Basiswet van Israël

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Basiswet (Israël))
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een basiswet van Israël is een basiswet met een speciale status die in de toekomst een gedeelte van de Israëlische grondwet uit zou maken.

Tot het hoofdstukgewijs aannemen van de grondwet is in de provisionele raad van 1949 (later de Eerste Knesset) besloten. Alhoewel de meeste geplande basiswetten af zijn, heeft Israël echter nog steeds geen grondwet. Sinds 19 juli 2018 heeft Israël 14 basiswetten.[1]

De laatst aangenomen basiswet was de zogenaamde natiestaatwet, die de staat Israël als joodse staat omschrijft, waarin alleen het joodse volk recht op nationale zelfbeschikking heeft, die open staat voor "joodse vestiging" en waarin het Arabisch niet langer een officiële taal is. Geen woord over het Palestijns-arabische deel van de bevolking. Een en ander lokte veel protest uit bij de Palestijnse bevolking (moslims, Druzen en christenen[2]). Als niet-joden zien zij deze wet als het eindelijk bij wet vastleggen van wat zij sinds de stichting van de staat Israël (1948) ervaren: tweederangs burgers te zijn.[3]

Een opsomming van deze basiswetten (BW):

Aangenomen op Knesset Onderwerp
BW van 12-02-1958 3e de Knesset
BW van 25-07-1960 4e Grondeigendom
BW van 16-06-1964 5e Staatshoofd
BW van 1968, resp.1992,resp2001 6e, 12e 15e Regering
BW van 21-07-1975 8e Staatsfinanciën
BW van 31-03-1976 8e Leger
BW van 13-12-1980 9 Hoofdstad Jeruzalem
BW van 28-02-1984 10e Rechtsspraak
BW van 15-02-1988 12e Controle op de staatskas
BW van 1992 resp. 1994 13e Vrijheid van beroepsuitoefening
BW van 17-03-1992 12e Menselijke waardigheid en vrijheid
BW van 12-03-2014 19e Referendum
BW van ? ? Staatsbudgetten 2017 en 2018
BW van 19-07-2018 20e Israël als de Natiestaat van het Joodse volk

Referenties[bewerken | brontekst bewerken]