam Baruch Spinoza
Geboren Amsterdam, 24 november 1632
Overleden Den Haag, 21 februari 1677
Land Prinsenvlag.svg Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
Functie Filosoof
Oriënterende gegevens
Stroming Rationalisme
Spinozisme
Pantheïsme
Monisme
Portaal  Portaalicoon   Filosofie
De Mozes- en Aäronkerk staat op de plek waar Spinoza mogelijk geboren werd, maar zeker opgroeide
Standbeeld van Baruch Spinoza in Den Haag.
Een van de mythes is de Overval op Spinoza bij de oude Portugese synagoge. Op de afbeelding staat de nieuwe synagoge, die pas in 1675 in gebruik werd genomen. Uit Historie der Joden, vervolg op Flavius Josephus. (1784)
Wijk waar Spinoza opgroeide; kaart van Balthasar Florisz. van Berckenrode uit 1625.
Een vroege gravure van Spinoza. Het onderschrift, in Latijn, zegt:'Jood en Atheïst'
De tekst van de banvloek. Bron: archief Portugees-Israëlitische Gemeente, Amsterdam.
Spinozahuisje aan de Spinozalaan in Rijnsburg.
Standbeeld in Voorburg van Baruch Spinoza.
Spinozahuis aan de Paviljoensgracht in de Haagse Jodenbuurt. In dit huis overleed Baruch Spinoza in 1677.
Close-up standbeeld van Spinoza, Paviljoensgracht, Den Haag. Het standbeeld werd onthuld in 1880 en is vervaardigd door Frédéric Hexamer.
Monument uit 1956 en grafsteen uit 1927 die achter de Nieuwe Kerk in Den Haag een van de plekken markeren waar de beenderen van Spinoza mogelijk herbegraven zijn.
Brief van Spinoza aan Leibniz
Beeld van Spinoza in Amsterdam, bij de Stopera (aan de Zwanenburgwal), gemaakt door Nicolas Dings. Het citaat op de sokkel luidt: ‘Het doel van de staat is de vrijheid’.[1] De icosaëder staat volgens de kunstenaar symbool voor het denken van Spinoza: het universum als model, geslepen door de menselijke geest.
Kast met boeken in het Spinozahuis.
Titelblad van de Ethica.
Standbeeld van Baruch Spinoza in Rijnsburg.
Standbeeld van Spinoza in Oegstgeest
Tweede druk van Bayles Encyclopedie, waarin opvallend veel aandacht werd besteed aan Spinoza. Gedrukt in Rotterdam. (1702)

Baruch Spinoza (Latijn: Benedictus de Spinoza; Portugees: Bento de Espinosa of d'Espinosa; Hebreeuws: ברוך שפינוזה; Amsterdam, 24 november 1632Den Haag, 21 februari 1677), was een Nederlands filosoof, wiskundige, politiek denker en lenzenslijper uit de vroege Verlichting van Sefardisch-Joodse afkomst.

Onder de natuurfilosofen is hij een radicaal die elke vorm van Openbaring of profetie ontkende en geen andere verklaring accepteerde dan die gebaseerd op de rede. Hij stelde dat de Bijbelse profeten gewone mensen waren met een uitzonderlijke verbeeldingskracht die niet namens God spraken.

Spinoza ontwikkelde een filosofie waarin theologie geen rol speelde en ongeacht welke religie toepasbaar is. Hij stelde dat God en natuur hetzelfde zijn en dat inzicht in de natuur ook de kennis van het goddelijke verhoogt.[2] Hij is de grondlegger van de dubbel-aspecttheorie.

Zijn boeken waren tweehonderd jaar lang verboden in Europa, omdat zijn historische Bijbelkritiek zou leiden tot atheïsme en fatalisme. Als politiek denker vond hij dat de macht van de staat nooit aan een enkeling toevertrouwd mocht worden, omdat daar misbruik van gemaakt zou worden.[3] Vanwege zijn grondige kennis van het Hebreeuwse idioom is Spinoza van belang geweest voor de Bijbelwetenschap.

Spinoza was een volgeling en criticus van René Descartes en een tijdgenoot van Nicolas Malebranche en Gottfried Wilhelm Leibniz, eveneens rationalisten van de vroege moderne filosofie.

Spinoza noemde zichzelf met de voornaam Bento, dat gezegende betekent. Ook zijn vrienden spraken hem zo aan. De brieven die bewaard zijn gebleven, alle na 1660, ondertekende hij steevast met Benedictus.[4] Ook het enige werk waar hij zijn naam onder zette, ondertekende hij met Benedictus. Zijn levensmotto was Caute (behoedzaam). Tijdgenoten omschreven Spinoza als een zachtmoedig, rustig en bescheiden mens.[5]

Veel van wat over Spinoza's privéleven geschreven is, lijkt verzonnen te zijn om hiaten op te vullen. Desondanks zijn de verhalen vaak verworden tot legendes. Alleen wat vermeld is in de inleiding van zijn Opera Posthuma, in zijn brieven en in officiële documenten is controleerbaar. Aan de rest mag getwijfeld worden.[6]

Biografie[bewerken]

Familie[bewerken]

De Sefardische familie Spinoza (d'Espinosa in het Portugees) kwam volgens sommige historici uit de plaats Espinosa de los Monteros, bij Burgos in Spanje. Anderen beweren dat zijn familie uit Portugal naar die plaats emigreerde en later naar Portugal terugging.[7] Toen de joden die weigerden zich tot het christendom te bekeren uit Spanje werden verdreven, begon een van Spinoza's voorouders een handel over de Spaans-Portugese grens. Omdat Portugal in 1580 werd ingelijfd bij het Spaanse rijk, trokken de vervolgde joden naar het noorden.

Spinoza's grootvader begon rond 1592 een handelsonderneming in het Franse Nantes.[8] Later vestigde hij zich in Rotterdam. Zijn zonen Michaël (de vader van Baruch) en Manuel verhuisden naar Amsterdam.[9] Michaël Spinoza werd geboren in het Portugese Vidigueira. Hij was een koopman in mediterrane producten.[10] Om het embargo van Spanje te omzeilen, handelde Spinoza via zijn contacten in Nantes. Michaël d'Espinosa trouwde met zijn volle nicht Rachel, die in februari 1627 overleed. Niet lang daarna hertrouwde hij met Hanna Debora uit Lissabon.[11] Zij stierf in november 1638. Het gezin d'Espinosa bestond toen waarschijnlijk uit vijf kinderen.[12] Uit zijn derde huwelijk met de 40-jarige Esther de Solis in april 1641 zijn geen kinderen bekend.

Jeugd[bewerken]

Op 24 november 1632 schonk Hanna Debora het leven aan Baruch. Zijn geboortehuis zou op het eiland Vlooienburg hebben gestaan. In ieder geval woonde het gezin vrij kort daarna aan de toenmalige Houtgracht, tegenover het eiland.[13][14]

Baruch kreeg een joodse opvoeding; thuis en op straat werd de Portugese taal gebezigd; op school sprak hij Spaans. Gebeden werd er in het Hebreeuws.[15][16] Al snel zag hij in dat de Talmoed en Thora "zozeer de mensengeest verraadt dat de heilige schrift van de joden onmogelijk het werk van God kan zijn".[17] Hij noemt ze "uitvindingen van de menselijke fantasie". Gaandeweg zette hij zich steeds meer af tegen alle voorschriften, de feestdagen en de spijswet. De rabbijnen zagen deze 'godslasterlijke handelingen' met ontzetting aan.[18] Spinoza stopte met naar school gaan toen hij in 1649, na het overlijden van zijn oudste broer, in het handelsbedrijf van zijn vader ging werken. In 1650 trouwde een zus van Baruch, Miriam, met Samuel de Casseres, een rabbijn-in-opleiding.[19] Zij stierf het jaar daarop. Hun zus Rebecca sprong in om de verzorging van zijn pasgeboren kind op zich te nemen.[20]

In oktober 1652 overleed Michaëls derde echtgenote Ester. In maart 1654 stierf Spinoza sr.[21] Zijn firma had zwaar te lijden gehad onder de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog en was aan het eind van zijn leven bijna failliet.

Baruch nam samen met zijn broer Gabriël de handel in wijn, olijfolie, vijgen en amandelen over. De schuldeisers lieten hen echter niet met rust. Op 7 mei 1655 had Baruch een handgemeen met de schuldeiser Antonio Alvares, waarbij Spinoza's hoed op de grond viel en werd platgetrapt.[22]

Zoekend[bewerken]

Vanaf het midden van de 17e eeuw hield intellectueel Europa zich bezig met de zuivere waarheid en vroeg zich af wat waar is in de Bijbel. In 1655 publiceerde Isaac La Peyrère in Amsterdam zijn ideeën over de geschiedenis en trok daarbij de juistheid van de Bijbel in twijfel.[23] Athanasius Kirchner vroeg zich af of er ook voor de zondvloed regenbogen waren. Spinoza hield zich meer op natuurkundige wijze bezig met het verschijnsel regenboog, dat eerst na het ontdekken van de brekingswetten van Snellius goed verklaard kon worden. In 1657 correspondeerde Spinoza met Christiaan Huygens over het verschijnsel, evenals over waarschijnlijkheid en kansrekening.

Spinoza had zich ondertussen bekwaamd in het Latijn en hield zich bezig met filosofie, moraal en overpeinzingen over de theorie van de onsterfelijkheid van de ziel.[24] Hij was sterk beïnvloed door het werk van René Descartes, die uitgebreid over lichaam en ziel had geschreven. Spinoza bestudeerde ook het werk van Gersonides over onsterfelijkheid en Maimonides,[25] een arts en filosoof die in Marokko en Egypte werkte, en een van de belangrijkste joodse geleerden, omdat hij probeerde de Bijbel met de filosofie te verzoenen. Spinoza vond de opvattingen van Maimonides schadelijk, nutteloos en absurd geëxplodeerd[26].[27] Filosofie verbinden met een openbaringsgodsdienst is een lastige opgave en volgens sommigen onmogelijk. Spinoza loste dit op door de theologie ondergeschikt aan de filosofie te verklaren.[28]

Spinoza verzette zich al in een vroeg stadium tegen het beeld dat God een menselijke gedaante zou zijn, tegen het idee van de uitverkiezing van het joodse volk door God en de goddelijke oorsprong van de Bijbel.[29] Spinoza twijfelde eveneens aan de oorsprong van de tien geboden van Mozes en legde veel nadruk op het belang van een deugdzaam leven. De rabbijnen zouden hem volgens sommige schrijvers een pensioen hebben aangeboden als hij afzag van verspreiding van zijn ideeën, maar het is ook mogelijk dat zijn contacten met andersdenkenden een rol speelden,[30] en dat de rabbijnen een terugkeer van Spinoza naar de synagoge verwachtten.[31]

Verstoting[bewerken]

Op 27 juli 1656 werd Spinoza uit de Sefardische gemeenschap verstoten.[32] De op schrift gestelde banvloek is bewaard gebleven en daarin wordt hem verweten dat hij er 'vreselijke ketterijen' en 'monsterlijke daden' op nahield. Vandaag de dag is niet bekend wat de redenen waren die tot die omschrijving aanleiding gaven. Wel is bekend dat getuigen een en ander bevestigd hebben. De verstoting hield mede in dat zijn familieleden geen contact met hem mochten hebben, noch hem op een of andere wijze mochten ondersteunen.[33][34]

Leerling Van den Enden[bewerken]

Spinoza wilde meer Latijn leren en ging daarvoor studeren bij de Latijnse school in Amsterdam van de voormalige jezuïet Franciscus van den Enden, die door zijn eerste biografen als Spinoza's filosofische en politieke leermeester wordt genoemd. Door de leerlingen van de school werden klassieke toneelstukken opgevoerd, waarin Spinoza volgens sommige historici mogelijk heeft meegespeeld. Die mening baseren zij op passages uit de Eunuchus van Terentius die door Spinoza bijzonder vaak worden aangehaald in zijn Ethica.[35][36] Of Spinoza ook de inhoud van het Philedonius kende, is onduidelijk. Het allegorische toneelstuk werd geschreven door Van den Enden en is op 13 en 27 januari 1657 in de schouwburg van Van Campen opgevoerd.[37]

Nadat hij door iemand met een ponjaard (korte spits toelopende dolk) was aangevallen, leek het hem volgens zijn biograaf Johann Köhler (gelatiniseerd: Colerus) raadzaam om Amsterdam te verlaten. Hij vond onderdak op de weg naar Ouderkerk aan de Amstel.[38]

Lenzenslijper[bewerken]

Met het slijpen van lenzen voor microscopen, vergrootglazen, verrekijkers en telescopen voorzag Spinoza in zijn onderhoud. Het is niet bekend wanneer hij zich het ambacht meester maakte. Met Johannes Hudde correspondeerde Spinoza over de brandpuntsafstand. De wis-, natuur- en sterrenkundige Christiaan Huygens, de anatoom en alchemist Theodor Kerckring en Leibniz roemden de kwaliteit van Spinoza's lenzen.[39]

Rijnsburg en Voorburg[bewerken]

Het is niet duidelijk in welk jaar Spinoza precies afreisde naar Rijnsburg. Hij trok in bij de chirurgijn Herman Hooman. Die woning staat nu bekend als het Spinozahuisje.[40]

De Amsterdamse vriendenkring rondom Spinoza was klein, maar trouw. In besloten gezelschap werden zijn teksten becommentarieerd. De kring bestond uit de koopman/filosoof Pieter Balling, die werk van Spinoza vertaalde naar het Nederlands; Jarig Jelles, een koopman op de Herengracht, die hij al sinds 1654 kende; Adriaen Koerbagh; Johannes Koerbagh; Jan Rieuwertsz, de uitgever van Spinoza's werken, die in zijn winkel in de Dirk van Hasseltsteeg onderdak bood aan vrijdenkers; de koopman Simon Joosten de Vries, die hem toegenegen was en een jaargeld verstrekte; de arts en latinist Johannes Bouwmeester; de arts en schrijver Lodewijk Meyer; de hoogleraar Burchard de Volder en de diplomaat Coenraad van Beuningen.

De jaren dat hij in Rijnsburg verbleef, behoorden tot zijn meest vruchtbare. In 1663 kwam het eerste deel van de Ethica als manuscript in de handen van zijn Amsterdamse vrienden. Datzelfde jaar verhuisde hij naar Voorburg, waar hij introk bij de schilder Daniël Tydeman aan de Kerkstraat. Daar werkte hij verder aan zijn Ethica. Spinoza bestreed ondertussen de opvatting dat hij een atheïst zou zijn, maar slaagde daar niet goed in.[41] Henry Oldenburg, met wie Spinoza correspondeerde over Robert Boyle en Pierre Gassendi, werd in 1667 twee maanden opgesloten in de Tower of London. Verondersteld wordt dat de opsluiting te maken had met zijn contact met Spinoza.[42] Adriaen Koerbagh bracht in 1669 het boek "Een Ligt schijnende in duystere Plaatsen" uit, dat de geest ademt van Spinoza's filosofie. Koerbagh werd voor godslastering veroordeeld tot tien jaar Rasphuis en stierf enkele maanden later.

Den Haag[bewerken]

Tussen 1669 en 1671 verhuisde Spinoza naar Den Haag. Hij kreeg kost en inwoning bij een weduwe op de Stille Veerkade, maar als dat te duur voor hem werd, verhuisde hij naar de Paviljoensgracht. Hier huurde hij een kamer bij een lutherse ouderling.[43] Hij zou in dit "Spinozahuis", dat voorheen eigendom was van Jan van Goyen, tot aan zijn dood blijven wonen.

Spinoza deed een poging om kennis te maken met Cosimo III de' Medici. De behoudende prins weigerde hem te ontmoeten als hij op bezoek was in Den Haag bij prins Willem III. Spinoza had ondertussen het Godgeleerd-staatkundig Vertoog, ofwel de Tractatus theologico-politicus geschreven, dat in 1670 anoniem werd gepubliceerd. Het is het oudste pleidooi [bron?] voor de vrijheid van meningsuiting dat we kennen.[44]

In het rampjaar 1672 greep de Moord op de gebroeders De Witt hem zeer aan. Spinoza was dermate geschokt dat hij 's nachts een pamflet schreef met de titel Ultimi Barbarorum (jullie zijn de ergste barbaren) om het bij de Gevangenpoort op te hangen.[45] Zijn huisbaas, Hendrik van der Spyck, wist hem tegen te houden door de voordeur op slot te draaien.

In het voorjaar van 1673 werd hem een professoraat wijsbegeerte aangeboden aan de Universiteit van Heidelberg, waar zijn medestander Samuel von Pufendorf had gedoceerd. Specifiek werd gevraagd zich bij de aanstelling te onthouden van het uiten van vooroordelen tegen religies.[46][47][48][49] Spinoza bedankte voor de eer en schreef: "... aangezien ik nooit lust heb gevoeld in het openbaar te doceren, kan ik er niet toe komen deze prachtige gelegenheid aan te grijpen, hoewel ik de zaak lange tijd bij mijzelf overwogen heb."[50]

In datzelfde jaar werd hij volgens zijn biograaf Colerus (1647-1707) door de inwoners van Den Haag verdacht van spionage. Reden was dat hij op uitnodiging van de predikant en luitenant-kolonel Stoupa naar de stad Utrecht was gereisd, die door de invallende Fransen al een jaar bezet werd. Bij zijn terugkeer vreesde zijn huiseigenaar dat de bevolking bij Spinoza verhaal wilde komen halen. Volgens deze had Spinoza hem gezegd dat hij in dat geval de bewoners van Den Haag te woord zou staan, al zouden ze hem hetzelfde aandoen als wat de gebroeders De Witt was overkomen.[51]

Bezoek[bewerken]

De Utrechtse arts Lambert van Velthuysen had kritiek op het godsbeeld van Spinoza. Hij beschuldigde Spinoza van blinde overgave aan het noodlot.[52] De God die Spinoza schetste had geen goddelijke wil. Daardoor was volgens Van Velthuysen niet langer aan God af te meten wat 'goed' en 'kwaad' was. Moraal en deugdzaamheid werden zo in de waagschaal gesteld en dat had onzekerheden tot gevolg. Ook zo werd volgens Van Velthuysen de waarde van de Bijbel aangetast. Want als God geen moreel oordeel gaf, dan was de Bijbel weinig meer dan retoriek. Spinoza was niet onder de indruk en stuurde Van Velthuysen een gepeperde brief.[53]

Desondanks hielden Spinoza en Van Velthuysen contact. Vanaf 1673 bezochten ze elkaar regelmatig en hielpen elkaar bij het uitbrengen van teksten. Beiden kozen dezelfde kant in het conflict tussen Descartes en de Utrechtse theoloog Voetius.[54]

In 1674 wordt het Tractatus theologico-politicus (Theologisch-politiek traktaat) in Nederland verboden. Spinoza pleit hierin onder andere voor een onafhankelijke rechterlijke macht, bijna een eeuw eerder dan de Franse filosoof Charles Montesquieu dit deed.[55]

Spinoza begon een correspondentie met de Duitse natuurkundige en wiskundige Ehrenfried W. von Tschirnhaus, die voorheen in Leiden studeerde. Jonathan Israel stelt dat de discussies tussen beiden over de vrije wil, de motivatie van de mens, Descartes' wetten van de beweging en andere vraagstukken duidelijk de meest stimulerende waren in de laatste fase van Spinoza's leven.[56]

Albert Burgh (1650-1708) schreef als franciscaan in Rome op 11 september 1675 Spinoza een brief om hem op zijn rationalistische dwalingen en ongeloof in Christus te wijzen. Spinoza's antwoord is beroemd. Onder meer wees hij erop, dat het belachelijk is, dat volgens het rooms-katholieke geloof de mensen die door de duivel misleid worden tot in de eeuwigheid verdoemd worden, terwijl de duivel ongestraft blijft.

In 1676 kwam Leibniz op bezoek. De twee filosofen voerden lange gesprekken, onder andere over het begrip zielsverhuizing bij Pythagoras.[57]

Spinoza is ongetrouwd gebleven. De overlevering vermeldt slechts één geval van zijn interesse in het andere geslacht, voor Clara Maria van den Enden, de manke dochter van zijn leermeester. Volgens zijn eerste biograaf Colerus zou hij meerdere keren verhaald hebben dat hij met deze meer dan twintig jaar jongere vrouw had willen trouwen.[58] Tijdgenoot Joachim Oudaen, afkomstig uit Rijnsburg en aldaar bekend met de collegianten, lijkt in een smaadgedicht uit 1683 te impliceren dat Spinoza homoseksueel was.

Spinoza's correspondenten[bewerken]

Spinoza bewaarde de binnengekomen correspondentie en de kladversies van zijn verstuurde brieven. Zeker achtentachtig brieven zijn bewaard gebleven. In een aankondiging van het project Spinozas Web werd bekendgemaakt dat er nog zeker 36 brieven van Spinoza zijn gevonden.[59]

Hij correspondeerde in ieder geval met de volgende personen:

Pieter Balling Willem van Blijenbergh Johannes Bouwmeester Hugo Boxel[60]
Robert Boyle Albert Burgh Johann Ludwig Fabritius Johann Georg Graevius
Jarig Jelles Johannes Hudde Gottfried Leibniz Johan van der Meer
Lodewijk Meyer Henry Oldenburg Jacob Ostens George Hermann Schuller
Nicolaus Steno Ehrenfried Walther von Tschirnhaus Lambert van Velthuysen Simon de Vries

Overlijden[bewerken]

In zijn laatste levensjaren kreeg Spinoza regelmatig bezoek van de arts en alchemist George Hermann Schuller. Deze jonge Amsterdamse geneesheer stelde in februari 1677 dat Spinoza niet lang meer te leven had.[61] Op 21 februari stierf Spinoza volgens zijn vrienden aan tuberculose.[62] Van deze ziekte had hij al twintig jaar last.[63] Hij werd begraven op het kerkhof van de Nieuwe Kerk in Den Haag. Voor zijn laatste reis werden zes koetsen ingehuurd.[64]

Boekenkast[bewerken]

Spinoza bezat bij zijn overlijden honderdzestig boeken: zesennegentig in het Latijn, zeventien meertalig, zestien in het Spaans, dertien in het Nederlands en tien in het Hebreeuws. De belangrijkste onderwerpen waren taalwetenschap, klassieke en eigentijdse gedichten, theologie, politieke theorie, wiskunde, natuurwetenschap en filosofie.

Spinoza bezat naast alle werken van Descartes het meetkundig en rekenkundig verzamelwerk Elementen van Euclides, ook een reisverslag naar Spanje van de hand van Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck, de epigrammen van Marcus Valerius Martialis, astronomische werken van Philippus Lansbergen en een medisch boek van Nicolaes Tulp.

Postume werken[bewerken]

Zijn lessenaar, met daarin zijn voltooide en onvoltooide manuscripten, werd vlak na zijn dood naar de uitgever Jan Riewertsz gebracht. Vervolgens kwamen allereerst de Opera Posthuma (Postume Werken) uit. Er waren twee uitgaven. Een in het Latijn en een naar het Nederlands vertaald door Jan Hendriksz. Glazemaker. De boeken werden in het sterfjaar gedrukt en begin 1678 uitgebracht; de Nederlandstalige uitgave onder de titel De Nagelate Schriften van B.d.S. Het is in feite een weergave van zijn Ethica, aangevuld met een uitvoerige inleiding die na zijn dood door een van zijn vrienden geschreven werd. Een verbod op publicatie door de Staten van Holland, die het werk prophaen, Atheistisch ende blasphemant (ontheiligend, goddeloos en godslasterlijk) vonden, heeft de verspreiding niet kunnen stoppen.

Werk[bewerken]

Spinoza's denken combineert cartesiaanse metafysische en epistemologische principes met elementen uit het oude stoïcisme en het middeleeuwse, joodse rationalisme tot een zeer origineel systeem. Zijn zeer naturalistische opvattingen over God, de wereld, de mens en de kennis dienen om een morele filosofie te funderen, gericht op de controle van de hartstochten, wat leidt tot deugd en geluk.[65] Hij beschouwde de mens als een extern aangestuurde machine, terwijl de mens zelf zich vrij waant.

Theologisch-politiek traktaat[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Tractatus theologico-politicus voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het Tractatus theologico-politicus (Theologisch-politiek traktaat) verscheen anoniem tijdens Spinoza's leven in 1670. Het geeft een van de eerste logische analyses van de Bijbel en geeft argumenten voor godsdienstvrijheid en tolerantie. Spinoza sloot dit boek af met een prijzende beschouwing over de vrijheid die Amsterdam zijn burgers biedt.

Ethica[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Ethica (Spinoza) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Zijn levenswerk is de Ethica ordine geometrico demonstrata. Het werd na zijn dood uitgegeven in zijn sterfjaar 1677. Hoewel ethiek het hoofdonderwerp is, begint het werk met een uitgebreide uiteenzetting van Spinoza's metafysica. In navolging van Descartes ging Spinoza uit van het idee dat de wiskunde een voorbeeld voor de filosofie is. Het gehele werk volgt de 'geometrische' methode, in navolging van Euclides' Elementen: definities, axioma's, stellingen, bewijzen en gevolgtrekkingen.

De Ethica bestaat uit vijf delen:

  1. God
  2. Over aard en oorsprong van de geest
  3. Over oorsprong en aard der aandoeningen
  4. Over de menselijke knechtschap of de macht der aandoeningen
  5. Over de macht van het verstand of de menselijke vrijheid

Spinoza ging ervan uit dat er slechts één substantie bestaat, door hem begrepen als datgene wat op zichzelf bestaat en uit zichzelf moet worden begrepen.[66] Het is zijn eigen oorzaak en wordt gelijkgesteld aan de hele natuur, ofwel God. De attributen van deze substantie zijn oneindig in aantal en vormen tezamen haar wezen; de mens echter kent er slechts twee, namelijk denking [bron?] en uitgebreidheid. De afzonderlijke dingen zijn modi (wijzigingen, veranderingen) van deze substantie.

Om verwarring met 'natuur' in het dagelijks taalgebruik te vermijden, onderscheidde Spinoza natura naturans - de scheppende natuur - en natura naturata - de geschapen natuur.

Voor details en uitleg zie ook Causa sui en Spinoza.

Politieke filosofie[bewerken]

Spinoza heeft grote invloed gehad op de politieke filosofie en het denken over de tolerantie. In het Theologisch-Politiek Traktaat pleitte Spinoza voor volledige vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid, dit in tegenstelling tot veel van zijn tijdgenoten. Spinoza was, tezamen met John Locke, de eerste die op principiële gronden de tolerantie verdedigde.

Spinozisme versus atheïsme en theïsme[bewerken]

Er bestaan meerdere interpretaties over de religieuze opvattingen van Spinoza. Voor sommigen is Spinoza een boegbeeld van het atheïsme, volgens anderen eerder van het pantheïsme. De basis van zijn stelsel is zijn neutraal monistische godsopvatting. Spinoza had een heel ander godsbegrip dan de drie monotheïstische religies.

Volgens Spinoza was God niet de schepper van de wereld, maar de wereld een onderdeel van het goddelijke.[67] Wonderen zijn volgens Spinoza niet het bewijs van goddelijke macht, maar van menselijke onwetendheid. Spinoza vond dat de aanwezigheid van God niet bewezen wordt door wonderen, maar door de orde in de natuur. Als we de oorzaken van ons handelen niet kennen, spreken we over de vrije wil, maar voor Spinoza was dit een gevolg van onwetendheid. Volgens Spinoza is onwetendheid het voornaamste obstakel bij het nastreven van een deugdzaam leven, niet egoïsme.[68] Goed en kwaad moeten volgens hem beschouwd worden als gelijkwaardig aan gezond en ongezond. Overgaan van passiviteit naar activiteit is volgens Spinoza altijd overweldigend, bevrijdend en vreugdevol.

Invloed spinozisme[bewerken]

Het genootschap Nil Volentibus Arduum (Latijn voor 'niets is moeilijk voor hen die willen') was een roemrucht gezelschap van intellectuelen, opgericht in Amsterdam in 1669, naar het voorbeeld van de Académie Française. Het was mede opgericht om onder de dekmantel van een cultureel gezelschap vrijelijk te kunnen discussiëren over de spinozistische filosofie, die zij wilde verspreiden.

Door wat bekend is geworden als de pantheïsmestrijd, kwam Spinoza's filosofie eind 18e eeuw binnen Europa opnieuw in de belangstelling. De Duitse filosoof Jacobi schreef in 1785 dat bij leven de in Duitsland zeer bekende schrijver en dichter Lessing tegenover hem bekend had dat hij een volgeling was van Spinoza's gedachtegoed. Het riep heftige discussies op, met als gevolg dat Spinoza's geschriften invloed hadden op het Duits idealisme en de Duitse romantiek. Rond 1800 was de belangstelling voor Spinoza's werk dusdanig groot dat er in 1802 voor het eerst een uitgave van zijn verzameld werk gepubliceerd werd.[5]

Veel grote filosofen na Spinoza, zoals Hegel, Nietzsche[69] en Goethe, hebben hem op een voetstuk geplaatst. De Nederlandse schrijver Multatuli uitte zijn waardering in de volgende dichtregels:

"Zeker ben ik van Spinoza's familie
en heb ik vaders neus niet recht,
ik heb toch een hart als hij."

Ook Albert Einstein bewonderde hem en vond aansluiting bij zijn abstracte godsbeeld.

"Ik geloof in de God van Spinoza, die zichzelf openbaart in de wetmatige harmonie van het heelal, en niet in een God die zich bemoeit met het lot en de handelingen van mensen"

, liet Einstein weten, nadat hij in Rijnsburg het Spinozahuis had bezocht. In 1920 schreef hij een gedicht getiteld "Zu Spinozas Ethik".

In de 20e eeuw zijn er twee bloeiperioden van het spinozisme aan te wijzen. De eerste was een Spinozacultus in de Weimarrepubliek, in de jaren 20. Deze dient gezien te worden in de context van het toenemende antisemitisme. Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog werd het eerste bloeimoment de kop ingedrukt. In Frankrijk was het werk van Spinoza ook invloedrijk onder een reeks Franse filosofen zoals Léon Brunschvicg en Jean Cavaillès.[70] De tweede periode trad op na die oorlog, toen Spinoza een populair studieobject werd voor de Franse marxisten, onder wie Louis Althusser, Étienne Balibar, Pierre Macherey en de Italiaan Antonio Negri. Ook in het denken van Gilles Deleuze en Alain Badiou is de invloed van Spinoza voelbaar.

Canon van Nederland[bewerken]

Spinoza is in 2007 opgenomen in de Canon van Nederland. Het is een van de vijftig thema's die niet mogen ontbreken in de geschiedenisles op een Nederlandse school. Sommige christelijke scholen wilden Spinoza vervangen door een christelijk denker.

Trivia[bewerken]

  • Naar Spinoza is de Spinozapremie vernoemd, de hoogste Nederlandse wetenschapsprijs.
  • De Spinozalens is de naam van een internationale onderscheiding die vernoemd is naar Baruch Spinoza. De prijs is voor een persoon die zich verdienstelijk heeft gemaakt op het vlak van het denken over de grondslagen van de ethiek.
  • Het portret van Spinoza stond vanaf 30 maart 1972 tot 3 april 1996 op het geldbiljet van duizend Nederlandse gulden.
  • De Franse filosoof Pierre Bayle (1647-1706) beschouwde de Chinese filosofie als een vorm van spinozistisch atheïsme.[71][72]
  • Spinoza is ook de naam van de reguliere vrijmetselaarsloge in Oostende, gesticht in 2010 (zie lijst van loges in Oostende).
  • Johannes van Vloten is bekend als de degene die Spinoza's werk vanaf het midden van de 19e eeuw voor het eerst onder de aandacht van een breder publiek bracht; onder meer door de uitgave (samen met Jan Pieter Nicolaas Land) van diens Verzamelde Werken (Opera Omnia in twee delen, 1882-1883). In totaal schreef Van Vloten tussen 1853 en 1883 bijna zestig beschouwingen over Spinoza. Hij had een belangrijk aandeel in het in Den Haag in 1880 oprichten van een standbeeld van Spinoza.
  • De Nederlandse dichter Herman Gorter vertaalde de Ethica.
  • Hoewel er veel gravures, schilderijen, bustes en standbeelden zijn die Spinoza verbeelden, is de gelijkenis van de meeste zeer twijfelachtig. Wie ze vergelijkt hoeft geen kunstkenner te zijn om te zien dat ze onmogelijk dezelfde persoon verbeelden. De verschillen in gelaatstrekken zijn te groot om te wijten aan leeftijd, lichaamsgewicht, kapsel en gezondheid van Spinoza en/of talent en artistieke vrijheid van de verschillende portrettisten. Van vrijwel alle portretten staat dan ook vast dat ze na de dood van Spinoza tot stand zijn gekomen, van geen enkel portret staat vast dat het bij zijn leven gemaakt is. Kennelijk is de behoefte om zich een beeld te vormen van hoe Spinoza eruit zag zo groot dat het een vrijbrief is voor artiesten om er op los te fantaseren.[73]

Bibliografie[bewerken]

  • 1660 - De Verhandeling over de verbetering van het verstand (onaf, Spinoza heeft het zelf nooit gepubliceerd)
Tractatus de intellectus emendatione
Spinoza onderzoekt hoe men ware kennis kan verwerven. Gepubliceerd in 1677 in de Opera Posthuma
  • 1667 - De Korte Verhandeling
Tractatus de Deo et homine ejusque felicitate (eveneens onaf en niet zelf gepubliceerd)
De tekst werd ontdekt na 1852 en voor het eerst vijftien jaar later gepubliceerd. Veel in het werk is nog aan Descartes ontleend.
Renati Des Cartes Principia Philosophiae
Deze tekst ontstaat uit de lessen die Spinoza gaf aan zijn leerling Casearius.
Over de theorie van het zijn en zijn verschijningswijzen, God, diens attributen en de menselijke ziel.
  • 1670 - Theologisch-politiek traktaat
Tractatus theologico-politicus
Met deze tekst toont Spinoza aan dat de vrijheid van filosoferen een onmisbaar onderdeel is voor de vrede in de staat. Hij gaat in op profetie en wonderen; God spreekt door de profeet en profetie ontleent haar gezag aan het gegeven dat zij door God is geïnspireerd. De profeet bewijst dus niet, maar beweert: hij eist de waarheid voor zich op, zonder deze te ondersteunen met een bewijs. Hij gaat in op de onmogelijkheid van een adequate bijbelinterpretatie en de scheiding van filosofie en theologie en sluit het traktaat af met een betoog voor de geleidelijke invoering van de democratie.
Aan dit werk heeft Spinoza de laatste twee jaren van zijn leven besteed. Sprak hij in het Theologisch-politiek traktaat nog over het maatschappelijk contract, nu vervangt hij dat door passies, belangen en instellingen.
Het werk waar Spinoza rond 1665 al een groot deel van voltooid had. Die jonge Ethica, door Spinoza eerder aangeduid als Mijn Filosofie, bestond toen nog uit drie delen. Op het moment van publicatie waren dat er vijf geworden. Spinoza geeft vanuit enkele axioma's een Monisme (filosofie)monistische metafysica aan, verklaart de werking van de geest en de aandoeningen en toont de weg naar de ultieme gelukzaligheid.
Veel van Spinoza's briefwisselingen over zijn filosofie, werk en leven zijn bewaard gebleven. In veel van deze brieven legt hij moeilijke onderwerpen in zijn filosofie uit.
Behandelt de grammatica van het Hebreeuws en vergelijkt deze met het Latijn.

Tot 1983 werd het werk "Stelkonstige reeckening van den regenboog" aan Spinoza toegeschreven. J. de Vet toonde in dat jaar aan dat de auteur Salomon Dierquens was, een Haagse regent.[74]

Literatuur[bewerken]

Vertalingen[bewerken]

  • Akkerman, F. & F.G. Hubbeling, A.G. Westerbrink (1977) Briefwisseling (vertaald uit het Latijn en uitgegeven naar de bronnen), Wereldbibliotheek, Amsterdam
  • Akkerman, F. & F.G. Hubbeling, et al (1982) Korte geschriften, Wereldbibliotheek, Amsterdam
  • Akkerman, F. (1997) Spinoza: Theologisch-Politiek Traktaat (uit het Latijn vertaald, ingeleid en van verklarende aantekeningen voorzien), Wereldbibliotheek, Amsterdam
  • Bouwman, Haije (2010) (eigentijdse Nederlandse hertaling)
  • Burger, Dionijs Zedekunde van Benedictus de Spinoza
  • D'huyvetters (2014) "Staatkundige verhandeling", Wereldbibliotheek, Amsterdam
  • Klever, Wim (1996) Ethicom, ofwel Spinoza's Ethica vertolkt in tekst en commentaar, Eburon, Delft
  • Knol, Jan (2011) Spinoza's Korte Verhandeling over God, de mens en zijn geluk (hertaling met uitleg + verwijzingen naar Ethica), Wereldbibliotheek, Amsterdam
  • Koops, Rikus Spinoza's Korte Verhandeling over God, de mens en zijn welstand (Nederlandse hertaling met originele tekst en vergelijking Ethica), Uitgeverij Parthenon, 2012. website auteur over Korte Verhandeling
  • Krop, Henri (2002) Spinoza Ethica (Nederlandse vertaling met inleiding), Bert Bakker, Amsterdam
  • Suchtelen, Nico van (1979) Ethica (uit het Latijn vertaald in het Nederlands, ingeleid en van verklarende aantekeningen voorzien), Wereldbibliotheek, Amsterdam
  • Corinna Vermeulen (2012) Spinoza Ethica (vertaling Corinna Vermeulen; redactie & annotatie Han van Ruler & Corinna Vermeulen; nawoord Han van Ruler & Leen Spruit), Boom, Amsterdam

Populaire inleidingen[bewerken]

  • Goldstein, Rebecca (2007) De onbekende Spinoza, Atlas
  • Knol, Jan (2006) En je zult spinazie eten. Aan tafel bij Spinoza, filosoof van de blijdschap, 9e druk, Wereldbibliotheek, Amsterdam
  • Knol, Jan (2011) Spinoza uit zijn gelijkenissen en voorbeelden voor iedereen, 3e druk, Wereldbibliotheek, Amsterdam
  • Knol, Jan (2009) Spinoza's intuitie, 2e druk, Wereldbibliotheek , Amsterdam
  • Knol, Jan (2014) Spinoza's 259 stellingen, 6e druk, eigen beheer, Smilde
  • Knol, Jan (2015) Spinoza in 107 vragen en antwoorden, Wereldbibliotheek, Amsterdam
  • Moreau, Pierre-François (2004) Spinoza en het spinozisme. Een inleiding
  • Reijen, Miriam van (2008) Spinoza. De geest is gewillig, maar het vlees is sterk, Klement, Kampen
  • Smilevski, Goce (2014) Het web van Spinoza, Anthos, Amsterdam

Overzichten[bewerken]

  • Bennett, Jonathan (1984), A Study of Spinoza's "Ethics". Indianapolis: Hackett Publishing Company
  • Bunge, Wiep; Krop, Henri; Steenbakkers, Piet en Jeroen van de Ven (2011) The Continuum Companion to Spinoza (2011). (naslagwerk)
  • Hubbeling, Hubertus G. (1989) Spinoza, Ambo
  • Graaff, F. de (1977) "Spinoza en de crisis van de Westerse cultuur, Voorhoeve
  • Israel, Jonathan (2001) Radicale Verlichting, Hoe radicale Nederlandse denkers het gezicht van onze cultuur voorgoed veranderden, Uitgeverij Van Wijnen - Franeker - vertaling 2005 van Radical Enlightenment
  • Nadler, Steven (1999) Spinoza. A life, Nederlandse vertaling als Spinoza (2007) Olympus, Amsterdam
  • Romein, Jan en Annie Romein-Verschoor (1977) Erflaters van onze beschaving Querido, Amsterdam, pp. 423–448.
  • Scruton, Roger (2000) Spinoza, Lemniscaat (Nederlandse vertaling oorspronkelijk bij Oxford University Press, 1986)
  • Smilevski, Goce (2006) Conversation with Spinoza. Northwestern University Press, Chicago
  • Steenbakkers, Piet (2000) Benedictus de Spinoza (1632-1677) Een overzicht
  • Tak, W.G. van der (1928) Bento de Spinoza - Zijn leven en gedachten over de wereld, den mensch en den staat. Martinus Nijhoff, 's-Gravenhage
  • Vloemans, Anton (1931) Spinoza, de mensch het leven en werk, Leopold's Uitgevers-Maatschappij
  • Vries, Theun de (1972) Spinoza - Beeldenstormer en wereldbouwer, H.J.W. Becht
  • Zweerman, Theo met medewerking van P. Juffermans (2006) Spinoza’s Inleiding tot de filosofie - Ethiek als verhuiskunde, Boom

Speciale onderwerpen[bewerken]

  • Damasio, Antonio (2010) "Het gelijk van Spinoza. Vreugde, verdriet en het voelende brein". Wereldbibliotheek, Amsterdam
  • De Dijn, Herman (1996) Spinoza, The Way to Wisdom. Purdue University Press, West Lafayette (Ind.)
  • De Dijn, Herman (1999) De uitgelezen Spinoza. (Ingeleid en toegelicht door Herman De Dijn) Boom, Amsterdam / Lannoo, Tielt
  • De Dijn, Herman (2009) Spinoza. De doornen en de roos. Pelckmans
  • Gleichmann, Gabi (2013) Het geheim van onsterfelijkheid. Uitgeverij De Geus, Breda.
  • Jongeneleen, Gerrit H. (2008) 'Language and traductology in Spinoza's Short Treatise', in: Lo van Driel & Theo Janssen (eds.), Ontheven aan de tijd. Linguïstisch-historische studies voor Jan Noordegraaf bij zijn zestigste verjaardag. Stichting Neerlandistiek VU & Nodus Publikationen, Amsterdam & Münster, p. 55-64.
  • Klever, Wim (1990) Proto-Spinoza Franciscus van den Enden, Studia Spinozana, nr. 6, pp. 281– 289.
  • Klever, Wim (1997) Mannen rondom Spinoza, Uitgeverij Verloren, Hilversum
  • Klever, Wim (2005) Spinoza classicus, Damon Budel
  • Klijnsmit, Anthony J. (1985) 'Spinoza over taal', Studia Rosenthaliana 19:1, p 10-38.
  • Klijnsmit, Anthony J. (1986) Spinoza and Grammatical Tradition (mededelingen vanwege het Spinozahuis, nr. 49) Brill, Leiden
  • Klijnsmit, Anthony J. (1990) 'Spinoza on the 'Imperfection of Words', in: Peter Schmitter ed., Essays towards a History of Semantics. Nodus Publikationen, Münster, p. 55-82.
  • Klijnsmit, Anthony J. 'Spinoza and the Grammarians of the Bible' In: Jan Noordegraaf, Kees Versteegh & Konrad Koerner (eds), The History of Linguistics in the Low Countries (1992) John Benjamins, Amsterdam & Philadelphia, p. 155-200.
  • Klijnsmit, Anthony J. 'Vossius, Spinoza (2000) Schultens: The Application of Analogia in Hebrew Grammar'. Helmantica: Revista de filología clásica y hebrea 51, no 154, p. 139-166.
  • Klijnsmit, Anthony J. 'Spinoza’s schooljaren en zijn kennis van het Hebreeuws' In: Lo van Driel & Theo Janssen (eds.), Ontheven aan de tijd. Linguïstisch-historische studies voor Jan Noordegraaf bij zijn zestigste verjaardag (2008) Stichting Neerlandistiek VU en Nodus Publikationen. Amsterdam & Münster, p. 45-54.
  • Knol, J. (2009) Waarom hield Spinoza zijn Korte Verhandeling voor gezien? (mededelingen van het Spinozahuis, nr. 96)
  • Prud’homme van Reine, Ronald, Moordenaars van Jan de Witt, de zwartste bladzijde van de Gouden Eeuw. Arbeiderspers, Utrecht (2013)
  • Wolfson, Harry Austryn (1934), The Philosophy of Spinoza, Unfolding the Latent Processes of His Reasoning. Harvard University Press

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Wikiquote Wikiquote heeft een collectie citaten gerelateerd aan Baruch Spinoza.
Wikisource NL Meer bronnen die bij deze auteur horen, kan men vinden op de pagina Baruch Spinoza op de Nederlandstalige Wikisource.