Beck - De gesloten kamer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Beck - De gesloten kamer
Regie Jacob Bijl
Scenario Jacob Bijl, naar Maj Sjöwall en Per Wahlöö
Hoofdrollen Jan Decleir
Els Dottermans
Warre Borgmans
Muziek Lodewijk de Boer
Genre Misdaad
Taal Nederlands
Land Vlag van België België, Vlag van Nederland Nederland
Portaal  Portaalicoon   Film

Beck - De gesloten kamer (1993) is een Nederlands-Belgische film naar het gelijknamige Zweedse misdaadboek uit de Martin Beck-reeks van Maj Sjöwall en Per Wahlöö. De hoofdrol wordt gespeeld door Jan Decleir. Voor de film is de plaats van handeling verplaatst van het oorspronkelijke Stockholm naar Antwerpen.

Verhaal[bewerken]

Martin Beck, revaliderend van een schotwond, onderzoekt de schijnbaar onmogelijke zaak van een lijk gevonden in een van binnenuit afgesloten kamer. Daarbij stuit hij op de jonge bijstandsmoeder Monita en probeert haar te helpen. Tegelijkertijd jagen zijn collega's onder leiding van de megalomane Fisher op twee bankovervallers. De twee zaken lijken bij elkaar te komen bij de persoon van Winter alias Waterman, een kruimeldief die betrokken is bij drugshandel en heling.

Rolverdeling[bewerken]

Ontvangst[bewerken]

De critici ontvingen de film goed ('Vakwerk op de vierkante centimeter') en Els Dottermans ontving voor haar rol een Gouden kalf. Financieel was de film een flop: na een roulement van enkele weken verdween de film geruisloos uit de bioscoop.[1]

Vergelijking met het boek[bewerken]

Omdat de film zich, in tegenstelling tot het boek, in Antwerpen afspeelt, werden de namen van veel personages veranderd: Winter = Mauritzon, Fisher = Bulldozer Olsson, Colbert = Kolberg, Roza Moreels = Rhea Nielsen, Gilles en Brulot = Malmström en Mohrén, Oscar Lamarche = Oscar Hjelm, etc. Daarnaast knoopte scenarioschrijver Bijl de twee verhaallijnen aan elkaar door Beck en Monita aan elkaar te koppelen - in het boek begint Beck een relatie met huisbaas Rhea Nielsen (hier gespeeld door Geert de Jong).

Externe link[bewerken]

Noot[bewerken]

  1. Henk van Gelder, Hollands Hollywood, Amsterdam 1995, p. 358.