Begijnhof Lier

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Begijnhof van Lier
Onderdeel van de werelderfgoedinschrijving:
Vlaamse Begijnhoven
Toegangspoort van het Lierse begijnhof
Toegangspoort van het Lierse begijnhof
Land Vlag van België België
Coördinaten 51° 8′ NB, 4° 34′ OL
UNESCO-regio Europa en Noord-Amerika
Criteria ii, iii, iv
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 855-002
Inschrijving 1998 (22e sessie)
Kaart
Begijnhof Lier (België)
Begijnhof Lier
UNESCO-werelderfgoedlijst

Het Lierse begijnhof is een typisch voorbeeld van een stratenbegijnhof.[1] Het begijnhof bevindt zich in Lier, in de Belgische provincie Antwerpen.[2]

Ontstaan[bewerken | brontekst bewerken]

Het begijnhof van Lier is een van de drie oudste van Brabant[3] en ontstond, vermoedelijk, in de eerste helft van de 13e eeuw.[3][4][5] Oorspronkelijk woonden de begijnen niet in, wat wij nu als, een begijnhof, maar vormden ze op een aantal plaatsen verspreid een vrije gemeenschap waar zij in onthouding en in een armoedig bestaan leefden. Hun vrije deed werd besteed aan gebed en medidatie.[6]. De grote doorbraak van het ontstaan van de begijnhoven kwam na de kruistochten, midden 13de eeuw, waardoor vele vrouwen uiteindelijk samen gingen wonen.[6] In Lier gingen rond 1258 spontaan een aantal ongehuwde vrouwen buiten de eerste omwalling samenwonen in de buurt van het huidige begijnhof[6], waar zich toen een jachtslot van de hertog van Brabant bevond. Rond 1200 zouden hier reeds drie zusters een aantal gebouwen gelegen in het huidige begijnhof hebben afgestaan om er een woonplaats voor geestelijke dochters te stichten.[6][2] Deze stichting kreeg een gebouw van Aleidis, de echtgenote van Hendrik III, gelegen aan de reeds bestaand gebouwen.[6] Zo groeide het Lierse begijnhof. In 1258 werd het begijnhof verheven tot een autonome parochie onder bescherming van Aleidis, gemalin van Hendrik III.[3] Zo kregen de begijnen de toelating om over een eigen kerk en pastoor te beschikken. In 1274 nam hertog Jan I het Liers begijnhof onder zijn bescherming. Die later verder werd gezet door Hertog Jan II[3] en Filips de Goede.[6] Tussen 1389 en 1430 werd het begijnhof geïntegreerd binnen de muren van de stad.[2][6] Het begijnhof werd door de eeuwen heen geplaagd door verschillende branden en plunderingen.[2]

Het begijnhof ontstond in de 13e eeuw, maar de meeste huizen dateren uit de 17e en het begin van de 18e eeuw.[6] In de jaren negentig werden grote delen gerestaureerd. Zo werd de oostelijke "grachtkant" volledig vernieuwd, inbegrepen het interieur van de huisjes. Ze hebben hun voorgevel richting begijnhof, terwijl hun achtergevel (die grenst aan de Kleine Nete) volledig vensterloos is.

Het huidige begijnhof is ongeveer 2 hectare groot.[2]

De laatste begijn, zuster Agnes, vertrok er in 1984 op 85jarige leeftijd[4][5] en overleed in 1994.[7]

Stratenplan van het Liers begijnhof anno 1828

Gebouwen[bewerken | brontekst bewerken]

De dubbele barokke poort met bovenaan het beeld van de heilige Begga van beeldhouwer M.J. d'Heur dat dateert van 1777, verleent toegang tot het begijnhof, dat tot op heden nog volledig omsloten is. Tot het einde van de Tweede Wereldoorlog werden beide poorten bij zonsondergang gesloten. Wie te laat kwam, diende aan het nachtpoortje aan te bellen. Twee begijntjes betrokken het portiershuisje dat rechts tegen de poort aanleunt.

Het begijnhof telt 92 begijnenhuisjes.[8] Aangezien huisnummers vroeger onbekend waren, gaven ook de begijntjes hun woning een naam van een heilige of naar een Bijbels tafereel zoals het Stalleken van Bethlehem, Vijf Wondekens, Wijngaert des Heren, de Calvarieberg en het Soete Naemken. Ook de infirmerie uit 1760 is nog aanwezig. Bij een brand in 1970 liep deze grote schade op[1], maar werd volledig gerestaureerd en omgebouwd tot appartementswoningen.

Het Hemdsmouwken was oorspronkelijk een brandstraatje en gezien zijn eigenaardige vorm, vooraan slechts 98 cm breed, heeft het zijn naam niet gestolen.[9]

Hemdsmouwken in Lier, smalste straatje in Lier


Achteraan staat het Convent uit 1595, de opleidingsschool voor novicen.
Het Hellestraatje, de naam heeft niets te maken met de hel, wel met helling. Naast het straatje "helde" de dam van de tweede stadsomwalling. Hier bevindt zich ook het Ruusbroechuisje, een woning zonder verdieping, zoals oorspronkelijk vele begijnhuisjes geweest moeten zijn, maar dan in hout en met een rieten dak. Daartegenover een huis met tuintje en een hekje ervoor, zoals vroeger bij de meeste begijnhofhuisjes.

De "grachtkant" in het Lierse begijnhof

De Grachtkant, dit is de laatste uitbreiding van het begijnhof rond 1720. Het huizenblok werd in vijf jaar gebouwd in regionale Brabantse stijl: baksteen en speklagen van zachte witte steen. De huizen zijn ruim, vier ramen onderaan. Deze werden door welstellende dames of dames van adel betrokken.

De driebeukige Sint-Margaritakerk heeft een barokgevel uit de 17e eeuw[6], waarboven in de 18e eeuw volutes en een lantaarn zijn geplaatst. De pastorie (ca. 1690) bevindt zich in de Begijnhofstraat en grenst aan het begijnhof. Her en der zijn staties van de kruisweg verspreid over het begijnhof. Deze beelden werden in 1773 geschilderd door Van de Richstal en ondergingen in 1949 een restauratiebeurt door Bernard Janssens.[1] In 2019 werden de originele beelden vervangen door nieuwe schilderijen.[7][10][11] Het is de enige overgebleven kruisweg in België die nog open lucht te bewonderen valt.[11]

Varia[bewerken | brontekst bewerken]

Dronkenmansslot beneden (zwarte slot) versus een gewoon modern slot (boven)

Het Lierse begijnhof was een van de grote inspiratiebronnen voor de schrijver Felix Timmermans die het de bijnaam "d'amandelboon van Lier" gaf.[12]

Ook vijf historische thrillers van Lydia Verbeeck spelen zich af in en rond het begijnhof van Lier.

Op verschillende deuren is een speciaal soort slot terug te vinden, een dronkenmansslot, maar in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, heeft het niets te maken met dronkaards te helpen hun sleutel in het sleutelgat te krijgen. Het slot is zo gebouwd om in het donker het sleutelgat eenvoudiger terug te vinden.[4][13] De sloten vertonen veel gelijkenis met gotische sloten en de ornamenten zouden weleens puur omwille van esthetische redenen op het slot gezet zijn en niet om het sleutelgat te vinden in het donker.[14]

Werelderfgoed[bewerken | brontekst bewerken]

Samen met twaalf andere Vlaamse begijnhoven werd het op 2 december 1998 op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO geplaatst.[7]

Zie de categorie Beguinage of Lier van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.