Bedrijfschap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Een bedrijfschap was een publiekrechtelijke organisatie in Nederland van de bedrijven die in eenzelfde branche werken. Een bedrijfschap werd ingesteld op verzoek van werkgevers- en werknemersorganiaties uit de betreffende sector.

De vergelijkbare term productschap wordt gebruikt voor een organisatie die zich richt op de branches behorend tot één productiekolom. Productschappen zijn voornamelijk in de landbouwsector zijn te vinden. In gevallen, waarbij het bedrijfslichaam tot een segment in een of meerdere productiekolommen behoort, spreekt men van een bedrijfschap.

Lijst van bedrijfschappen[bewerken]

Nederland telt op dit ogenblik 6 bedrijfschappen:

Financiering[bewerken]

De bedrijfschappen worden gefinancierd door verplichte heffingen. De hoogte van de heffing is afhankelijk van de grootte van de onderneming en (in een aantal gevallen) van de branche waarin de ondernemer actief is. Bedrijven moeten dan ook geregistreerd worden als zij actief zijn in een sector waarvoor een bedrijfschap actief is. De ondernemer is er zelf verantwoordelijk voor dat zijn bedrijf correct geregistreerd wordt. Een aantal bedrijfschappen verzorgen automatisch de registratie aan de hand van de inschrijving bij het handelsregister van de KvK. Vervolgens worden de geregistreerde gegevens ter controle toegezonden aan de ondernemer. Ook streven de bedrijfschappen er naar zo veel mogelijk hun nota's te combineren. Zo krijgen bedrijven die zowel bij het hoofdbedrijfschap Ambachten als bij het Hoofdbedrijfschap Detailhandel geregistreerd staan een gecombineerde nota. In dit geval wordt bovendien een zogenaamde 'samenloopkorting' verleend.

Tot 1 januari 2008 werden de registratie en de heffing voor een aantal bedrijfschappen verzorgd door het Centraal RegistratieKantoor (CRK). Vanaf 1 januari 2008 sturen de betreffende bedrijfschappen de registraties en de nota's uit eigen naam.

Volgens HP/De Tijd (16 september 2005) incasseren de bedrijf- en productschappen per jaar zo'n 360 miljoen euro aan heffingen.

Activiteiten[bewerken]

De voornaamste activiteiten van bedrijfschappen zijn:

  • Meepraten over regelgeving in Den Haag of Brussel
  • Financieren van onderzoek
  • Bevorderen van de professionaliteit van ondernemers en werknemers
  • Bevorderen van veiligheid en bestrijden van winkelcriminaliteit
  • Reclamecampagnes als "Kijk eens wat vaker in de spiegel van de kapper!"

Inperken taken[bewerken]

Er bestaat al enige tijd kritiek op de schappen. Bedrijven klagen over de hoge verplichte bijdrage en de PBO’s zouden ondemocratisch zijn ondanks de vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers in het bestuur van de schappen.
In oktober 2011 heeft, namens het kabinet-Rutte I, Minister Henk Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn plannen bekendgemaakt met betrekking tot de Product- en bedrijfschappen (PBO’s). Het kabinet wil dat deze in de toekomst alleen nog taken uitvoeren met een publiek belang, dit betekent het einde van andere taken zoals productpromotie, opleiding en onderzoek. Als resultaat van de plannen verdwijnen 450 van de 750 arbeidsplaatsen bij PBO’s. Het budget gaat ook omlaag van EUR 250 miljoen naar EUR 60 miljoen per jaar als het kabinet dit beleid goedgekeurd krijgt. Omdat de meeste PBO’s actief zijn in de land- en tuinbouw worden ze overgeheveld van Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie[1].

Op 20 december 2011 besloot een meerderheid in de Tweede Kamer een motie van VVD, SP en PVV te ondersteunen om de product- en bedrijfschappen op te heffen. De publieke taken konden volgens de kamermeerderheid overgeheveld worden naar het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Minister Kamp wilde toen nog niet zeggen of het kabinet deze motie gaat uitvoeren[2].

Externe link[bewerken]