Beeldspraak

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Beeldspraak is figuurlijke taal en als zodanig een stijlfiguur. Als we denken aan iets bepaalds komen daarbij andere dingen in de gedachten. Dit gebeurt vaak als beide dingen een bepaalde overeenkomst hebben. Deze overeenkomst heet associatie. Vrijwel elke vorm van beeldspraak berust op een dergelijke associatie.

Voorbeelden[bewerken]

Standaarduitdrukkingen in het Nederlands die op beeldspraak zijn gebaseerd zijn:

  • Hij is zo koppig als een ezel.
  • Het hart van de stad.

Vormen[bewerken]

Vormen van beeldspraak zijn:

Verwante begrippen[bewerken]

Aangezien beeldspraak berust op het gebruik van woorden en zinsdelen in oneigenlijke betekenis en op een associatieve manier, is beeldspraak strikt genomen een vorm van catachrese, hetgeen zelf een vorm van troop is.

Bij het veelvuldig of systematisch gebruik van een bepaalde vorm van beeldspraak ligt het gebruik van het cliché om de hoek; beeldspraak die te vaak gebruikt wordt, verliest zijn beeldende kracht. In feite is het dan geen beeldspraak meer, maar een versteende taalvorm geworden.

Connotatie is de contextueel gebonden gevoelswaarde van een woord. Zo kan men bij regen denken aan nat worden, wat voor de één een onaangename betekenis heeft, voor de ander wellicht een prettige. Zondagsdichters gaan er vaak van uit dat de gevoelswaarde van woorden voor iedereen (en met name de lezer) dezelfde is.