Beeldenstorm te Baasrode

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De kerk van Baasrode in 1571, vier jaar na de Beeldenstorm, zoals afgebeeld op de landkaart van Moerzeke.

De Beeldenstorm te Baasrode vond plaats op 19 februari 1567. De Sint-Ursmaruskerk, gelegen vlak aan de Schelde te Baasrode (een toenmalige belangrijke achterhaven van Antwerpen), werd toen als bij toeval het doelwit van beeldstormers. Een groot aantal calvinistische bannelingen en vluchtelingen uit Antwerpen voerden met behulp van bootjes een aanval uit op het Scheldedorp en vernielden het interieur van de toen relatief nieuwe gotische kerk.

Aanleidingen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook reformatie en protestantisme

De beeldenstorm had op zichzelf een duidelijke religieuze oorzaak: in die tijd kwam het calvinisme op in de Nederlanden. De calvinisten waren erg gekant tegen het vereren van heiligen, zoals dat in de Rooms-katholieke Kerk gebruikelijk is. Zij baseerden zich daarbij op de Bijbelse Tien geboden. Ook ergerden de calvinisten zich aan de uitbundige rijkdom binnen de kerken. Zelf waren de calvinisten van mening dat een kerk zo sober mogelijk moest zijn ingericht. Vanwege de religieuze tegenstellingen werden de protestantse Nederlanders ook wel ketters genoemd. Door de Rooms-katholieke Kerk werd het gebruikt om iedereen die van de heersende leer afweek mee aan te duiden.

Behalve religieuze oorzaken speelden er echter ook politieke en sociale redenen mee. Zo ergerden de edelen zich aan de landvoogdes, Margaretha van Parma: zij had de gewoonte belangrijke zaken buiten de adel om te regelen, maar hen vervolgens wel verantwoordelijk te maken voor de uitvoering. Toen de edelen zich hierover beklaagden, bleek dat hun protest niet serieus genomen werd.[bron?]

Als derde oorzaak voor de beeldenstorm worden de sociale spanningen van die dagen gezien. De calvinisten werden in steeds meer landen vervolgd en ook in de Nederlanden heerste de angst dat er een zware vervolging zou gaan plaatsvinden. Wat de zaak nog verergerde was dat er in 1566 een hongersnood heerste in de Nederlanden, nadat door een strenge winter de oogsten waren mislukt en er geen graan kon worden geïmporteerd.[bron?] De hongerige bevolking keek hierdoor met steeds meer afschuw en ergernis naar de rijkdom van de Kerk. Het waren deze sociale spanningen die de directe oorzaak zouden zijn van de beeldenstorm te Baasrode.

Gebeurtenis[bewerken]

Op 19 februari 1567, werd het onbewaakte havendorpje Baasrode plotsklaps aangevallen door een mysterieuze troepenmacht. Ze hadden blijkbaar maar één doel voor ogen, en dat was alles kort en klein slaan wat zich binnenin de kerk bevond. Het hele interieur van de kerk moest eraan geloven. Verder bleef het dorp grotendeels gespaard van buitensporigheden en vandalisme. Het ging hier duidelijk over beeldenstormers. Pastoor en amateurgeschiedschrijver Gerard Boeykens vermeldt ten onrechte dat de beeldenstormers de kerk(toren) en de pastorij hebben verbrand.[1] Die sneuvelden evenwel niet veel jaren later, samen met het hele havendorp, door toedoen van de slag om Baasrode in 1579.

Dankzij de pentekening van Pieter Breughel de Oude van Baasrode omstreeks 1556 kunnen we een beeld vormen van hoe Baasrode er moet hebben uitgezien tijdens de beeldenstorm, ongeveer 10 jaar later. Voor het zwervende en moegetergde protestantse schepenkonvooi moest de prachtige kerk van Baasrode, onmiddellijk aan het water gelegen, een doorn in het oog zijn geweest.

Het aanduiden van de schuldigen[bewerken]

Het incident deed heel wat stof opwaaien in Vlaanderen en in de eerste dagen na deze gebeurtenis deden er verschillende geruchten te Gent de ronde over de mogelijke daders. Men ving eerst op dat het Namenaars waren, die voor een strafexpeditie op weg waren naar Eeklo en op hun route voorbij Baasrode trokken en de binnenkant van de kerk aan stukken sloegen. Anderen wisten dan weer te vertellen dat het een passerend geuzenleger was, die met een resem boten het dorp binnenvielen. De bron oordeelde toen dat het hoogstwaarschijnlijk deze laatste waren, in feite een zootje ongeregeld die enige tijd eerder en masse uit Antwerpen gevlucht waren, uit schrik voor de groeiende godsdiensttegenstellingen. In feite konden het onmogelijk Namenaars zijn, aangezien zij als overtuigde katholieken juist aartsvijanden van de protestantse beeldstormers waren. Enige tijd later kwam er uitsluitsel, al dan niet op aangeven van de Baasroodse inwoners zelf. Het waren inderdaad de bannelingen van Antwerpen die Baasrode hadden aangevallen. Het betrof een klein leger aan krijgsvolk dat bestond uit personen uit alle kwartieren van de Nederlanden en Noord-Frankrijk, zowel Franstaligen als anderen, waarvan velen reeds eerder verjaagd en gevlucht waren naar de Scheldestad, maar nu ook daar dienden te vertrekken. Ze voeren in een schepenkonvooi richting protestants Zeeland, maar werden beschoten voor ze hun bestemming bereikten, waardoor ze rechtsomkeer dienden te maken en in feite niet in de mogelijkheid verkeerden om met hun schepen de Schelde te verlaten. Op hun zwerftocht kwamen ze tweemaal aan land, maar onder invloed van de opgebouwde haat en frustratie de eerste keer op zeer gewelddadige wijze, zoals Baasrode had mogen ondervinden. We kunnen hier spreken van de mogelijke geboorte van een (Zuidelijk-Nederlandse) afdeling van de beruchte Watergeuzen, die vanaf het jaar erna op militair vlak zeer belangrijk werden.

Bronnen[bewerken]

  • De Bondt, Bart, Baasrode tijdens de 80-jarige oorlog, Heemkundig tijdschrift 'Baceroth', 2009-2010.
  • Geschiedenis van Baasrode, Antwerpen, 1940 (= Borgerhout, 1995) (over de beperkte moderne geschiedschrijving van het dorp Baasrode, zie: W. Van Damme, Merkwaardige verhalen over Baasrode, willyvandamme.wordpress.com (10/07/2013)).