Behangselschildering

Een behangselschildering is een vorm van wanddecoratie die vooral in de 18e eeuw in de Republiek der Nederlanden populair was. Het zijn geschilderde doeken die tussen lambrisering en plafond werden aangebracht.
Hoewel gedecoreerd textiel al eerder werd gebruikt om een wand te bekleden, wijst de term behangselschildering naar de producten uit de bloeiperiode in de 17e en 18e eeuw.
Een behangselschildering was bedoeld als wanddecoratie in een interieur, vaak over meerdere wanden van een vertrek. Het was onderdeel van het geheel van een kamer en ontworpen om te passen bij de lichtinval, vensterplaatsing en architectuur van de kamer. Behangselsschilderingen vormden een belangrijk onderdeel van de Nederlandse interieurkunst uit die periode. Ze waren niet gebruikelijk in Frankrijk, Italië of Groot-Brittannië, maar kwamen wel in de Zuidelijke Nederlanden, Duitstalige landen en tot in het noorden van de Balkan voor.
De term behangsel is afgeleid van het werkwoord hangen en stamt uit een tijd waarin wandtapijt als wandbekleding werd gebruikt en uitsluitend aan de bovenkant was bevestigd, waardoor het los tegen de wand hing. De term behangselschildering werd aanvankelijk niet algemeen gebruikt. In die tijd noemden kenners de geschilderde wanddecoraties van vooraanstaande kunstenaars liever zaalstukken. Kunstenaarsbiograaf Jan van Gool gebruikte de term zelfs in denigrerende zin voor producten uit behangselfabrieken. Pas sinds de jaren 1730 duikt de term behangselschildering algemener op in bronnen.
Behangselschilderingen werden op een raamwerk gespannen of op een latwerk bevestigd. Zij onderscheidden zich van schilderijen doordat ze nagelvast aan de wand waren aangebracht. Ze kwamen al in de 17e eeuw voor, maar de bloeiperiode lag in de 18e eeuw. Adam Pijnacker (1621-1673) was een van de eerste kunstenaars die italianiserende landschappen op behangsels schilderde, terwijl vanaf circa 1760/70 ook Hollandse landschappen in de mode kwamen.
De productie van behangselschilderingen nam in de 18e eeuw sterk toe. Linnen doeken werden met olieverf beschilderd met voorstellingen die varieerden van historiestukken en landschappen tot ornamentale patronen en bloemmotieven. Er bestond zowel maatwerk – speciaal ontworpen voor een bepaald vertrek – als seriematig vervaardigde behangsels in standaardmaten.
In de tweede helft van de achttiende eeuw kwamen grote werkplaatsen, de zogenaamde behangselfabrieken, tot ontwikkeling, waardoor de productie goedkoper werd. In behangselfabrieken werkten meerdere personen samen aan één voorstelling, dat meestal gebaseerd was op voorbeelden uit modellenboeken. Verschillende schilders verzorgden afzonderlijke onderdelen, waarbij de meest ervaren schilder, vaak de fabriekleider, de menselijke figuren schilderde, en specialisten soms specifieke details zoals dieren of bloemen uitvoerden. De grootste behangselfabriek in Nederland was de Vaderlandsche Maatschappij in Hoorn opgericht in 1777. Een deel van de gebruikte ontwerptekeningen en prenten bevindt zich nu in het Westfries Museum in Hoorn. In Amsterdam was de fabriek van Jan Hendrik Troost van Groenendoelen de bekendste. Naast complete wandvullende schilderingen werden daar ook kleinere stukken vervaardigd, bijvoorbeeld voor de bovenzijde van deuropeningen of op schoorsteenmantels.
Vanaf de vroege 19e eeuw nam de belangstelling voor geschilderde behangsels af, en geleidelijk werden zij vervangen door voorbedrukt papier- of textielbehang. Relatief weinig originele behangselschilderingen zijn bewaard gebleven. Veel ontwerptekeningen zijn echter overgeleverd, wat inzicht geeft in compositie, stijl en techniek.
Belangrijke kunstenaars op dit gebied waren onder meer Dirk Dalens III, Isaac de Moucheron, Jacob Cats, Jurriaen Andriessen en Jacob de Wit.
-
Het Dolhuys, Regentenkamer. Haarlem
-
Het Dolhuys, Regentenkamer. Haarlem
-
Herengracht 524, Amsterdam. (Jurriaen Andriessen, 1771)
-
Chinese kamer in Huis Verwolde, Laren
-
Rietvink 6, Blokzijl
-
Brink 68, Deventer
-
Brink 68, Deventer
-
Huis met de Neuzen, Singel 116, Amsterdam
-
Bruggestraat 49, Harderwijk
- Behangselschilders Jacob Cats, Rutger Camerling en Hendrik Mooij in het Oude Hof. Gemeente Amsterdam Stadsarchief. Geraadpleegd op 25 augustus 2025
- Beschilderde behangsels. Amsterdam Monumentenstad. Geraadpleegd op 25 augustus 2025
- Harmanni, R. (1997) Jurriaan Andriessen, behangselschilder Proefschrift